Pompen zijn in het laboratorium onmisbaar voor het doseren van vloeistoffen, het aanzuigen van vacüüm en het transporteren van media door systemen. Maar welk type pomp past bij uw toepassing? In dit artikel leggen we de meest voorkomende laboratoriumpomp-typen uit, bespreken we de verschillen en helpen we u de juiste keuze te maken.
Laboratoriumpomp is een verzamelnaam voor verschillende werkingsprincipes. De keuze hangt af van wat u pompt, welk debiet en welke druk vereist zijn, en of het medium agressief, steriel of viskeus is.
Een peristaltische pomp — ook wel rolpomp of slangenpomp — werkt door een flexibele slang samen te knijpen met rollen of schoenen. De vloeistof wordt voortgeduwd zonder in contact te komen met het pompmechanisme zelf. Dit maakt de peristaltische pomp bij uitstek geschikt voor:
Het debiet is eenvoudig instelbaar door de rotatiesnelheid aan te passen. Slangenpompen zijn onderhoudsarm; bij slijtage vervangt u uitsluitend de slang. Een veelgebruikte variant is de peristaltische doseerpomp, waarbij de slang compatibel is met BTP en siliconenslang en het flowbereik van circa 2,6 tot 30 ml/min loopt.
De term slangenpomp wordt in de praktijk vaak als synoniem voor peristaltische pomp gebruikt, maar verwijst in strikte zin naar pompen waarbij de samenknijping over een langere slanglengte plaatsvindt. Het werkingsprincipe is identiek: geen contact tussen vloeistof en pomponderdelen. Slangenpompen zijn beschikbaar in uitvoeringen voor continue doorstroming of voor nauwkeurige dosering in kleine volumes.
Een waterstraalvacüümpomp maakt gebruik van het venturi-principe: stromend water trekt lucht mee en creëert zo onderdruk. De pomp heeft geen bewegende delen en is daardoor vrijwel onderhoudsvrij. Toepassingen zijn onder meer:
Het maximaal bereikbare vacüüm is beperkt tot de dampdruk van water bij de gebruikte watertemperatuur — doorgaans 20 tot 30 mbar bij 20 °C. De pomp wordt direct op de waterleiding aangesloten en vereist geen elektriciteitsaansluiting.
Een membraanvacüümpomp gebruikt een trillend membraan om lucht te transporteren. Anders dan de waterstraalvacüümpomp is deze onafhankelijk van de waterleiding en kan hij diepere vacüümwaarden bereiken, afhankelijk van het model. Voordelen:
Membraanvacüümpompen zijn beschikbaar in enkelvoudige en meervoudige uitvoeringen voor hogere pompsnelheden.
Bij rotatieverdamping (rotavap) is een membraanvacuümpomp de standaardkeuze. Het vereiste vacuüm hangt af van het te verdampen oplosmiddel: voor ethanol volstaat doorgaans 100–200 mbar, voor dichloormethaan is 400–600 mbar gangbaar en voor water bij 40 °C is circa 70 mbar benodigd. Een membraanpomp met instelbaar vacuüm en een geïntegreerde vacuümmeter geeft optimale procescontrole. PTFE-uitvoering is vereist bij gebruik met agressieve oplosmiddelen zoals THF, DMF en zuren.
Bij gebruik van een vacuümpomp in combinatie met een rotatieverdamper is een koelval (cold trap) sterk aanbevolen: die vangt oplosmiddeldampen op vóór ze de pomp bereiken, wat de levensduur van de pomp sterk verlengt en verontreiniging van het pompolie voorkomt bij oliepompen.
Voor vacuümfiltratie via een Büchner-trechter is een waterstraalvacuümpomp de eenvoudigste en goedkoopste oplossing, mits een wateraansluiting beschikbaar is. Voor situaties zonder wateraansluiting, bij hogere eisen aan het vacuümniveau of bij gebruik met agressieve dampen is een membraanvacuümpomp de betere keuze. Gebruik altijd een vacuümfles (veiligheidsonderbrekerfles) tussen de filtratieopstelling en de pomp om terugzuigen van vloeistof in de pomp te voorkomen.
De slang is het enige onderdeel dat in contact komt met de te pompen vloeistof en bepaalt daarmee zowel de chemische bestendigheid als de levensduur van de pomp. De meest gebruikte slangmaterialen zijn:
Controleer bij elke nieuwe toepassing de chemische bestendigheid van het slangmateriaal aan de hand van het veiligheidsinformatieblad van het te pompen medium. Vervang de slang bij eerste tekenen van slijtage, zwelling of verkleuring.
Een doseerpomp levert nauwkeurig instelbare volumes per tijdseenheid of per slag. Dit type wordt ingezet waar reproduceerbare toevoeging van kleine hoeveelheden vloeistof vereist is, bijvoorbeeld bij titraties, bij het toevoegen van additieven aan reactiemengsels of bij procesautomatisering.
Onderstaande vragen helpen u de juiste keuze te maken:
De slang is het enige slijtageonderdeel. Controleer de slang regelmatig op scheurtjes, vervormingen of verkleuring. Bij continu gebruik wordt vervanging na 500–2.000 draaiuren aanbevolen, afhankelijk van het slangmateriaal en het medium. Gebruik bij wisselen van het te pompen medium altijd een verse slang om kruisbesmetting te voorkomen. Sla reserveslangen op in het donker, bij kamertemperatuur en weg van ozon- of UV-bronnen.
Vrijwel onderhoudsvrij bij correct gebruik. Bescherm de pomp altijd met een koelval of oplosmiddelval (cold trap) om condensatie van oplosmiddeldampen in het membraan te voorkomen. Bij beschadiging van het PTFE-membraan of de terugslagventielen zijn deze doorgaans als serviceonderdelen te vervangen. Laat de pomp na gebruik altijd 5–10 minuten stationair draaien met de vacuümlijn afgesloten om resterende dampen uit te blazen.
Geen slijtageonderdelen. Spoel de pomp na gebruik met schoon water om afzetting van zouten of organische resten te voorkomen. Bij gebruik met corrosieve dampen is een zuurbestendige uitvoering (PP of PVDF) aanbevolen.
In de praktijk worden de termen door elkaar gebruikt. In strikte zin is een slangenpomp een variant waarbij de samenknijping over een langere slanglengte plaatsvindt en hogere debieten mogelijk zijn. Een peristaltische pomp gebruikt rollen of schoenen die een kortere slang samenknijpen voor nauwkeurige dosering bij lagere debieten. Het werkingsprincipe — geen contact tussen vloeistof en pompmechanisme — is bij beide identiek.
Ja. Peristaltische pompen zijn bij uitstek geschikt voor viskeuze vloeistoffen en suspensies, omdat de vloeistof voortgeduwd wordt zonder door kleine openingen of kleppen te moeten stromen. Kies bij zeer hoge viscositeit een pomp met lagere rotatiesnelheid en een grotere slangdiameter voor voldoende doorstroming.
Voor de meeste labschaal rotatieverdampers is een chemisch bestendige membraanvacuümpomp de aangewezen keuze. Kies een model met PTFE-membraan en -ventielen, een instelbaar vacuüm (0–900 mbar) en een eindvacuüm van minimaal 2–5 mbar. Gebruik altijd een koelval tussen de rotatieverdamper en de pomp om de levensduur van de pomp te verlengen.
Spoel na gebruik de slang door met een geschikt oplosmiddel of schoon water, afhankelijk van het gepompte medium. De pompbehuizing kan worden afgeveegd met een vochtige doek. Verwijder de slang voor grondige reiniging of sterilisatie; siliconenslangen zijn doorgaans autoclaveerbaar. Vervang de slang als er twijfel bestaat over de reinheid of integriteit.
Voor titraties wordt doorgaans een piston- of spuitpomp gebruikt die nauwkeurige volumes per slag kan afgeven. Peristaltische doseerpompen met instelbaar debiet zijn ook geschikt voor semi-automatische titratietoepassingen. De keuze hangt af van de vereiste nauwkeurigheid, het volumebereik en de chemische bestendigheid voor het titratiemedium.
Voor titratie zijn twee pompkeuzes geschikt. Een peristaltische doseerpomp is een goede keuze voor semi-automatische titratie: de vloeistof raakt het pompmechanisme nooit, waardoor corrosieve titratiemiddelen zoals zuren, basen en oxidatoren probleemloos worden gedoseerd. Kies siliconen- of Marprene-slang afhankelijk van het medium. Een zuiger- of spuitpomp is de nauwkeurigste keuze voor volumetrische titratie: die levert exact instelbare volumes per slag met een herhaalbaarheid van typisch ±0,1–0,5%. Dit is ook de standaardkeuze in geautomatiseerde titratie-apparatuur zoals Karl Fischer- en potentiometrische titratoren. Voor schoollab of routinelab volstaat een peristaltische doseerpomp; voor analytische titratie waarbij de nauwkeurigheid van het toegevoegde volume bepalend is, is een zuigerpomp de betere keuze.
Bekijk ons assortiment pompen & vacuüm voor het volledige overzicht van peristaltische pompen, membraanvacuümpompen en doseerpompen. Voor filtratie-apparatuur die samen met vacuümpompen wordt gebruikt, zie filtratie-apparatuur. De bijbehorende slangen en verbindingsstukken zijn te vinden onder slangen en toebehoren.
Neem contact op voor advies bij de keuze van de juiste pomp voor uw specifieke toepassing.
Zie ook: Pompen & vacüüm | Filtratie-apparatuur | Slangen en toebehoren
Voor een uitgebreid overzicht van vacuümopbouw, drukbereiken, kolfvallen en regelventttielen, zie ons kennisbankartikel vacuüm in het laboratorium.
Inloggen
Wachtwoord vergeten
Account aanmaken
Uw winkelwagen is leeg.