Voltammetrie is een groep electrochemische analysetechnieken waarbij de stroom in een elektrolytische cel wordt gemeten als functie van de aangelegde potentiaal. Door een gecontroleerd potentiaalverloop (ramp, puls of wisselspanning) aan te leggen op een werkende elektrode, worden electroactieve stoffen gereduceerd of geoxideerd. De resulterende stroom-potentiaalcurve — het voltammogram — bevat zowel kwalitatieve informatie (piekpotentiaal identificeert de stof) als kwantitatieve informatie (piekstroom is evenredig met concentratie). Voltammetrie biedt detectiegrenzen tot in het ng/l-bereik en is bijzonder geschikt voor speciatie-analyse van metalen en electrochemisch actieve organische verbindingen.
Een voltammetrische cel bestaat uit drie elektroden gedompeld in een elektrolytoplossing. De werkende elektrode (WE) is de meet-elektrode waarop de electrochemische reactie plaatsvindt. De referentie-elektrode (RE) levert een stabiel, bekende potentiaal als referentiepunt (Ag/AgCl of verzadigde kalomel-elektrode, SCE). De tegenelektrode (CE, counter electrode) sluit het stroomcircuit via de oplossing zonder de potentiaal van de WE te beïnvloeden. Een potentiostaat regelt het potentiaalverschil tussen WE en RE nauwkeurig en meet de resulterende stroom via de CE.
Bij een twee-elektrodensysteem (zoals in een gewone batterijkring) verandert de potentiaal van de referentie-elektrode zodra er stroom door vloeit — de meting is dan niet meer betrouwbaar. Het drie-elektrodensysteem lost dit op door de functies te scheiden:
Een potentiostaat is het stuurinstrument van een voltammetrische opstelling. Het meet continu het potentiaalverschil tussen de werkende elektrode (WE) en de referentie-elektrode (RE), en past de stroom via de tegenelektrode (CE) aan om het gewenste potentiaalverloop exact te handhaven. Tegelijkertijd meet de potentiostaat de stroom die door het WE–CE-circuit vloeit en registreert dit als functie van de potentiaal — het resultaat is het voltammogram.
Moderne digitale potentiostaten (bijv. Metrohm Autolab, PalmSens, Bio-Logic) kunnen via software elk gewenst potentiaal programma uitvoeren: lineaire ramp (LSV/CV), puls (DPV), rechthoekige golf (SWV) of preconcentratie stripping (ASV). Compacte USB-potentiostaten zijn beschikbaar voor veldmeting en onderwijs (bijv. PalmSens4, EmStat Pico).
De keuze van de werkende elektrode bepaalt het toepasbare potentiaalvenster en de gevoeligheid:
Bij LSV wordt de potentiaal lineair van een startwaarde naar een eindwaarde gevarieerd; de resulterende stroom wordt geregistreerd. CV voegt een retourveeg toe waardoor zowel de reductie- als de oxidatiepiek van een redoxkoppel zichtbaar worden. CV is primair een caracterisatietechniek voor het bestuderen van electrochemisch gedrag, reversibiliteit van redoxkoppels en reactiemechanismen. Typische toepassing: karakterisering van nieuwe materialen, electrokatalysatoren en redoxmediatoren.
DPV legt korte spanningspulsen op een langzame potentiaalramp; het stroomsignaal wordt gemeten aan het einde van elke puls (na wegvallen van de capacitieve laadstroom). DPV geeft piekgewijze voltammogrammen met lage achtergrondstroom en detectiegrenzen tot ca. 10 nmol/l. Standaard analytische methode voor electroactieve stoffen in water en biologische matrices.
SWV combineert een symmetrische rechthoekige wisselspanning met een tredepotentiaal. Door het verschil van de voorwaartse en terugwaartse stroom te meten wordt de achtergrondstroom verder onderdrukt. SWV is sneller dan DPV (analyse in seconden) bij vergelijkbare detectielimieten en is de voorkeursmethode voor snelle routine-analyse.
Stripping voltammetrie bestaat uit twee fasen: een preconcentratiestap waarbij de analyt electrochemisch gedeponeerd of geadsorbeerd wordt op de werkende elektrode, gevolgd door een strippingstap waarbij de gedeponeerde analyt opnieuw wordt geoxideerd of gereduceerd. Door de preconcentratie worden zeer lage detectiegrenzen bereikt:
De vorm van een voltammogram hangt af van de gebruikte techniek:
Het steunelektrolyt (inert zout of buffer, 0,1–1 mol/l) vermindert de weerstand van de oplossing en onderdrukt migratiestroom van de analyt. Gangbare steunelektrolyten zijn acetaatbuffer (pH 4,5 voor Pb/Cd/Zn-ASV), ammoniak/ammoniumchloride (pH 9 voor Cu-ASV), kaliumnitraat en fosfaatbuffer. Opgeloste zuurstof interfereert sterk in reductieve voltammetrie (zuurstofpiek bij −0,1 en −0,9 V vs. Ag/AgCl) en dient verwijderd te worden door de oplossing 5–10 minuten te spoelen met zuivere stikstof of argon.
ASV is de gevoeligste methode voor de bepaling van lood, cadmium en zink in drinkwater, oppervlaktewater en grondwater, met detectiegrenzen ver onder de drinkwaternormen (Pb < 10 µg/l conform EU 2020/2184). Speciatie van arseen (As(III) vs. As(V)) via ASV op goud-elektrode. Bismut-filmelectroden als milieuvriendelijk alternatief voor kwikfilmelektroden.
Kwantificering van electroactieve werkzame stoffen (paracetamol, ascorbinezuur, dopamine-analoga, tetracyclines) via DPV of SWV. Bepaling van zuurstof en waterstofperoxide als reactie-indicator in enzymatische biosensoren (glucose-oxidase, HRP-gebaseerde immunosensoren).
Bepaling van antioxidanten (ascorbinezuur, polyfenolen, tocoferolen) via oxidatieve DPV. Zware metalen (Pb, Cd) in wijn, vruchtensap en babyvoeding via ASV. Nitrieten in vleesproducten en nitraat in groenten via reductieve voltammetrie.
Electrochemische biosensoren combineren een biologisch herkenningselement (enzym, antilichaam, aptameer, DNA) met een electrochemische transducer. Glucosemeters (amperometrisch, glucose-oxidase op screen-printed elektrode) zijn het meest verspreide voorbeeld. Electrochemische immunosensoren voor troponine, PSA en infectieziektemarkoren worden ontwikkeld voor snelle diagnostiek.
Voor pH en ionactiviteitsmetingen is pH-meting en potentiometrische titratie de basiselectrochemische methode. Voor de kwantitatieve bepaling van zuren en basen via titratie is zuurgraadtitratie de aanvullende volumetrische techniek. Voor multi-elementanalyse met hogere doorvoer is ICP-MS/ICP-OES de voorkeursmethode. Ionenscreening in waterige matrices gaat via ionenchromatografie (IC). De organische belasting van afvalwater wordt bepaald via COD- en BZV-analyse. Voor moleculaire structuuranalyse van electrochemisch actieve organische verbindingen bieden NMR en FTIR aanvullende informatie.
Polarografie is de historische term voor voltammetrie met een druppelende kwikelektrode (DME), geïntroduceerd door Jaroslav Heyrovský (Nobelprijs 1959). De term voltammetrie omvat alle technieken waarbij stroom wordt gemeten als functie van potentiaal, ongeacht het elektrodetype. Moderne polarografie gebruikt statische kwikdruppel-elektroden (SMDE) of hangende kwikdruppel-elektroden (HMDE) met pulsmodulatie (DPP, NPP) voor betere detectiegrenzen dan klassieke DC-polarografie.
Jaroslav Heyrovský (1890–1967), een Tsjechische scheikundige aan de Universiteit van Praag, ontwikkelde polarografie in 1922 als de eerste electroanalytische techniek op basis van een druppelende kwikelektrode. In 1959 ontving Heyrovský de Nobelprijs Scheikunde voor deze uitvinding — de eerste en tot nu toe enige Nobelprijs voor een electroanalytische techniek.
Polarografie is historisch de eerste voltammetrische methode en stond aan de basis van alle moderne voltammetrische technieken. De kern van Heyrovský’s doorbraak was het gebruik van een voortdurend verversend kwikdruppel oppervlak (DME), waarmee hij een reproduceerbaar, contaminatievrij elektrodeoppervlak creëerde dat steeds opnieuw beschikbaar was.
Bij klassieke DC-polarografie heeft het stroom-potentiaaldiagram (het polarogram) een karakteristieke S-vorm in plaats van de piekvorm van moderne pulstechnieken. Deze S-curve wordt de polarografische golf genoemd en bestaat uit drie zones:
Het midden van de stijgende flank — het punt waar de stroom de helft van de limietstroom bedraagt — wordt de halfgolfspotentiaal (E½) genoemd. E½ is karakteristiek voor elke electroactieve stof en dient als kwalitatief identificatiekenmerk, vergelijkbaar met de retentietijd in chromatografie. Bij moderne pulspolarografie (DPP, NPP) verandert de S-golf in een piekvorm met veel lagere detectiegrenzen.
Opgeloste zuurstof wordt gereduceerd in twee stappen bij respectievelijk −0,1 V (tot H₂O₂) en −0,9 V (tot OH⁻) versus Ag/AgCl, wat grote stoorsignalen geeft in het potentiaalvenster dat voor de meeste reductieve analyses wordt gebruikt. Ontgassing met zuivere stikstof (minimaal 99,998 % zuiver) of argon gedurende 5–10 minuten verwijdert de opgeloste zuurstof. Handhaaf een inert-gasdeken boven de oplossing tijdens de meting om heroplossing te voorkomen.
Ja — alle verbindingen met een oxideerbare of reduceerbare functionele groep zijn in principe toegankelijk voor voltammetrie. Fenolen, kinonen, nitro-aromaten, purines, pyrimidines en veel geneesmiddelen geven goed gedefinieerde voltammetrische pieken. Niet-electroactieve verbindingen kunnen indirect worden bepaald via enzymatische of immunochemische reacties gekoppeld aan een electrochemische transducer (biosensor-aanpak).
Deze pagina is onderdeel van de Labvakhandel kennisbank. Canidae Seal B.V. / Labvakhandel.nl is niet aansprakelijk voor de toepassing van deze informatie in specifieke analytische situaties.
Inloggen
Wachtwoord vergeten
Account aanmaken
Uw winkelwagen is leeg.