Bekerglas of erlenmeyer: wanneer gebruik je wat?

Een bekerglas en een erlenmeyer lijken op het eerste gezicht inwisselbaar, maar ze zijn ontworpen voor verschillende toepassingen. De conische vorm van de erlenmeyer, de brede opening van het bekerglas en de materiaalkeuze borosilicaatglas 3.3 bepalen samen welk glaswerk het meest geschikt is voor een bepaalde handeling. Dit artikel legt de verschillen uit, geeft praktische keuzehulp en beantwoordt veelgestelde vragen over het gebruik van beide.

Vergelijkingsdiagram bekerglas en erlenmeyer met benoemde onderdelen: schenktuit, schaalverdeling en cilindrische wand bij het bekerglas; smalle mond, schouder en conische romp bij de erlenmeyer
Figuur 1 — Bekerglas (links) en erlenmeyer (rechts) met benoemde onderdelen.

Zijn een bekerglas en een erlenmeyer hetzelfde?

Nee. Hoewel beide gemaakt zijn van borosilicaatglas 3.3 en voor het bewaren en verwarmen van vloeistoffen worden gebruikt, verschillen ze fundamenteel in vorm en toepassing. Een bekerglas heeft een cilindrische wand, een brede opening en een schenktuit. Een erlenmeyer — ook wel Erlenmeyerfles of conische kolf genoemd — heeft een conische romp die smaller wordt naar een cilindrische hals en een smalle mond. Die vormen zijn geen toeval: ze bepalen waarvoor elk stuk glaswerk geschikt is.

De naam erlenmeyer is afgeleid van de Duitse chemicus Emil Erlenmeyer (1825–1909), die de kolf in 1861 ontwierp. De combinatie van een brede bodem voor stabiliteit en een smalle hals om verdamping te beperken maakte het ontwerp direct populair in analytische en organische chemie.

Wat is een bekerglas?

Een bekerglas is een cilindrisch glazen vat met een vlakke bodem, rechte wanden en een schenktuit aan de bovenkant. Het is een van de meest herkenbare en meest gebruikte stukken glaswerk in het laboratorium. Bekerglazen zijn verkrijgbaar in borosilicaatglas 3.3, dat bestand is tegen chemicaliën en temperatuurwisselingen. De schenktuit maakt gecontroleerd uitgieten mogelijk zonder extra hulpmiddelen. De brede opening en lage, stabiele vorm maken het bekerglas bij uitstek geschikt voor het oplossen van vaste stoffen, het roeren van vloeistoffen en het tijdelijk opslaan van reagentia. Een bekerglas is geen gekalibreerd maatglaswerk: de schaalverdeling op de wand dient uitsluitend als ruwe indicatie.

Wanneer gebruik je een bekerglas?

Het bekerglas is het meest veelzijdige glaswerk in het laboratorium. De brede opening maakt het eenvoudig om vaste stoffen toe te voegen, met een roerstaafje of magneetroerder te mengen, en de schenktuit maakt gecontroleerd uitgieten mogelijk. Typische toepassingen zijn:

  • Oplossen van vaste stoffen — de brede opening geeft ruimte voor een spatel en roerstaafje.
  • Verhitten op een verwarmingsplaat — de vlakke bodem zorgt voor goed contact met de plaat.
  • Opvangvat bij titraties — de ruime opening maakt druppelen vanuit een buret eenvoudig, al wordt hiervoor ook de erlenmeyer gebruikt.
  • Tijdelijke opslag van vloeistoffen — bekerglazen zijn snel te vullen en leeg te gieten.
  • Mengen en roeren — de lage, brede vorm is stabiel bij gebruik van een magneetroerder.

Bekerglazen zijn niet geschikt als nauwkeurig maatglaswerk. De schaalverdeling op een bekerglas is indicatief en heeft een foutmarge van 5–10%. Voor nauwkeurige volumemetingen gebruik je een maatcilinder of volumetrische kolf.

Wanneer gebruik je een erlenmeyer?

De erlenmeyer blinkt uit in situaties waar verdamping moet worden beperkt, waar een stop of septum nodig is, of waar een vloeistof langdurig geroerd of geschud wordt zonder te morsen. Typische toepassingen zijn:

  • TitratiesTitraties — de conische vorm maakt het eenvoudig om de kolf te zwenken zonder morsen; de smalle mond beperkt spatten.
  • Microbiologische en celbiologische kweek — de smalmondse erlenmeyer is geschikt voor gebruik met gasdoorlaatbare stoppen (watten, schroefstoppen met membraan) die gasuitwisseling toestaan terwijl contaminatie wordt voorkomen.
  • Langdurig roeren of schudden — de stabiele conische bodem en smalle mond voorkomen morsen op een orbitaalschudder of magneetroerder.
  • Opslag van vloeistoffen met een stop of septum — de cilindrische hals past op standaard rubber- en kurkstoppen.
  • Verhitten met terugvloeikoeler — de hals past op slijpstukadapters voor organisch-chemische opstellingen.

De erlenmeyer is eveneens geen maatglaswerk. De graduering is slechts indicatief.

Wat is de Erlenmeyer-regel?

De Erlenmeyer-regel is een praktische vuistregel in het laboratorium: gebruik een erlenmeyer nooit als vervanging voor een maatcilinder of volumetrische kolf wanneer nauwkeurig volume-afmeten vereist is. De graduering op de conische wand van een erlenmeyer is indicatief en heeft een foutmarge van 5–10% — ruim onvoldoende voor analytische of volumetrische doeleinden. De regel herinnert laboranten eraan dat de erlenmeyer een reactie- en kweekvat is, geen meetinstrument.

Waar wordt een Erlenmeyerfles niet voor gebruikt?

Een erlenmeyer is ongeschikt voor toepassingen waarbij nauwkeurige volumemeting vereist is: gebruik daarvoor een maatcilinder, volumetrische kolf of gekalibreerde pipet. De conische vorm maakt de erlenmeyer ook onpraktisch als opvangvat bij handelingen waarbij snel en gecontroleerd uitgieten nodig is — een bekerglas met schenktuit is daarvoor beter. Verder is de erlenmeyer niet bedoeld voor langdurige opslag van sterk vluchtige of agressieve stoffen zonder aanvullende afdichting, en niet geschikt als reactievat voor hoge drukken of sterk exotherme reacties waarbij drukopbouw verwacht wordt.

Wat is het belangrijkste voordeel van een erlenmeyer boven een bekerglas?

Het grootste voordeel van de erlenmeyer ten opzichte van het bekerglas is de combinatie van beperkte verdamping en lekvrij schudden. De smalle mond verkleint het verdampend oppervlak aanzienlijk, wat belangrijk is bij langdurige reacties of kweektoepassingen. Tegelijk maakt de conische vorm het mogelijk om de kolf te zwenken of te schudden zonder dat de vloeistof over de rand loopt — iets wat bij een bekerglas met brede opening snel misgaat.

Een bekerglas heeft op zijn beurt als voordeel dat het eenvoudiger te vullen en leeg te gieten is, beter zicht biedt op de inhoud vanwege de rechte wanden, en stabieler staat bij gebruik van een magneetroerder op een vlakke verwarmingsplaat.

Kan je een erlenmeyer en een bekerglas verwarmen? Is borosilicaatglas hittebestendig?

Ja, beide zijn gemaakt van borosilicaatglas 3.3 en bestand tegen plotselinge temperatuurwisselingen (thermische schok) en temperaturen tot circa 500 °C (kortstondig). Borosilicaatglas 3.3 is daarmee aanzienlijk hittebestendiger dan gewoon natronkalkglas, dat bij sterke temperatuurwisselingen kan barsten. Praktische richtlijnen bij verhitten:

  • Verwarm nooit een gesloten kolf of fles — overdruk kan het glas doen breken.
  • Gebruik bij verhitten op een vlam altijd een gaasje of keramische plaat om hitte gelijkmatig te verdelen.
  • Zet heet glaswerk niet direct op een koud oppervlak — ook borosilicaatglas heeft grenzen aan zijn thermische schokbestendigheid.
  • Een erlenmeyer met stop mag niet worden verwarmd zonder de stop los te draaien.

Borosilicaatglas erlenmeyers en bekerglazen zijn voor standaard laboratoriumverhitting volledig geschikt. Voor toepassingen boven 500 °C of bij extreme thermische belasting kunt u kwartsglas overwegen.

Welke maten zijn er voor bekerglazen en erlenmeyers?

Bekerglazen zijn verkrijgbaar van circa 5 ml tot 5 l. De meest gangbare laboratoriumformaten zijn 50 ml, 100 ml, 250 ml, 500 ml en 1000 ml. Voor grotere volumes bestaan er ook bekerglazen van 2 l en 5 l, die vooral worden gebruikt voor bereiding van buffers of spoelvloeistoffen.

Erlenmeyers beginnen doorgaans bij 25 ml en lopen eveneens op tot 5 l. De populairste maten in het laboratorium zijn 100 ml, 250 ml en 500 ml. Voor schudculturen in de microbiologie worden vaak grotere erlenmeyers van 1 l of 2 l gebruikt, waarbij de verhouding tussen vulvolume en totaalvolume (doorgaans maximaal 20–30% gevuld) bepalend is voor een goede zuurstofoverdracht. De juiste maatkeuze hangt af van het beoogde werkvolume: vul bekerglazen en erlenmeyers nooit tot de rand om morsen en spatten te voorkomen. Bekijk het volledige assortiment bij bekers en erlenmeyers.

Welke soorten kolven zijn er?

Naast de erlenmeyer zijn in het laboratorium twee andere kolftypen gangbaar:

  • Rondbodemkolf — een bolvormige kolf die niet zelfstandig kan staan en een standaard vereist. Geschikt voor destillatie, rotatie-evaporatie en organisch-chemische synthese vanwege gelijkmatige warmteverdeling. Verkrijgbaar met slijpstukverbinding.
  • Volumetrische kolf — een kolf met een geijkte maatstreep op de hals voor het nauwkeurig bereiden van oplossingen van een bepaald volume. Dit is wél nauwkeurig maatglaswerk, in tegenstelling tot de erlenmeyer en rondbodemkolf.

Voor kolven met slijpstukverbinding zie het overzicht slijpstuk glaswerk.

Wat is een wijdmondse erlenmeyer?

Een wijdmondse erlenmeyer heeft een aanzienlijk bredere halsopening dan de standaarduitvoering, wat het toevoegen van vaste stoffen, het gebruik van een roerstaafje en het reinigen van de kolf vereenvoudigt. De bredere mond maakt de kolf minder geschikt voor toepassingen waarbij een hermetische afsluiting of minimale verdamping vereist is, maar biedt een praktisch alternatief voor werkzaamheden waarbij u de voordelen van de conische vorm wilt behouden zonder de beperking van een smalle hals. Schroefstoppen zijn voor wijdmondse erlenmeyers beschikbaar als afdichtingsoptie.

Hoe ga je op de juiste manier om met een erlenmeyer?

  • Stop nooit een warme erlenmeyer af — afkoeling creëert onderdruk die de stop naar binnen kan trekken of de kolf kan beschadigen.
  • Controleer glaswerk voor gebruik — barsten of chips in de rand of wand zijn voldoende reden om het stuk af te voeren; beschadigd glas breekt onder druk of bij verhitten.
  • Gebruik de juiste stopgrootte — een te losse stop biedt geen afdichting; een te strakke stop is moeilijk te verwijderen en kan bij drukopbouw gevaarlijk zijn.
  • Reinig direct na gebruik — gedroogde residuen in de conische romp zijn moeilijk te verwijderen. Gebruik een flessenborstel voor de hals.
  • Autoclaveer alleen autoclaafbestendig glaswerk — standaard borosilicaatglas erlenmeyers zijn autoclaafbestendig bij 121 °C mits de stop losjes is aangebracht om drukegalisatie toe te staan.

Wat is een erlenmeyer met kurk?

Een erlenmeyer met kurk of rubberstop wordt gebruikt wanneer de inhoud moet worden afgesloten van de omgevingslucht — bijvoorbeeld bij kweektoepassingen, langdurige reacties of opslag van vluchtige vloeistoffen. De cilindrische hals van de erlenmeyer past op genormaliseerde stopmaten. Naast kurk en rubber zijn ook schroefstoppen (voor wijdmondse erlenmeyers) en stoppen met membraaninsert (voor steriele kweek met gasuitwisseling) verkrijgbaar. Voor hermetische afsluiting bij chemisch agressieve inhoud wordt een PTFE-gecoate stop aanbevolen.

Wat is het verschil tussen een bekerglas en een maatcilinder?

Een bekerglas en een maatcilinder lijken op het eerste gezicht verwisselbaar omdat beide cilindrisch van vorm zijn en een volumeschaalverdeling dragen. Het verschil zit in de nauwkeurigheid: een maatcilinder is gekalibreerd maatglaswerk met een tolerantie van doorgaans 0,5–1%, terwijl de schaalverdeling op een bekerglas slechts een indicatie geeft met een foutmarge van 5–10%. Gebruik een bekerglas dus nooit als u een nauwkeurig volume wilt afmeten. Omgekeerd is een maatcilinder minder praktisch voor het verwarmen van vloeistoffen of het mengen met een magneetroerder, omdat de smalle cilindervorm hiervoor onhandig is. Voor de hoogste volumenauwkeurigheid geldt dat een klasse A-maatcilinder of volumetrische pipet de voorkeur heeft boven een standaard maatcilinder.

Welk glaswerk is het meest nauwkeurig?

Voor volumetrische nauwkeurigheid geldt de volgende rangorde, van meest naar minst nauwkeurig: volumetrische pipet en maatkolven (klasse A) > buretten > maatcilinders > bekerglazen en erlenmeyers. Bekerglazen en erlenmeyers zijn niet geijkt en mogen nooit worden gebruikt wanneer nauwkeurig volume-afmeten vereist is. De graduering dient uitsluitend als ruwe indicatie.

Overzichtstabel: bekerglas vs. erlenmeyer

Eigenschap Bekerglas Erlenmeyer
Andere namen Erlenmeyerfles, conische kolf
Vorm Cilindrisch met schenktuit Conisch met smalle hals
Volumebereik 5 ml – 5 l 25 ml – 5 l
Schaalverdeling Indicatief (±5–10%) Indicatief (±5–10%)
Maatglaswerk? Nee Nee
Stop mogelijk? Beperkt (wijdmonds) Ja (kurk, rubber, schroef)
Verdamping Hoog (brede opening) Laag (smalle mond)
Geschikt voor schudden Beperkt Ja
Geschikt voor kweek Nee Ja (met gasdoorlaatbare stop)
Verhitbaar Ja Ja (stop verwijderen)
Autoclaafbestendig Ja Ja (stop los)
Ideaal voor Oplossen, roeren, uitgieten Titraties, kweek, langdurig roeren

Gerelateerde producten en kennisbankartikelen

Bekijk het assortiment bekers en erlenmeyers. Voor nauwkeurig volumewerk zie maatglaswerk. Voor kolven met slijpstukverbinding zie slijpstuk glaswerk. Voor roerstaafjes en mengmaterialen zie de productcategorie roeren en schudden. Voor reinigingsmiddelen voor glaswerk zie het kennisbankartikel over reinigingsmiddelen voor het laboratorium.


Disclaimer: De informatie in dit artikel is bedoeld als algemene technische toelichting. Canidae Seal B.V. / Labvakhandel.nl aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de toepassing van deze informatie in specifieke analytische, klinische of industriële situaties. Raadpleeg voor uw eigen toepassing altijd de geldende normen, vakliteratuur en de documentatie van fabrikant en apparatuur.

Bestellijst

Uw winkelwagen is leeg.