De MTT-assay is de meest gebruikte methode voor het bepalen van celviabiliteit en celproliferatie in het laboratorium. Het principe berust op de omzetting van het gele tetrazoliumzout MTT door metabolisch actieve cellen in een paars formazanproduct, waarvan de hoeveelheid spectrofotometrisch wordt gemeten. Hoe meer levende, metabolisch actieve cellen aanwezig zijn, hoe intenser de kleur. De assay wordt ingezet voor cytotoxiciteitstests, screeningsstudies van geneesmiddelen, en de beoordeling van behandelingseffecten op celgroei en -overleving. Voor de toepassing van viabiliteitsassays op driedimensionale celstructuren, zie het kennisbankartikel 3D-celkweek: sferoïden, scaffolds, hydrogelen en organ-on-chip.
Celviabiliteit (ook wel cellevensvatbaarheid of cellulaire levensvatbaarheid) is het percentage levende cellen in een celmonster ten opzichte van het totale aantal cellen. Een hoge celviabiliteit geeft aan dat cellen metabolisch actief en intact zijn; een lage celviabiliteit duidt op celdood, stress of beschadiging. In celkweekexperimenten is een celviabiliteit van 90% of hoger de standaard voor gezonde kweken die geschikt zijn voor experimenten. Een celviabiliteit onder 70% wijst op problemen met het kweekmilieu, een besmetting, of een giftig effect van een teststof.
Een celviabiliteit onder 80–85% in een routine celkweek wijst vrijwel altijd op een pre-analytisch probleem. De meest voorkomende oorzaken zijn:
Afhankelijk van de oorzaak zijn de volgende maatregelen effectief:
Voor de MTT-assay specifiek geldt dat lage celviabiliteit in de kweek zich direct vertaalt naar een laag en variabel MTT-signaal. Controleer de viabiliteit altijd met een trypan blauw-telling vóór aanvang van de assay en verwerk uitsluitend kweken met een viabiliteit van 90% of hoger.
Levensvatbare cellen hebben een intacte celmembraan, een functionerend metabolisme en het vermogen om te delen. Niet-levensvatbare cellen hebben de membraanintegriteit verloren — een van de vroegste en meest betrouwbare indicatoren van celdood. Dit onderscheid vormt de basis van veel viabiliteitstesten: kleurstoffen zoals trypan blauw dringen door beschadigde membranen, waardoor dode cellen blauw kleuren en levende cellen kleurloos blijven.
Celbeschadiging is de eerste stap op weg naar verlies van celviabiliteit. De oorzaken worden ingedeeld in vier categorieën:
De MTT-assay detecteert celbeschadiging indirect: zodra de metabole activiteit van een cel daalt — als vroeg signaal van schade, vóór membraanruptuur — neemt het formazansignaal af. Voor het onderscheid tussen reversibele beschadiging (verminderd metabolisme) en onomkeerbare celdood (membraanbreuk) is een aanvullende methode nodig, zoals een LDH-vrijzettingsassay of trypan blauw-exclusie.
MTT staat voor 3-(4,5-dimethylthiazol-2-yl)-2,5-difenyltetrazoliumbromide, een geel, wateroplosbaar tetrazoliumzout. Metabolisch actieve cellen reduceren MTT tot paars, onoplosbaar formazan. De reductie wordt uitgevoerd door NAD(P)H-afhankelijke oxidoreductasen, waarvan oorspronkelijk werd aangenomen dat ze uitsluitend mitochondriaal waren (succinaatdehydrogenase). Modern onderzoek heeft echter aangetoond dat zowel mitochondriale als cytoplasmatische en endosomale enzymen bijdragen aan de reductie. Het signaal is daarmee een maat voor de algehele metabole activiteit van de cel, niet uitsluitend voor mitochondriale functie. De assay is kwantitatief: de intensiteit van de paarse kleur, gemeten via absorptie bij 570 nm, is evenredig met het aantal levende, metabolisch actieve cellen.
NAD(P)H — de gereduceerde vorm van nicotinamide-adeninedinucleotide (NADH) en nicotinamide-adeninedinucleotidefosfaat (NADPH) — is de centrale elektronendonor in de MTT-reductie. Oxidoreductasen in de cel gebruiken NADH of NADPH om elektronen over te dragen op het MTT-molecuul, waardoor het tetrazoliumzout wordt omgezet naar formazan. De concentratie NAD(P)H in een cel is rechtstreeks gekoppeld aan de glycolyse, de citroenzuurcyclus en de mitochondriale ademhalingsketen: processen die alleen actief zijn in metabolisch levende cellen. Dode of beschadigde cellen hebben een sterk verlaagd NAD(P)H-gehalte en geven daardoor nauwelijks of geen formazansignaal. Dit maakt NAD(P)H-afhankelijke reductie tot een betrouwbare proxy voor cellulaire vitaliteit. Belangrijk voorbehoud: stoffen die het celmetabolisme stimuleren of remmen zonder cellen te doden — zoals metabole inhibitoren of bepaalde groeifactoren — beïnvloeden het NAD(P)H-gehalte en daarmee het MTT-signaal, zonder dat het celaantal verandert. In zulke gevallen geeft de MTT-assay metabole activiteit weer, niet uitsluitend het aantal levende cellen.
De MTT-assay is de aangewezen keuze wanneer u snel, goedkoop en in hoge doorvoer de metabolische activiteit van cellen wilt kwantificeren. De methode is bijzonder geschikt voor:
De voordelen ten opzichte van oudere methoden zijn aanzienlijk: er is geen radioactiviteit nodig (zoals bij tritiumthymidine-incorporatie), de reagentia zijn stabiel en breed beschikbaar, en het protocol past binnen een standaard werkdag. Ten opzichte van fluorescentiegebaseerde methoden is de MTT-assay doorgaans kostenefficiënter en minder gevoelig voor interferentie door autofluorescentie van het medium. De methode heeft echter ook beperkingen: het is een eindpuntmeting (de cellen worden gelyseerd), en stoffen die zelf reducerend werken of sterk absorberen bij 570 nm kunnen het signaal verstoren. In die gevallen verdient een alternatieve methode de voorkeur — zie de vergelijkingstabel verderop in dit artikel.
Het biochemische principe verloopt in drie stappen:
Formazan absorbeert maximaal bij circa 570 nm (het absorptiemaximum ligt tussen 540 en 590 nm, afhankelijk van het oplosmiddel). Bij deze golflengte is het signaal het sterkst en de gevoeligheid het hoogst. De referentiegolflengte van 630–690 nm wordt gebruikt voor achtergrondcorrectie; bij die golflengten absorbeert formazan nauwelijks, zodat het verschil tussen 570 nm en de referentiegolflengte een betrouwbaarder signaal oplevert.
De MTT-assay is in de kern een UV/Vis-meting: het geproduceerde formazan wordt spectrofotometrisch gekwantificeerd bij 570 nm volgens de wet van Lambert-Beer.
DMSO wordt gebruikt als solubilisatiemiddel omdat het formazankristallen snel en volledig oplost in een homogene, paarse oplossing die stabiel is voor spectrofotometrische meting. DMSO is ook effectief bij kamertemperatuur, waardoor het protocol eenvoudig en snel uitvoerbaar is. Nadeel: DMSO is hygroscopisch en damp kan de microplaatlezer beïnvloeden; de plaat moet direct na toevoeging van DMSO worden afgelezen. Bovendien lyseert DMSO de cellen, waardoor de meting een eindpunt is en er na de assay geen levende cellen meer beschikbaar zijn.
Voor MTT-assays op 96-well platen versnelt een meerkanaalspipet zowel de mediaverwijdering als de DMSO-solubilisatie aanzienlijk. De pipet keuzewijzer helpt u bepalen of een handmatige of elektronische uitvoering het best aansluit op uw werkstroom.
De totale doorlooptijd van een MTT-assay bedraagt doorgaans één tot meerdere dagen, afhankelijk van de behandelingsduur. De aanzetstap (inzaaien en aangroeien) vraagt 24 uur; de behandeling met de teststof duurt 24–72 uur afhankelijk van het experimentele ontwerp. De eigenlijke MTT-stap — incubatie, solubilisatie en uitlezing — neemt vervolgens 3–4 uur in beslag. Bij een standaard cytotoxiciteitsexperiment met 48 uur behandeling rekent u dus op een totale werkduur van ongeveer drie dagen, waarvan de actieve handen-aan-het-werk-tijd beperkt is tot enkele uren.
MTT-poeder is relatief stabiel bij bewaring op een droge, donkere en koele plek (2–8 °C), maar is lichtgevoelig en hygroscopisch: blootstelling aan licht versnelt afbraak, en vocht kan het poeder doen klonteren en de oplosbaarheid verlagen. Bewaar MTT-poeder altijd in een goed afgesloten, lichtdichte verpakking. MTT-oplossing (in PBS of serumvrij medium) is beduidend minder stabiel dan het poeder: bereid bij voorkeur vers op de dag van gebruik, of bewaar gealiquoteerde porties maximaal 1–2 weken bij −20 °C in lichtdichte tubes. Vermijd herhaald invriezen en ontdooien. Een goed voorteken van bruikbaarheid is de kleur: een heldergele oplossing is correct; een oranje of bruine verkleuring duidt op oxidatie en geeft aanleiding tot een lagere of variabele MTT-reductie. Verwijder in dat geval de oplossing en bereid een nieuwe batch.
Ja, de MTT-assay leent zich goed voor automatisering. De stapsgewijze opzet — vloeistoftoevoeging, incubatie en spectrofotometrische uitlezing — is volledig compatibel met liquid handling robots en geïntegreerde laboratoriumsystemen. In routinematige screeningslaboratoria en farmaceutisch onderzoek worden de volgende stappen geautomatiseerd uitgevoerd:
Aandachtspunten bij automatisering zijn de timing van de solubilisatiestap (DMSO verdampt snel; directe uitlezing na toevoeging is essentieel) en de nauwkeurige kalibratie van dispens-volumes bij kleine wellvolumes in 384-wells formaat.
Voor een betrouwbare MTT-assay moet het inzaaigetal binnen het lineaire bereik van de assay vallen: de absorptie moet recht evenredig zijn met het aantal cellen. Het optimale inzaaigetal hangt af van het celtype, de behandelingsduur en de proliferatiesnelheid. Vuistregels:
Een celkalibratiecurve (absorptie versus inzaaigetal, gemeten op het tijdstip van MTT-toevoeging) is voor elke nieuwe cellijn essentieel om het lineaire bereik vast te stellen. Buiten dit bereik treedt verzadiging op (te veel cellen, signaal vlakt af) of is het signaal te dicht bij de detectiegrens (te weinig cellen).
De celviabiliteit wordt uitgedrukt als percentage ten opzichte van een onbehandelde controlereeks:
Celviabiliteit (%) = (absorptie behandeld − absorptie blanco) / (absorptie onbehandeld controle − absorptie blanco) × 100
Een waarde van 100% betekent geen effect op celviabiliteit; een waarde van 50% duidt op een halvering van het signaal. Voor een betrouwbare berekening is het essentieel dat de blanco-wells (medium zonder cellen, maar met MTT en DMSO) worden meegemeten en van alle absorptiewaarden worden afgetrokken.
Bij dosis-respons-curves worden verschillende drempelwaarden gebruikt die niet altijd hetzelfde betekenen:
Voor een correcte interpretatie wordt een dosis-respons-curve gefit met een sigmoïdaal model (vier-parameter Hill-vergelijking), waaruit IC50/GI50 en de Hill-coëfficiënt worden afgeleid.
IC50 en CC50 worden in de literatuur soms door elkaar gebruikt, maar betekenen niet hetzelfde. IC50 (Inhibitory Concentration 50%) is een brede term voor de concentratie waarbij een biologisch effect — zoals enzymremming, groeiremming of virusreplicatieremming — met 50% is afgenomen ten opzichte van de controle. CC50 (Cytotoxic Concentration 50%) is specifieker: het is de concentratie waarbij 50% van de cellen cytotoxische schade ondervindt, gemeten via een viabiliteitsassay zoals de MTT-assay. In antiviraal en antimicrobieel onderzoek worden beide waarden vaak naast elkaar gerapporteerd. Uit de verhouding CC50/IC50 wordt de selectiviteitsindex (SI) berekend: een hoge SI betekent dat een stof effectief is tegen het doelwit (virus, bacterie) bij concentraties die voor de gastheercel weinig toxisch zijn. Een SI van 10 of hoger geldt doorgaans als minimumdrempel voor verdere ontwikkeling van een kandidaatverbinding.
Voor publicatie- en regelgevingskwaliteit gelden de volgende richtlijnen:
De MTT-assay is een kwantitatieve methode: de gemeten absorptie is binnen een lineair bereik proportioneel aan het aantal metabolisch actieve cellen. Het lineaire bereik hangt af van het celtype en de celdichtheid, maar ligt typisch tussen 1.000 en 50.000 cellen per well bij een 96-well formaat. Buiten dit bereik is de relatie niet meer lineair en zijn resultaten onbetrouwbaar.
Celviabiliteit en cytotoxiciteit zijn twee kanten van dezelfde munt, maar meten een ander aspect:
Cytotoxiciteit en viabiliteit zijn niet altijd elkaars perfecte spiegelbeeld: een afname van het MTT-signaal kan worden veroorzaakt door celdood (echte cytotoxiciteit), maar ook door een louter anti-proliferatief effect waarbij cellen levend blijven maar niet meer delen. Voor het onderscheid is een aanvullende methode nodig, zoals een LDH-vrijzettingsassay (specifiek voor membraanschade) of trypan blauw-exclusie.
Celproliferatie en apoptose zijn tegengestelde processen. Celproliferatie is de toename van het celaantal door celdeling; apoptose is geprogrammeerde, gecontroleerde celdood. De MTT-assay meet metabolische activiteit en kan beide niet direct onderscheiden: een afname van het MTT-signaal kan duiden op verminderde proliferatie, apoptose, of necrose. Voor het onderscheid tussen apoptose en necrose zijn aanvullende methoden nodig, zoals caspase-activiteitstests of annexine-V/propidiumjodide-flowcytometrie.
Ja, de MTT-assay kan in aangepaste vorm worden toegepast op bacteriën en andere micro-organismen. Bacteriële cellen bezitten eveneens NAD(P)H-afhankelijke oxidoreductasen die MTT kunnen reduceren tot formazan, waardoor metabolisch actieve bacteriën een meetbaar signaal geven. De methode wordt onder meer ingezet voor:
De uitvoering wijkt op enkele punten af van de eukaryote versie. Bacteriën hebben geen mitochondriën; de MTT-reductie verloopt primair via membraangebonden en cytoplasmatische oxidoreductasen. De incubatietijd, pH en buffersamenstelling moeten worden afgestemd op het gebruikte organisme. Daarnaast kan de celwand van gramnegatieve bacteriën de penetratie van MTT beperken, wat de signaalintensiteit verlaagt. Een celvrije blanco en een groeicurve zijn ook hier onmisbaar voor een betrouwbare interpretatie.
Naast de MTT-assay zijn er andere veelgebruikte celviabiliteitstests, elk met eigen voor- en nadelen:
WST-1 en WST-8 (het actieve bestanddeel van CCK-8) zijn tetrazoliumzouten van de tweede generatie die zijn ontwikkeld om de belangrijkste praktische beperking van MTT te omzeilen: de noodzaak van een solubilisatiestap. Waar MTT een onoplosbaar formazanprecipitaat vormt dat met DMSO moet worden opgelost, produceren WST-1 en WST-8 een wateroplosbaar formazanproduct dat direct in het medium wordt gemeten. Dit levert een eenvoudiger protocol op met minder pipetteerstappen en minder kans op variatie door onvolledige oplossing. Daarnaast zijn WST-gebaseerde assays niet-destructief: het medium kan na de meting worden verwijderd en de cellen blijven in leven voor vervolgexperimenten. Een ander verschil is dat WST-reductie voornamelijk extracellulaire enzymen en membraangebonden reducerende activiteit meet, terwijl MTT ook intracellulaire reductie omvat. In de praktijk zijn de uitkomsten voor de meeste celtypen vergelijkbaar, maar bij cellen met afwijkende membraanpermeabiliteit of bij stoffen die de membraanintegriteit beïnvloeden, kunnen de twee methoden uiteenlopende resultaten geven. MTT blijft de voorkeursmethode wanneer een lager reagensiakostenniveau en een breed gevalideerd protocol doorslaggevend zijn; WST-1/CCK-8 verdient de voorkeur wanneer herhaalde metingen op dezelfde cellen, eenvoudiger automatisering of vermijding van DMSO-blootstelling prioriteit hebben.
Foetaal bovien serum (FBS) bevat groeifactoren, hormonen, adhesieproteïnen en transporteiwitten die essentieel zijn voor de proliferatie en het overleven van de meeste celtypes in kweek. Een concentratie van 10% FBS is de standaard voor veel cellijnen en biedt een optimale balans tussen groeiondersteuning en kostprijs. Te weinig FBS leidt tot verminderde celgroei en lagere viabiliteit; te veel FBS kan de resultaten van cytotoxiciteitstests verstoren doordat serumeiwitten teststoffen binden. Voor de MTT-assay is het standaard om alle behandelingen in medium met hetzelfde FBS-percentage uit te voeren als de kweekcondities.
De MTT-assay is onderdeel van een bredere celkweekpraktijk. Zie het kennisbankartikel over celkweektechnieken voor achtergrond bij het opzetten en onderhouden van celkweken. Bekijk ook het artikel over bioreactoren en fermentatie voor schaalvergroting van celkweekprocessen. Voor microplaatlezers, pipetten en verbruiksartikelen voor de MTT-assay kunt u terecht in de categorie biotechnologie & moleculaire biologie of petrischalen, PCR-platen & microtiterplaten.
Onderdeel van: Klinisch laboratorium
Disclaimer: De informatie in dit artikel is bedoeld als algemene technische toelichting. Canidae Seal B.V. / Labvakhandel.nl aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de toepassing van deze informatie in specifieke analytische, klinische of industriële situaties. Raadpleeg voor uw eigen toepassing altijd de geldende normen, vakliteratuur en de documentatie van fabrikant en apparatuur.
Inloggen
Wachtwoord vergeten
Account aanmaken
Uw winkelwagen is leeg.