Slijpstuk glaswerk — ook wel geslepen glaswerk of normaalslip glaswerk genoemd — is laboratoriumglaswerk waarbij de verbindingspunten zijn voorzien van nauwkeurig geslepen conische verbindingen. Deze slijpstukken maken het mogelijk om verschillende glazen componenten lucht- en dampdicht te koppelen zonder gebruik van slangetjes of ander hulpmateriaal. Slijpstuk glaswerk is onmisbaar in de organische en anorganische chemie, bij destillatie, reflux, extractie en vacuümopstellingen.
Voor een algemeen overzicht van alle typen laboratoriumglaswerk, materialen en eigenschappen, zie het kennisbankartikel laboratorium glaswerk.
Een Normaal slijpstuk (afgekort NS, internationaal ook aangeduid als ground glass joint of standard taper joint) is een genormeerde conische slijpverbinding waarbij de buitenkegel van het ene onderdeel precies past op de binnenkegel van het andere. De coniciteit — de hoekvorm van de kegel — is voor alle NS-verbindingen gelijk: 1:10. Dat wil zeggen dat de diameter per 10 mm lengte met 1 mm afneemt.
De maatvoering van een NS-slijpstuk wordt weergegeven als twee getallen, gescheiden door een schuine streep: NS xx/yy. Het eerste getal is de buitendiameter van de kegel in millimeters, gemeten op het breedste punt. Het tweede getal is de lengte van de geslepen zone in millimeters. Een slijpstuk aangeduid als NS 29/32 heeft dus een buitendiameter van 29 mm en een slijplengte van 32 mm.
De gangbare normaalslip maten in laboratoria zijn, van klein naar groot:
De meest gangbare maat in het standaard laboratorium is NS 29/32, gevolgd door NS 24/29 en NS 14/23. Let bij het samenstellen van een opstelling altijd op dat alle componenten dezelfde NS-maat dragen — NS-verbindingen zijn onderling niet uitwisselbaar tussen verschillende maten.
De mannelijke kegel (de buitenslijping) past precies in de vrouwelijke kegel (de binnenslijping). Voor een goed sluitende en smeerselvrije verbinding dient het geslepen oppervlak schoon en vrij van krassen te zijn. Bij vacuümopstellingen of langdurig gebruik wordt een dunne laag slijpsmeer (ofwel silicone kranenvet) aangebracht om de verbinding dampdicht te maken en vastlopen te voorkomen. Bij gebruik met sterke zuren, basen of halogeenhoudende oplosmiddelen kan slijpsmeer reageren met het medium — overweeg in dat geval PTFE-mantelafdichtingen of slijpstukken zonder smeer.
De meest voorkomende slijpstuk glasartikelen in een organisch-chemisch of analytisch laboratorium zijn: rondbodemkolven met NS-hals, destillatiebruggen, refluxkoelers (bolkoelers en Liebig-koelers), driewegkranen, aanvoerbuizen, thermometeradapters, druppeltrechters, scheitrechters met NS-stop, Dean-Stark-apparaten en vacuümadapters. Al deze componenten zijn onderling combineerbaar zolang de NS-maat overeenkomt.
Laboratoriumglaswerk wordt ingedeeld naar functie. De vier belangrijkste categorieën zijn:
Een uitgebreidere lijst van veelgebruikte glaswerktypen:
Een NS-slijpstukverbinding is conisch geslepen glas-op-glas: geen rubber, geen plastic. Voordelen zijn de inertie (geen contaminatie van verbindingsmateriaal), de herbruikbaarheid en de geschiktheid voor hoge temperaturen en vacuüm. Een schroefdopverbinding (zoals GL 14, GL 18, GL 25 of GL 45) gebruikt een schroefdraad met een inlegrubber of PTFE-afdichting. Schroefdopverbindingen zijn sneller te openen en te sluiten, minder gevoelig voor vastlopen en bij flessenopstellingen de standaard. NS-verbindingen zijn de voorkeur bij complexe chemische opstellingen; schroefdopverbindingen bij opslag en eenvoudig gebruik.
Ja, DURAN® borosilicaatglas slijpstuk glaswerk is autoclaveerbaar bij de standaard cycli van 121 °C en 134 °C. Verwijder voor het autoclaveren eventueel aanwezig slijpsmeer, PTFE-mantelafdichtingen of rubberen afdichtingen die niet hittebestendig zijn. Zorg dat de slijpstukverbindingen niet gesloten zijn tijdens het autoclaveren om drukopbouw in de kolf te voorkomen.
Laboratoriumglaswerk wordt vrijwel uitsluitend gemaakt van borosilicaatglas (borosilicaat 3.3), een glastype dat speciaal is ontwikkeld voor chemische en thermische belasting. De belangrijkste eigenschappen:
Reinig slijpstuk glaswerk direct na gebruik om vastgedroogde residuen te voorkomen. Spoel eerst met een geschikt oplosmiddel, gevolgd door water en een laboratoriumdetergent. Vermijd schurende reinigingsmiddelen en metalen borstels op de geslepen oppervlakken — krassen verminderen de sluitkwaliteit van de verbinding. Vastgelopen slijpstukken kunt u voorzichtig losmaken door de verbinding kort te verwarmen of door een korte periode in een ultrasonicator te plaatsen. Bij machinaal reinigen in een laboratoriumvaatwasser geldt hetzelfde als voor regulier glaswerk: gebruik een korte cyclus bij lage temperatuur met weinig alkalisch reinigingsmiddel om het geslepen oppervlak te ontzien.
Laboratoriumglaswerk is doorgaans gemarkeerd met de volgende aanduidingen:
Twijfel je of je glaswerk borosilicaat of gewoon sodaglas is? Een snelle test: leg het glaswerk onder een UV-lamp. Borosilicaatglas fluoresceert licht blauw-groen; gewoon natronkalkglas (sodaglas) fluoresceert sterker blauw-wit. Voor zekerheid: koop laboratorium glaswerk altijd bij een gespecialiseerde leverancier die het glastype garandeert.
Inloggen
Wachtwoord vergeten
Account aanmaken
Uw winkelwagen is leeg.