HEPA-filters, ULPA en filterefficiëntie: klassen, werking en cleanroom-koppeling

HEPA- en ULPA-filters vormen het hart van elke gecontroleerde luchtomgeving in het laboratorium: van een LAF-kast of biologische veiligheidskast tot een volwaardige cleanroom voor GMP-productie. Dit artikel behandelt de werking en de filterklassen conform EN 1822 (recent overgezet in ISO 29463), de betekenis van de MPPS, de test- en certificeringsmethoden, en de directe koppeling met de luchtreinheidsklassen uit ISO 14644. Waar de bestaande artikelen over werkkasten en BSL-klassen HEPA vooral als kastonderdeel benoemen, gaat deze pagina de diepte in op filterefficiëntie, meetmethoden en filterkeuze.

HEPA en ULPA filterklassen volgens EN 1822 met bijbehorende ISO 14644 cleanroom-klassen

Wat is een HEPA-filter?

HEPA staat voor High Efficiency Particulate Air. Een HEPA-filter is een diepbedfilter opgebouwd uit een willekeurig netwerk van fijne glasvezels (borosilicaat) die worden gevouwen tot een compact filtermedium met een groot filteroppervlak in een klein volume. Tussen de vouwen bevinden zich aluminium of thermoplastische separators die het filtermedium op afstand houden en zo een gelijkmatige luchtstroom garanderen. Het filter is aan de randen ingegoten in een polyurethaan of siliconen afdichting en vastgezet in een metalen of houten frame, dat lekvrij in de kast of het luchtkanaal wordt geplaatst.

Een correct geplaatst HEPA-filter vangt niet alleen stof af, maar ook rookdeeltjes, sporen, bacteriën, virusdragende aerosolen en de meeste industriële nanoparticles. Het filter is niet effectief tegen gassen en dampen; daarvoor is een chemisorptiefilter nodig, doorgaans een actief-koolfilter in een recirculatiezuurkast.

Filtratiemechanismen: waarom een HEPA werkt

Een HEPA-filter zeeft niet in de klassieke zin: de vezelafstanden zijn groter dan de deeltjes die het afvangt. De filtering berust op drie parallelle mechanismen die tegelijk optreden, elk dominant in een ander deeltjesgroottebereik.

Mechanisme Dominant bereik Werkingsprincipe
Inertie (impactie) Groter dan circa 1 µm Zware deeltjes wijken door hun massa niet mee met de luchtstroom rond de vezel en botsen frontaal tegen het vezeloppervlak.
Onderschepping (interceptie) Circa 0,3–1 µm Deeltjes die de luchtstroom wel volgen worden afgevangen wanneer hun baan binnen één deeltjesstraal van de vezel komt.
Diffusie (Brownse beweging) Kleiner dan circa 0,1 µm Zeer kleine deeltjes worden door botsingen met luchtmoleculen willekeurig door de bedding gestuwd; het risico op contact met een vezel wordt daardoor groot.

Elektrostatische aantrekking speelt een aanvullende rol bij synthetische filtermedia. In borosilicaatglasvezel-HEPA’s is dit effect beperkt; hier telt vooral de mechanische combinatie van bovenstaande drie mechanismen.

De MPPS: de zwakste plek in de curve

De filtratie-efficiëntie is niet constant over alle deeltjesgroottes. Waar inertie afneemt terwijl diffusie nog onvoldoende bijdraagt, ontstaat een efficiëntieminimum. Dit minimum ligt voor een standaard HEPA-glasvezelmedium tussen circa 0,12 en 0,25 µm en heet de Most Penetrating Particle Size (MPPS). HEPA- en ULPA-filters worden expliciet op hun MPPS gecertificeerd — niet op de historische testwaarde van 0,3 µm die veel consumentenaanduidingen nog hanteren. Voor alle deeltjesgroottes buiten de MPPS is een gecertificeerd filter efficiënter dan de opgegeven klasse.

Filterklassen conform EN 1822 en ISO 29463

Zwevendedeeltjesfilters voor luchtbehandeling zijn in Europa gecertificeerd volgens EN 1822 (delen 1 t/m 5). Deze norm is inmiddels grotendeels overgezet in de wereldwijde ISO 29463-serie; voor de praktijk in het laboratorium blijven de aanduidingen E, H en U in gebruik. De norm onderscheidt drie hoofdgroepen: EPA (efficient particulate air), HEPA (high efficiency particulate air) en ULPA (ultra low penetration air).

Groep Klasse Integrale efficiëntie bij MPPS Integrale doorlaat Lokale efficiëntie
EPAE10≥ 85 %≤ 15 %
E11≥ 95 %≤ 5 %
E12≥ 99,5 %≤ 0,5 %
HEPAH13≥ 99,95 %≤ 0,05 %≥ 99,75 %
H14≥ 99,995 %≤ 0,005 %≥ 99,975 %
ULPAU15≥ 99,9995 %≤ 0,0005 %≥ 99,9975 %
U16≥ 99,99995 %≤ 0,00005 %≥ 99,99975 %
U17≥ 99,999995 %≤ 0,000005 %≥ 99,9999 %

De integrale efficiëntie is het gemiddelde over het gehele filteroppervlak; de lokale efficiëntie geldt voor elk afzonderlijk meetpunt en voorkomt dat lokale zwakke plekken (bijvoorbeeld bij een randafdichting) door een goed gemiddeld resultaat worden gemaskeerd. Vanaf klasse H13 wordt daarom naast een integrale test ook een lekscan uitgevoerd — een puntsgewijs onderzoek van het gehele filteroppervlak op microlekken. E-klasse filters worden alleen op integrale efficiëntie getest en gelden juridisch niet als HEPA.

Voorfilters en de ISO 16890-groep

Voor de bescherming van een HEPA-filter tegen grove stofbelasting wordt een voorfilter geplaatst. Deze filters vielen historisch onder EN 779 (klassen G1–G4 grof, M5–M6 medium, F7–F9 fijn), maar zijn vanaf 2018 vervangen door ISO 16890, die filters classificeert naar hun efficiëntie tegen fijnstoffracties PM10, PM2,5 en PM1. Een gangbare combinatie in een LAF-kast of luchtbehandelingskast is een voorfilter ISO ePM1 60–80 % (voorheen F7–F9) gevolgd door een H14-eindfilter. Het voorfilter verlengt de standtijd van het HEPA-filter aanzienlijk en beperkt de vervangfrequentie tot de norm van 3–5 jaar bij gemiddelde belasting.

Verschil tussen HEPA en ULPA

Beide filtertypen berusten op hetzelfde vezelbedding-principe, maar ULPA gebruikt een fijner vezeldiameter en een hogere pakkingsdichtheid. Daardoor is de doorlaatratio een factor 10 tot 100 lager. De keerzijde is een hogere drukval en dus een grotere ventilator, hoger energieverbruik en snellere verzadiging bij dezelfde stofbelasting.

Kenmerk HEPA (H13 / H14) ULPA (U15 – U17)
Efficiëntie bij MPPS99,95 – 99,995 %99,9995 – 99,999995 %
Vezeldiameter (typisch)Circa 0,5 – 2 µmCirca 0,2 – 0,5 µm
Drukval bij nominale flowCirca 150 – 300 PaCirca 300 – 500 Pa
Cleanroom-passingTot en met ISO 5 (LAF/BSC)ISO 1 – ISO 4
Typische toepassingBSC, LAF-kast, farma cleanroom klasse A/B, ziekenhuisHalfgeleiderproductie, nanotechnologie, wafer-fab

Voor microbiologische veiligheidskasten en farmaceutische bereiding volstaat een H14; ULPA is in de meeste laboratorium- en zorgomgevingen niet nodig. Zie voor de indeling van cleanroom-omgevingen het artikel over ISO 14644 cleanroom-klassen.

Koppeling met ISO 14644 en EU GMP

De filterklasse alleen bepaalt niet welke cleanroom-klasse in de ruimte wordt bereikt. De uiteindelijke deeltjesconcentratie hangt óók af van de luchtwisselingsfrequentie (ACH), de plaatsing van de filters, het drukregime tussen ruimten, de bouwkundige uitvoering en het gedrag van het personeel. Als vuistregel geldt echter de volgende praktische koppeling.

Filterklasse eindfilter Haalbaar tot ISO-klasse EU GMP-zone Typische toepassing
H13ISO 6 – ISO 7Graad C – DAlgemeen microbiologisch werk, farma-achtergrond
H14ISO 5Graad A – BAseptische bereiding, celkweek, BSC klasse II
U15ISO 4Micro-elektronica, optische assemblage
U16 – U17ISO 1 – ISO 3Halfgeleider-wafer-fab, nanotechnologie

De EU GMP Annex 1 (revisie 2022) schrijft H14 voor als eindfilter voor unidirectionele luchtstroom in graad A-zones en voor de HEPA-elementen van isolatoren en RABS-systemen. Zie EudraLex Volume 4 voor de complete Annex-teksten.

Testen en certificering van HEPA-filters

Een HEPA-filter is een veiligheidscomponent. Elke individueel filter wordt in de fabriek 100 % getest voordat het uit productie mag; na plaatsing in de kast of het luchtkanaal wordt bovendien een in-situ-test uitgevoerd en jaarlijks herhaald. De twee gebruikelijke testmethoden zijn:

  • DOP-test — Dispersed Oil Particulate. Er wordt een aerosol van di-2-ethylhexyl-ftalaat (DEHP) opgewekt en stroomopwaarts van het filter geïnjecteerd. Stroomafwaarts wordt de concentratie gemeten met een fotometer of deeltjesteller. DOP is de historische standaard; DEHP is inmiddels een CMR-stof waardoor moderne certificerings­bedrijven vaak overstappen op PAO.
  • PAO-test — Poly-Alpha-Olefine (Emery 3004). Chemisch inert alternatief voor DEHP, met gelijke aerosolkarakteristieken. PAO wordt tegenwoordig standaard toegepast in Europese laboratoria en farmafaciliteiten.
  • Lekscan (integrity test) — een deeltjesteller of fotometersonde beweegt op circa 25 mm afstand puntsgewijs over het gehele filteroppervlak, met een scan-snelheid van maximaal 5 cm/s. Elke lokale doorlaat boven 0,01 % (H14) of 0,05 % (H13) telt als lekkage en vereist vervanging of afdichting.

Aanvullend meet de certificeerder de luchtsnelheid (anemometer, doorgaans 0,3–0,5 m/s laminair), het drukverschil over het filter (manometer of tetradruk-meter) en het herstel na verstoring. Certificering wordt uitgevoerd conform ISO 14644-3. Zonder een geldig hercertificaat mag de kast of ruimte formeel niet voor de opgegeven klasse worden gebruikt.

Wanneer moet een HEPA-filter vervangen worden?

Niet op basis van tijd, maar op basis van meting. De drie triggers voor vervanging zijn:

  • Overschrijding van de leklimiet bij de jaarlijkse integrity-test — direct vervangen.
  • Drukvalstijging tot circa het dubbele van de initiële waarde — filtermedium verzadigd, capaciteit onvoldoende.
  • Zichtbare schade aan het medium, randafdichting of frame — nooit doorwerken; filter vervangen en hercertificeren.

In een biologische veiligheidskast vereist elke filtervervanging eerst een decontaminatie van de kast met vaporized hydrogen peroxide (VHP) of formaline, gevolgd door hercertificering. Doe dit nooit zelf zonder de vereiste training.

Filterkeuze per toepassing

Toepassing Aanbevolen eindfilter Aanvullende eisen
Horizontale LAF-kast, celkweekH14Voorfilter ISO ePM1 60–80 %; jaarlijkse PAO-test
Biologische veiligheidskast IIH14Certificering conform EN 12469; VHP-decontaminatie bij vervanging
Biologische veiligheidskast III (BSL-3/4)H14, dubbel in serieGasdichte behuizing; safe-change (bag-in/bag-out) filterhouder
Isolator aseptische farmaH14Overdruk 15–20 Pa; VHP-decontaminatiecyclus
Recirculatiezuurkast (chemisch)H13 na actief-koolfilterFilter chemisch bestand; regelmatige monitoring op doorslag
Farma-cleanroom graad A/BH14Turbulente of unidirectionele flow; ISO 14644-classificatie
Halfgeleider wafer-fabU15 – U17Unidirectionele flow; ISO 1 – ISO 4
Stofafzuiging cytostaticaH14Bag-in/bag-out; incineratie van gebruikte filters

Persoonlijke bescherming: het HEPA-equivalent voor de longen

De filterklassen voor persoonlijke adembescherming (FFP1/FFP2/FFP3 volgens EN 149 en P1/P2/P3 volgens EN 143) zijn geen HEPA-klassen — ze worden op andere testaerosolen (natriumchloride, paraffine-olie) gemeten en de maskerlek is in de klasse meegenomen. Een FFP3-masker filtert minimaal 99 % van de deeltjes met een maximale binnenlek van 2 %, wat qua deeltjesbescherming vergelijkbaar is met een H13-filter. Voor werkzaamheden waarbij een LAF-kast of BSC de omgevingslucht al reinigt, blijft persoonlijke adembescherming een aanvulling, geen vervanging. Werk met risicogroep 3-agentia vereist altijd zowel een gecertificeerde H14-kast als FFP3-bescherming.

Veelgestelde vragen over HEPA-filters, ULPA en luchtklassen

Wat is het verschil tussen een HEPA- en een ULPA-filter?

Een HEPA-filter (klasse H13 – H14) heeft een minimum efficiëntie van 99,95 % tot 99,995 % bij de MPPS. Een ULPA-filter (klasse U15 – U17) haalt 99,9995 % of hoger en filtert dus 10 tot 1000 keer meer deeltjes weg. De keerzijde is een hogere drukval en energieverbruik. ULPA is nodig voor halfgeleiderproductie en de allerhoogste cleanroom-klassen (ISO 1 – ISO 4); voor de meeste laboratorium-, farma- en zorgtoepassingen volstaat H14.

Wat betekent MPPS en waarom is 0,3 µm géén standaardgetal meer?

MPPS staat voor Most Penetrating Particle Size — de deeltjesgrootte waarbij een filter zijn laagste efficiëntie haalt (circa 0,12 – 0,25 µm bij een standaard glasvezel-HEPA). De historische Amerikaanse HEPA-definitie hanteerde 0,3 µm omdat destijds geen apparatuur beschikbaar was om kleiner te meten. Sinds EN 1822 (1998) en ISO 29463 wordt op MPPS getest, wat een strengere en fysisch juiste eis is. Voor alle andere deeltjesgroottes is de werkelijke efficiëntie van een gecertificeerd filter altijd hoger dan het opgegeven percentage.

Om de efficiëntieklassen concreet te maken: een H13-filter laat bij de MPPS maximaal 5 deeltjes per 10.000 door; een H14 maximaal 5 per 100.000; een U15 maximaal 5 per 10.000.000. Het verschil tussen opeenvolgende klassen is steeds een factor 10 in doorgelaten deeltjes, niet een fractie van een procent.

Welke HEPA-klasse hoort bij welke ISO 14644 cleanroom-klasse?

Bij een goed ontworpen luchtbehandeling geldt als vuistregel: H13 voor ISO 7 – ISO 8 (EU GMP graad C/D), H14 voor ISO 5 (graad A/B), U15 voor ISO 4 en U16 – U17 voor ISO 1 – ISO 3. De haalbare klasse hangt echter ook af van de luchtwisselingsfrequentie, plaatsing van de filters, drukverschillen en gedrag van het personeel; het filter alleen is nooit voldoende. Zie voor de volledige indeling het artikel ISO 14644 cleanroom-klassen.

Kun je een HEPA-filter reinigen of regenereren?

Nee. Een HEPA-filter is een diepbedfilter: de opgevangen deeltjes zitten door de gehele dikte van het glasvezelmedium. Uitkloppen, wassen of stofzuigen beschadigt de vezelmatrix en maakt het filter onbruikbaar. Bij verzadiging of leklimietoverschrijding is vervanging de enige optie. Reserve-HEPA’s bewaart u droog en stofvrij in de originele verpakking; ze mogen niet worden geknikt of belast.

Wat is een DOP- of PAO-test?

Beide zijn integriteitstests waarbij een aerosol stroomopwaarts van het filter wordt geïnjecteerd en de doorlaat stroomafwaarts wordt gemeten. DOP (Dispersed Oil Particulate) gebruikte oorspronkelijk DEHP; omdat deze stof als CMR is geclassificeerd, is PAO (Poly-Alpha-Olefine) inmiddels de standaard geworden. De test wordt uitgevoerd bij inbedrijfstelling en vervolgens minimaal jaarlijks door een geaccrediteerde partij. Zonder geldig testrapport is de kast formeel niet certificeerbaar.

Hoe lang gaat een HEPA-filter mee?

Bij normaal gebruik met een geschikt voorfilter drie tot vijf jaar. De werkelijke levensduur wordt bepaald door meting: verdubbeling van de drukval, overschrijding van de leklimiet of zichtbare schade zijn de drie vervangtriggers. Continu gebruik in stoffige omgevingen of zonder voorfilter kort deze termijn drastisch in.

Werkt een HEPA-filter tegen virussen en aerosolen?

Ja, mits het virus zich bevindt op of in een aerosol- of druppeldeeltje. Vrije virions (25 – 300 nm) worden juist zeer effectief afgevangen — ze vallen binnen het diffusiedominante bereik, waar HEPA’s hoger scoren dan bij hun MPPS. De praktische virusbelasting in lucht bestaat vrijwel altijd uit druppelkernen van 1 – 5 µm; deze worden door H13 en H14 met vrijwel 100 % efficiëntie afgevangen. HEPA-filtratie is daarom het uitgangspunt in isolatiekamers en biologische veiligheidskasten voor werk met infectieus materiaal.

Wat is het verschil tussen een HEPA-filter en een membraanfilter voor vloeistof?

Een HEPA-filter verwerkt lucht via een diepbedmechanisme; een membraanfilter (0,22 of 0,45 µm) filtert vloeistoffen door een dun polymeermembraan met vaste poriegrootte. Beide worden ingezet voor steriele bereiding, maar zijn niet onderling uitwisselbaar. De keuze voor de juiste vloeistof-membraan is beschreven in het artikel laboratoriumfiltratie.

Waar moet je op letten bij het plaatsen van een nieuwe HEPA?

Op vier punten: (1) transport en bewaring stof- en trilvrij, filter altijd verticaal met de vouwen naar boven; (2) plaatsing zonder de vouwen te raken — beschadigde vezels lekken permanent; (3) volledige afdichting rondom het frame, controleer met tetradruk-test op bypass-lekkage; (4) hercertificering met PAO-test en lekscan voordat de kast weer in gebruik gaat. Vervanging in een BSC vereist voorafgaande VHP-decontaminatie.

Wat is een safe-change of bag-in/bag-out filterhouder?

Een filterhouder waarbij het vervuilde filter tijdens vervanging in een polyethyleen zak wordt geschoven en luchtdicht wordt afgesloten voordat het van de behuizing wordt losgemaakt. De onderhoudsmedewerker komt zo nooit in aanraking met het filtermateriaal. Deze constructie is standaard voor BSL-3/4-kasten, cytostatica-afzuiging en radiologische toepassingen.

Vangt een HEPA-filter schimmelsporen en bacteriën af?

Ja. Schimmelsporen hebben een diameter van circa 2–10 µm en bacteriën van circa 0,5–5 µm; beide liggen ruimschoots boven de MPPS van een HEPA-filter. Ze worden afgevangen via inertie en interceptie, met een efficiëntie die bij H13 en H14 vrijwel 100 % benadert. Een correct geplaatst en gecertificeerd H14-filter in een biologische veiligheidskast of LAF-kast levert daarmee een microbiologisch steriele luchtstroom op de werkzone. Letscore: het filter vangt de sporen af maar vernietigt ze niet; een verzadigd of beschadigd filter kan bij vervanging sporen vrijgeven. Decontamineer de kast daarom altijd vóór filtervervanging (VHP of formaline) en laat de vervanging uitvoeren door getraind personeel.

Wat filtert een HEPA-filter niet weg?

Een HEPA-filter is uitsluitend effectief tegen deeltjes: stof, sporen, bacteriën, virusdragende aerosolen en nanoparticles. Het filter heeft geen werking tegen gassen en dampen, zoals organische oplosmiddelen, zuren, ammoniak, formaldehyde of andere vluchtige stoffen. Voor die toepassingen is een chemisorptiefilter op basis van geactiveerde kool nodig, zoals in een recirculatiezuurkast. In combinatie met een HEPA-filter (zoals bij sommige recirculatiezuurkasten) worden zowel deeltjes als dampen aangepakt, maar alleen als beide filtertypen aanwezig en niet verzadigd zijn. Controleer bij gebruik van gevaarlijke stoffen altijd of uw kast is voorzien van het juiste filtertype voor uw specifieke chemicaliën; een HEPA alleen biedt in die situatie geen bescherming.

Hoe herkent u een gecertificeerde HEPA en wat is een "HEPA-type" filter?

Een gecertificeerde HEPA-filter draagt een filterklasse-aanduiding conform EN 1822 of ISO 29463: H13, H14, U15 of hoger, met bijbehorende efficiëntiewaarde en een individueel testrapport of certificaatnummer. Dit rapport is per filter opgesteld en toetsbaar. Een zogenaamd HEPA-type of HEPA-like filter is een commerciële aanduiding zonder normering: er is geen gestandaardiseerde efficiëntie-eis, geen lekscan en geen individuele certificering. Dergelijke filters worden aangetroffen in consumentenapparaten en sommige goedkopere afzuigsystemen. Voor laboratorium-, farma- en zorgtoepassingen zijn uitsluitend EN 1822-gecertificeerde filters met klasse-aanduiding en testrapport toegestaan. Vraag bij aanschaf altijd het filterklassecertificaat op; ontbreekt dit, dan is het filter niet geschikt voor gecontroleerde luchtomgevingen.

Wat is de MERV-waarde van een HEPA- of ULPA-filter?

MERV (Minimum Efficiency Reporting Value) is een Amerikaans classificatiesysteem voor luchtfilters, vastgelegd in ASHRAE 52.2. De schaal loopt van MERV 1 (grove voorfilters) tot MERV 16 (hoogste klasse binnen het systeem). Een HEPA-filter conform EN 1822 valt buiten de MERV-schaal: de testmethode, de deeltjesgrootte waarop wordt gemeten en de efficiëntie-eisen zijn niet rechtstreeks vergelijkbaar. Als indicatie wordt HEPA H13 soms gelijkgesteld aan MERV 17–18 en H14 aan MERV 19–20, maar dit zijn geen officiële equivalenties. Voor Europese laboratoria en farmaceutische productie is uitsluitend de EN 1822 / ISO 29463-klasse juridisch bindend; MERV-aanduidingen op filterlabels zijn in deze context niet toetsbaar en mogen niet als vervanging worden gebruikt.

Hoe bereken je de efficiëntie van een HEPA-filter?

De efficiëntie (E) en de doorlaat of penetratie (P) zijn elkaars complement: P = 100 − E (in procenten), of in decimale vorm P = 1 − E. Een H13-filter met een integrale efficiëntie van 99,95 % heeft een doorlaat van 0,05 %; een H14 van 99,995 % heeft een doorlaat van 0,005 %. Het verschil tussen H13 en H14 is dus een factor 10 in doorgelaten deeltjes, niet een verschil van 0,045 procentpunt. Bij U17 (99,999995 %) is de doorlaat nog eens een factor 1000 lager dan bij H14. In de praktijk meet een deeltjesteller stroomopwaarts (C₁) en stroomafwaarts (C₂) van het filter; de efficiëntie volgt dan uit E = 1 − (C₂ / C₁). De lekscan controleert vervolgens of geen enkel lokaal meetpunt de toegestane lokale doorlaat overschrijdt (0,025 % voor H13, 0,0025 % voor H14).

Wat gebeurt er als u een HEPA-filter niet op tijd vervangt?

Een verzadigd filter verhoogt de luchtweerstand: de ventilator levert minder volume bij hogere drukval, waardoor de laminaire stroomsnelheid op de werkzone daalt. Zodra de snelheid onder de norm van circa 0,3 m/s zakt, is de luchtreinheidsklasse in de kast niet meer gegarandeerd — ook al filtert het medium zelf nog steeds. Bij een biologische veiligheidskast betekent dit bovendien dat de containment-werking afneemt: contaminanten kunnen de werkzone bereiken of de omgevingslucht bereiken. Een filter dat de leklimiet overschrijdt zonder te worden vervangen, laat meetbare concentraties deeltjes door op de locatie van het lek, terwijl het gemiddelde filtergetal nog acceptabel lijkt. In een aseptische omgeving of bij werk met pathogenen is dit direct een veiligheidsincident. Vervang het filter zodra één van de drie vervangtriggers (drukvalverdubbeling, overschrijding leklimiet, zichtbare schade) optreedt, en hercertificeer de kast daarna altijd opnieuw.

Stoten HEPA-filters glasvezels of microplastics uit?

Borosilicaatglasvezel-HEPA's kunnen in theorie losse vezelfragmenten afgeven, met name bij mechanische beschadiging van het filtermedium tijdens transport, plaatsing of gebruik. Bij een intact, correct geplaatst filter is de vezelemissie aan de schone zijde verwaarloosbaar: de laminaire luchtstroom passeert het medium in de richting van de vezelbinding, en losse vezels worden door het medium zelf teruggehouden. Synthetische HEPA-media (polypropyleen, glasvezel-composiet) kunnen bij beschadiging microplasticdeeltjes afgeven. Voor toepassingen waarbij vezelemissie een aandachtspunt is — zoals farma-productie of celkweek — wordt een H14-filter van borosilicaat met een gecertificeerde randafdichting en een intact filtermedium aanbevolen. Inspecteer het filtermedium visueel vóór plaatsing en vervang het filter bij elke zichtbare beschadiging, hoe klein ook.

Verwante kennisbankartikelen

Voor de bredere context van cleanroom-classificatie en steriel werken: ISO 14644 cleanroom-klassen, GMP, BSL-klassen, zuurkasten en werkkasten, steriel versus niet-steriel, celkweektechnieken, laboratoriumfiltratie en adembescherming in het laboratorium. Officiële normen zijn verkrijgbaar via ISO 14644-1:2015 en NEN.

Passende producten uit ons assortiment

Voor werk in gecontroleerde luchtomgevingen levert Labvakhandel snel leverbaar FFP2- en FFP3-adembescherming als persoonlijke aanvulling op HEPA-gefilterde ruimtes, cleanroom-geschikte labjassen en lichaamsbescherming, poedervrije nitrilhandschoenen voor deeltjesarm werk en membraanfilters (0,22 en 0,45 µm) voor steriele vloeistoffiltratie als aanvulling op de HEPA-gereinigde omgeving. Neem contact op voor advies over de juiste combinatie voor uw laboratorium.

Onderdeel van: Klinisch laboratorium · Farmaceutisch lab · Milieulab · Voedingslaboratorium


Disclaimer: dit artikel geeft een toelichting op normen en standaarden zoals die op het moment van schrijven gangbaar zijn. Normen worden periodiek herzien en ingetrokken. Raadpleeg voor de actuele, juridisch bindende versie altijd de officiële uitgevende instantie (zoals NEN, ISO, DIN, ASTM of USP) of een geaccrediteerde adviseur. Labvakhandel.nl aanvaardt geen aansprakelijkheid voor beslissingen genomen op basis van deze informatie.

Bestellijst

Uw winkelwagen is leeg.