Helderveldmicroscoop: werking, preparaten en beperkingen

Een helderveldmicroscoop is de klassieke lichtmicroscoop (brightfield-microscoop): het licht gaat van onderen door het preparaat en u ziet donkere of gekleurde structuren tegen een lichte achtergrond. Het is de microscoop op school, in het klinisch laboratorium en in de microbiologie, en het statief waarop donkerveld, fasecontrast en fluorescentie als uitbreiding worden gebouwd. Het artikel Microscoop: types, onderdelen en gebruik behandelt de microscoop als geheel. Dit artikel richt zich op de techniek zelf: hoe het contrast ontstaat, welke preparaten u ermee bekijkt en hoe u die voorbereidt, hoe u het beeld optimaliseert en waar de grenzen liggen.

Helderveld in vier stappen: lichtbron en condensor, absorptie in het preparaat, objectief dat het doorgelaten licht opvangt en een donker beeld op een lichte achtergrond

Wat is een helderveldmicroscoop?

Een helderveldmicroscoop is een lichtmicroscoop met doorvallend licht en een gewone condensor, zonder extra contrastvoorzieningen. In de dagelijkse praktijk is dit wat men een gewone of samengestelde microscoop noemt. Het gezichtsveld is helder verlicht, en het preparaat verschijnt als schaduw of als kleur op die lichte achtergrond.

De techniek is eenvoudig, robuust en goedkoop in onderhoud. Dat verklaart waarom de meeste studie- en routinemicroscopen in de basis als helderveldmicroscoop zijn uitgevoerd. Het nadeel is dat transparante, ongekleurde preparaten nauwelijks contrast geven.

Hoe werkt helderveldmicroscopie?

Het beeld ontstaat door absorptie van licht:

  1. Een lichtbron, tegenwoordig meestal een led, schijnt door de condensor op het preparaat.
  2. Het licht gaat van onderen recht door het preparaat heen.
  3. Gekleurde of dichte delen absorberen of verstrooien een deel van het licht; doorzichtige delen laten het bijna volledig door.
  4. Het objectief vangt het doorgelaten licht op en het oculair vergroot het beeld: donkere of gekleurde structuren op een lichte achtergrond.

De verlichting wordt bij voorkeur ingesteld volgens Köhler. Hoe dat werkt, staat stap voor stap in Microscoop: types, onderdelen en gebruik.

Waar komt het contrast in helderveld vandaan?

Het contrast komt uit absorptie. Een kleurstof die zich aan celonderdelen bindt, een pigment zoals chlorofyl, of een dicht en dik weefseldeel houdt licht tegen. Een doorzichtige cel in water doet dat nauwelijks. Daarom worden de meeste preparaten voor helderveld gefixeerd en gekleurd; zie Microscopische preparaten: voorbereiding en kleuringen.

Onderdelen en vergroting bij helderveld

De vergroting en de resolutie worden bepaald door het objectief, het oculair en de numerieke apertuur (NA). De tabel geeft de gangbare combinaties met een 10× oculair.

ObjectiefTotale vergrotingGangbare NATypisch gebruik
4×40×Circa 0,10Overzicht, preparaat zoeken
10×100×Circa 0,25Weefselstructuur, grotere organismen
40×400×Circa 0,65Cellen, celkernen, schimmels
100× olie-immersie1000×Circa 1,25Bacteriën, bloeduitstrijkjes

De waarden zijn indicatief; de NA staat op het objectief gegraveerd en verschilt per uitvoering. Voor het 100× objectief is immersieolie nodig, omdat de lichtstralen anders buiten het objectief worden gebroken.

Hoe heet de bovenste lens van een microscoop?

De lens waar u doorheen kijkt, bovenaan de tubus, is het oculair (ook wel oogglas). Meestal vergroot het oculair 10×. Het oculair vergroot het beeld dat het objectief vormt, maar voegt geen detail toe.

Welke vergrotingen heeft een microscoop?

De totale vergroting is de vergroting van het oculair vermenigvuldigd met die van het objectief. Met een 10× oculair en objectieven van 4×, 10×, 40× en 100× komt u op 40×, 100×, 400× en 1000×. Een revolver met vier objectieven is de gangbare opzet voor een helderveldmicroscoop.

Wat is de maximale vergroting van een lichtmicroscoop?

De bruikbare vergroting wordt begrensd door de resolutie, ruwweg 200 tot 300 nanometer voor een lichtmicroscoop. Als vuistregel ligt de nuttige vergroting tussen 500 en 1000 keer de NA van het objectief; bij een NA van 1,25 tot 1,4 is dat ruwweg 600 tot 1400×. Daarboven wordt het beeld groter maar niet scherper, en spreekt men van lege vergroting.

Wat is een goed microscoopobjectief?

Let op de NA, de correctieklasse en de dekglasdikte. Een achromaat corrigeert kleur- en beeldfouten voor twee kleuren; een plan-achromaat geeft daarnaast een vlak beeldveld; een plan-apochromaat corrigeert nog verder en wordt gebruikt voor veeleisend werk en fotografie. Op het objectief staat bijvoorbeeld 40/0,65 en 0,17: vergroting, NA en de dekglasdikte in millimeters waarvoor het is berekend. Gebruik dus een dekglaasje van de juiste dikte.

Hoe stelt u helderveld in en gebruikt u de microscoop?

Een goede instelling levert meer beeldkwaliteit op dan een duurder objectief.

  1. Begin met het objectief met de laagste vergroting en zoek het preparaat met de grofinstelling.
  2. Stel de lichtintensiteit in met de lamp, niet met het diafragma.
  3. Stel de verlichting in volgens Köhler: veldiafragma scherp afgebeeld en gecentreerd, condensor op hoogte.
  4. Sluit het aperturediafragma tot ongeveer 70 tot 80 procent van de NA van het objectief: dat geeft goed contrast zonder dat de resolutie sterk afneemt.
  5. Ga stap voor stap naar een hoger objectief en stel telkens bij met de fijninstelling.
  6. Gebruik bij het 100× objectief één druppel immersieolie en reinig daarna objectief en preparaat.

Wat doet het aperturediafragma met het beeld?

Een te ver geopend diafragma geeft een vlak, overbelicht beeld met weinig contrast. Een te ver gesloten diafragma geeft meer contrast, maar ook diffractiestructuren, randen rondom objecten en verlies van resolutie. Stel het diafragma dus in als compromis en gebruik het niet om de helderheid te regelen.

Waar pak je een microscoop vast?

Pak de microscoop met één hand vast aan de arm (het statief) en ondersteun hem met de andere hand onder de voet. Houd hem rechtop, zodat het oculair niet uit de tubus valt. Pak de microscoop niet vast bij de tubus, de preparaattafel of de objectieven.

Welke preparaten zijn geschikt voor helderveld?

Helderveld werkt het best voor dunne, gekleurde preparaten en voor structuren met een eigen kleur. De tabel geeft gangbare voorbeelden.

PreparaatVoorbereidingWat u ziet
UienvliesNat preparaat, eventueel jodiumoplossingRechthoekige cellen, celwanden en celkernen
Waterpest (Elodea)Nat preparaat, geen kleuringCellen met groene chloroplasten
WangslijmvliesMethyleenblauwPlatte cellen met blauwe celkern
Bacterie-uitstrijkjeFixeren en Gram-kleuringPaarse of rode bacteriën, vorm en rangschikking
BloeduitstrijkjeFixeren en Romanowsky-kleuringRode en witte bloedcellen, bloedplaatjes
WeefselcoupeFixeren, snijden, H&E-kleuringWeefselopbouw, celkernen en cytoplasma
GistcellenNat preparaat, eventueel methyleenblauwRonde tot ovale cellen, knopvorming

Meer over fixeren en kleuren leest u in Microscopische preparaten: voorbereiding en kleuringen en, voor bacteriën, in Gram-kleuring: protocol, troubleshooting en kwaliteitscontrole.

Wat zie je onder de microscoop?

Dat hangt af van het preparaat en de vergroting. Met een 40× objectief ziet u cellen en celkernen, met een 100× olie-immersieobjectief ook bacteriën en de details van bloedcellen. Ongekleurde, doorzichtige preparaten tonen in helderveld weinig; gekleurde preparaten en preparaten met eigen pigment tonen veel.

Wat kan je zien met een lichtmicroscoop?

Een lichtmicroscoop toont cellen, celkernen, chloroplasten, bacteriën, schimmels, protozoën, weefselopbouw en kleine organismen. Structuren kleiner dan ongeveer 200 nanometer zijn niet afzonderlijk te onderscheiden. Virussen, DNA-moleculen en atomen zijn dus niet te zien.

Wat kan je allemaal onder een microscoop leggen?

Wat u onder de microscoop bekijkt, moet dun en doorschijnend zijn: een uienvlies, waterpest, pollen, wangslijmvlies, een bloeduitstrijkje, gist, vezels of kristallen. Vijverwater is geschikt, maar levende organismen zijn in helderveld lastig te volgen. Dikke of ondoorzichtige voorwerpen, zoals munten of insecten, bekijkt u beter met een stereomicroscoop met opvallend licht.

Hoe wordt bloed onder de microscoop bekeken?

Men maakt een bloeduitstrijkje: een druppel bloed wordt in een dunne laag over een objectglas uitgestreken, gedroogd, gefixeerd en gekleurd, meestal met een Romanowsky-kleuring zoals May-Grünwald-Giemsa. Onder het 100× objectief met immersieolie zijn rode bloedcellen, witte bloedcellen en bloedplaatjes te onderscheiden. Een telkamer wordt gebruikt om cellen te tellen; zie Hemocytometer (telkamer).

Welke bloedcellen zijn verhoogd bij kanker?

Dat verschilt per aandoening. Bij sommige vormen van leukemie zijn witte bloedcellen of onrijpe voorlopercellen verhoogd, bij andere vormen is het aantal juist normaal of laag. Een microscoop toont de cellen, maar de beoordeling en een diagnose zijn voorbehouden aan een arts of klinisch analist. Raadpleeg bij klachten uw huisarts.

Hoe herken je gist onder de microscoop?

Gistcellen zijn ronde tot ovale cellen van ongeveer 5 tot 10 micrometer, groter dan bacteriën, en vertonen vaak knopvorming: een kleinere dochtercel hangt aan de moedercel. Methyleenblauw wordt als klassieke indicatie gebruikt voor de levensvatbaarheid: dode cellen kleuren blauw, levende cellen blijven kleurloos. Meer over het kweken en tellen van eencelligen leest u in Eencelligen kweken in het laboratorium.

Hoe zien mensen as eruit onder de microscoop?

As bestaat uit de anorganische resten van verbranding, bij menselijke as vooral calciumfosfaat uit botweefsel. Onder de microscoop ziet u onregelmatige, vaak hoekige korrels en fragmenten in grijs en wit, meestal ondoorzichtig. Omdat de korrels niet doorschijnend zijn, geeft opvallend licht, bijvoorbeeld met een stereomicroscoop, een beter beeld dan helderveld. De bepaling van het asgehalte in een monster staat in Asgehalte en gloeirest bepalen.

Beperkingen van helderveld en alternatieven

Helderveld heeft een duidelijke grens: levende, doorzichtige cellen en ongekleurde bacteriën geven nauwelijks contrast. Kleuren lost dat op, maar doodt vaak de cellen en kan artefacten geven. Voor levend, ongekleurd materiaal zijn andere contrastmethoden beter geschikt.

EigenschapHelderveldDonkerveldFasecontrastFluorescentie
Contrast ontstaat doorAbsorptie van lichtVerstrooid lichtFaseverschillenUitgezonden fluorescentielicht
AchtergrondLichtZwartLichtgrijsZwart
Ongekleurd, levendWeinig contrastGoed voor kleine deeltjesGoed voor cellen in kweekAlleen met fluorescente label of autofluorescentie
Ideaal voorGekleurde uitstrijkjes en coupesKleine deeltjes, spirochetenLevende cellen, celkweekSpecifieke structuren en eiwitten

Wat is donkerveldmicroscopie?

Donkerveldmicroscopie is een contrastmethode waarbij alleen het door het preparaat verstrooide licht het objectief bereikt. Objecten lichten helder op tegen een zwarte achtergrond. Het is geschikt voor kleine, ongekleurde deeltjes en bewegende bacteriën. Zie Donkerveldmicroscoop: werking, condensor en toepassingen.

Wanneer is fasecontrast of fluorescentie beter dan helderveld?

Fasecontrast is beter voor levende cellen in kweek, omdat het faseverschillen omzet in helderheid zonder kleuring. Zie Fasecontrastmicroscoop: werking, onderdelen en gebruik. Fluorescentie is beter voor het aantonen van specifieke structuren of eiwitten met een fluorescent label; zie Fluorescentie-microscopie.

Kan ik een helderveldmicroscoop ombouwen voor donkerveld of fasecontrast?

Dat is vaak mogelijk. Een eenvoudige donkerveldschijf in de condensor of een fasecontrastset met ringdiafragma’s en fasecontrastobjectieven maakt van veel helderveldmicroscopen een instrument met meer contrastmethoden. Controleer bij de fabrikant of de condensorhouder en de objectieven geschikt zijn.

Welke soorten microscopen zijn er?

Helderveld is slechts een van de technieken binnen de lichtmicroscopie. Hieronder volgen de gangbare indelingen en de grenzen van de lichtmicroscoop.

Wat zijn de drie belangrijkste soorten microscopen?

De drie hoofdgroepen zijn lichtmicroscopen, elektronenmicroscopen en scanning-probemicroscopen. Binnen de lichtmicroscopen zijn helderveld, donkerveld, fasecontrast en fluorescentie de gangbare technieken. Zie Microscoop: types, onderdelen en gebruik.

Wat is het verschil tussen een lichtmicroscoop en een elektronenmicroscoop?

Een lichtmicroscoop gebruikt zichtbaar licht en glazen lenzen, met een resolutie van ruwweg 200 nanometer. Een elektronenmicroscoop gebruikt een elektronenbundel en elektromagnetische lenzen in vacuüm, en bereikt een resolutie tot ver onder de nanometer. Het beeld is monochroom, en de preparaatvoorbereiding is veel ingrijpender. Zie Elektronenmicroscopie (SEM en TEM).

Wat is de sterkste microscoop?

De grootste vergroting en resolutie bieden elektronenmicroscopen, tot op de schaal van atomen, en scanning-probemicroscopen zoals atomaire krachtsmicroscopie (AFM). Bij lichtmicroscopen verlegt super-resolutiemicroscopie de grens onder de diffractielimiet. Voor het eigen vakgebied bepaalt de vraag, niet de sterkte, welke microscoop het best past.

Geschiedenis van de microscoop

De helderveldmicroscoop is de oudste vorm van de lichtmicroscoop. De eerste instrumenten waren al helderveld.

Wie heeft de microscoop uitgevonden?

De samengestelde microscoop wordt vaak toegeschreven aan de Middelburgse brillenmaker Zacharias Janssen, rond 1590, al is die toeschrijving onder historici omstreden. Robert Hooke publiceerde in 1665 zijn Micrographia, met tekeningen van wat hij met een samengestelde microscoop zag. Antonie van Leeuwenhoek uit Delft beschreef met zelfgeslepen lenzen als eerste systematisch levende micro-organismen.

Heeft Nederland de microscoop uitgevonden?

Nederland speelt een grote rol in de geschiedenis van de microscoop, via Janssen en Van Leeuwenhoek, en later via de fasecontrastmicroscoop van Frits Zernike. Of de microscoop strikt een Nederlandse uitvinding is, is onder historici een punt van discussie.

Welke Nederlander heeft de microscoop uitgevonden?

Meestal wordt Zacharias Janssen uit Middelburg genoemd, naast zijn vader Hans. Van Leeuwenhoek is geen uitvinder van de samengestelde microscoop, maar wel de bekendste gebruiker van de enkelvoudige microscoop met een zeer sterke lens. Hij zag als eerste bacteriën en protozoën.

Hoe zag de eerste microscoop eruit?

De eerste samengestelde microscopen bestonden uit een buis met een lens aan elk uiteinde, met een beperkte vergroting en een matige beeldkwaliteit. Van Leeuwenhoek gebruikte juist een enkele kleine lens, in een metalen plaatje gevat en vlak voor het oog gehouden. Met zelfgeslepen lenzen haalde hij naar verluidt ruwweg 200 tot 300 keer vergroting.

Waar moet ik op letten bij het kopen van een microscoop?

Kijk naar de volgende punten:

  • Objectieven: een revolver met 4×, 10×, 40× en 100× olie-immersie, bij voorkeur plan-achromaten.
  • Condensor met aperturediafragma, en een veldiafragma voor Köhler-belichting.
  • Een regelbare led-lichtbron met voldoende helderheid.
  • Een stabiel statief met een soepele fijninstelling.
  • Een binoculaire of trinoculaire tubus, als u beelden wilt vastleggen met een camera.
  • De mogelijkheid om later donkerveld, fasecontrast of fluorescentie toe te voegen.

De Welke microscoop kiezen? Keuzewijzer voor laboratoria helpt u bij de keuze van het basisinstrument.

Welke microscoop moet ik kopen?

Dat hangt af van uw preparaat en vraagstelling. Voor gekleurde preparaten, bloeduitstrijkjes en coupes is een helderveldmicroscoop de standaard. Voor levende, ongekleurde cellen kiest u fasecontrast, voor kleine deeltjes donkerveld, en voor vaste voorwerpen een stereomicroscoop. Zie de keuzewijzer.

Voor helderveldmicroscopie vindt u bij Labvakhandel lichtmicroscopen en microscoopcamera’s in de webgroep optisch onderzoek, telkamers en objectglasdispensers in glaswerk voor microbiologie, immersieolie en kleurstoffen bij kleurstoffen en reagentia voor microscopie en een microscoopreinigingsset in reiniging. Neem contact op voor advies over een geschikte microscoop.

Onderdeel van: Klinisch laboratorium · Milieulaboratorium

Geschreven door Labvakhandel, specialist in laboratoriumbenodigdheden voor bedrijven en instellingen.


Disclaimer: De informatie in dit artikel is bedoeld als algemene technische toelichting. Canidae Seal B.V. / Labvakhandel.nl aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de toepassing van deze informatie in specifieke analytische, klinische of industriële situaties. Raadpleeg voor uw eigen toepassing altijd de geldende normen, vakliteratuur en de documentatie van fabrikant en apparatuur.

Bestellijst

Uw winkelwagen is leeg.