Filtratie is een scheidingstechniek waarbij een mengsel van vaste en vloeibare (of gasvormige) bestanddelen door een poreus medium wordt geleid. Het filtermedium houdt vaste deeltjes tegen — het residu of het retentaat — terwijl de vloeistof of het gas doorheen gaat als het filtraat. De drijvende kracht achter filtratie kan zwaartekracht, vacuüm, overdruk of centrifugaalkracht zijn.
Filtratie is een van de oudste en meest fundamentele bewerkingen in het laboratorium. De methode wordt toegepast in vrijwel elk vakgebied: van organische synthese en wateranalyse tot microbiologie, farmacie en moleculaire biologie.
Kernbegrippen:
De eenvoudigste vorm van filtratie. Een oplossing wordt in een trechter met filtreerpapier gegoten en stroomt onder invloed van de zwaartekracht door het filter. Het filtraat wordt opgevangen in een kolf of beker eronder.
Wanneer toepassen: bij kwalitatief onderzoek, wanneer snelheid minder belangrijk is, of bij grove scheidingen waarbij het residu het gewenste product is (bijv. kristallisatie).
Aandachtspunten:
Een Kitasato-filtreerfles wordt via een zijarm aan een vacuümpomp of waterstraalpomp gekoppeld. De Büchner-trechter met vlak filtreerpapier wordt bovenop de fles geplaatst. Het onderdruk verschil trekt de vloeistof snel door het filter.
Wanneer toepassen: bij grotere volumes, fijnere precipitaten of wanneer snelheid vereist is. Standaardmethode bij synthese en kristallisatie in het organisch-chemisch laboratorium.
Voor meer achtergrond over vacuümopbouw, pompkeuze en kolfvallen, zie ons kennisbankartikel vacuüm in het laboratorium.
Membraanfiltratie gebruikt synthetische membranen met nauwkeurig gedefinieerde poriëngroottes. Afhankelijk van de poriëngrootte onderscheiden we vier typen:
Sterilisatiefiltratie verdient speciale vermelding: membranen van 0,22 µm worden gebruikt om oplossingen te steriliseren die niet autoclaveerbaarheid zijn (bijv. hittegevoelige media of antibiotica). Dit is een kritische stap in microbiologisch en farmaceutisch werk.
Bij drukfiltratie wordt de vloeistof met overdruk door het filtermedium gedrukt. Dit wordt toegepast bij grote doorstroomsnelheden of wanneer het filterkoek compact moet worden. In de industrie worden filterpersen of filterapparaten met meerdere filterplaten gebruikt. In het laboratorium komt drukfiltratie voor in HPLC-voorbehandeling en in compacte filtratiemodules.
Centrifugaalfiltratie combineert centrifugatie met een filterpatroon. De centrifugaalkracht drijft de vloeistof door de filtermembraan terwijl grotere moleculen of deeltjes achterblijven. Veelgebruikte apparaten zijn Amicon Ultra en Vivaspin filtratiebuizen.
Wanneer toepassen: bij kleine volumes (< 15 ml), concentreren van eiwitten, uitwisselen van buffers (desalting), en verwijderen van kleine moleculen bij eiwitonderzoek of moleculaire biologie.
De keuze van het juiste filtermateriaal is minstens zo belangrijk als de filtratietechniek. De belangrijkste typen zijn:
Ongeacht de gekozen methode volgt een correcte filtratiehandeling vrijwel altijd onderstaande stappen. De precieze uitvoering verschilt per techniek, maar de logica is gelijk.
Monstervoorbereiding voor HPLC, GC en spectroscopische methoden vereist filtratie om vaste deeltjes te verwijderen die kolommen en instrumenten beschadigen. Typisch: spuitfilters van 0,2 of 0,45 µm (nylon of PTFE) voor HPLC-monsters, glasvezelfilters voor TSS-bepaling in watermonsters. Bij vloeistofanalyse met XRF (röntgenfluorescentiespectrometrie) worden vloeistoffen gefilterd via een dunne polyester- of mylarfilm om deeltjes te weren die het meetvenster kunnen beschadigen of het signaal verstoren.
Sterilisatiefiltratie door 0,22 µm membranen is de standaardmethode voor het steriliseren van hittegevoelige vloeistoffen (antibiotica, groeifactoren, serumvrij medium). Membraanfiltratie op een voedingsbodem (membraanfiltermethode) maakt quantitatieve microbiële tellingen in water mogelijk.
Eiwitconcentrering en bufferuitwisseling via centrifugaalfiltratie (Amicon, Vivaspin) is een dagelijkse routine. Ultrafiltratie wordt ook ingezet voor de zuivering van viraal vectormateriaal en exosomen.
Vacuümfiltratie via Büchner-trechter is de standaard voor het isoleren van kristallijn product. Na filtratie wordt het residu gewassen met gekoeld oplosmiddel om onzuiverheden te verwijderen.
Sterilisatiefiltratie via geverifieerde 0,22 µm steriliserende filters (FDA-terminologie: “sterilizing-grade filter”) is verplicht voor injecteerbare geneesmiddelen die niet in eindverpakking gesteriliseerd kunnen worden. Filtratie-integriteitstesten (bubbeltest, diffusietest) zijn vereist conform GMP-richtlijnen.
Filtratie-apparatuur verdient regelmatig onderhoud om betrouwbare resultaten te garanderen:
In een GLP-omgeving (Good Laboratory Practice) gelden aanvullende eisen voor filtratiehandelingen. Filter lot numbers en fabrikantgegevens worden gedocumenteerd in het labdagboek of LIMS. Calibratie van vacuümpompen en drukregelaars is vereist wanneer de druk een kritische parameter is. Filtervalidatie (filterbaarheidstest, integriteitstest) is verplicht voor steriliserende toepassingen.
Zie ook de kennisbankartikel Good Laboratory Practice (GLP) voor de algemene GLP-kaders die van toepassing zijn op filtratieprotocollen.
Labvakhandel levert een breed assortiment filtratieproducten voor het laboratorium, waaronder filtreerpapier, membraanfilters, spuitfilters, Büchner-trechters, Kitasato-filtreerkolfjes en complete vacuümfiltratie-opstellingen. Bekijk het volledige aanbod in onze categorie filtratiematerialen.
Inloggen
Wachtwoord vergeten
Account aanmaken
Uw winkelwagen is leeg.