Steriel of niet-steriel? Richtlijn voor de keuze van laboratoriummateriaal

In het laboratorium zijn verbruiksartikelen verkrijgbaar in een steriele en een niet-steriele uitvoering: van handschoenen en pipetpuntjes tot centrifugebuizen, petrischalen en wegwerpnaalden. De keuze tussen beide varianten is niet altijd vanzelfsprekend. Steriele materialen zijn duurder, hebben een kortere houdbaarheid na opening en vereisen specifieke omgang. Niet-steriele materialen volstaan in veel situaties, maar kunnen bij verkeerd gebruik leiden tot besmetting van monsters, cellen of patiënten. Dit artikel geeft een praktische richtlijn voor wanneer steriel materiaal noodzakelijk is en wanneer niet-steriel volstaat, aangevuld met een beslisboom, normatieve achtergrond en voorbeelden per productcategorie.

Wat betekent steriel?

Een product is steriel wanneer het vrij is van alle levensvatbare micro-organismen, inclusief sporen. De kans op één levend micro-organisme per eenheid bedraagt bij steriele producten maximaal 1 op 1.000.000 (Sterility Assurance Level, SAL ≤ 10⁻⁶). Sterilisatie wordt bereikt via gevalideerde methoden: stoomsterilisatie (autoclaaf, 121 °C of 134 °C), ethyleenoxide (ETO), gammastraling, elektronenbestraling of filtratie (voor vloeistoffen via 0,22 μm membraanfilter). Steriele producten voor medisch gebruik zijn CE-gemarkeerd en vallen onder de Europese Medische Hulpmiddelen Verordening (MDR, EU 2017/745).

Steriel is niet hetzelfde als schoon, hygiënisch of DNase/RNase-vrij. Een niet-steriel pipetpuntje kan DNase-vrij zijn (relevant voor RNA-werk) zonder steriel te zijn. Omgekeerd is een steriel product per definitie vrij van micro-organismen maar niet noodzakelijk vrij van chemische residuen of endotoxinen (pyrogenen).

Wat is het verschil tussen sterilisatie en desinfectie?

Sterilisatie en desinfectie worden vaak door elkaar gebruikt, maar zijn niet hetzelfde. Sterilisatie elimineert alle levensvatbare micro-organismen inclusief sporen, tot een SAL van maximaal 10⁻6. Desinfectie reduceert het aantal micro-organismen tot een veilig niveau, maar vernietigt niet noodzakelijk alle sporen. Een gedesinfecteerd product is dus schoon en veilig in gebruik, maar niet steriel.

Methode Micro-organismen gedood Sporen gedood Resultaat
Reiniging Gedeeltelijk Nee Verminderde microbiële load
Desinfectie Ja (vegetatief) Meestal niet Veilig, niet steriel
Sterilisatie Ja Ja Steriel (SAL ≤ 10⁻6)

In de laboratoriumcontext worden de volgende zeven methoden onderscheiden voor desinfectie én sterilisatie: stoomsterilisatie (autoclaaf), droge-hittesterilisatie, ethyleenoxidesterilisatie (ETO), gammabestraling, elektronenbestraling, membraanfiltratie (voor vloeistoffen) en chemische desinfectie (alcohol, bleekwater, glutaaraldehyde). De eerste zes leiden tot steriliteit; chemische desinfectie leidt doorgaans tot desinfectie, niet tot volledige sterilisatie.

Beslisboom: steriel of niet-steriel?

Gebruik de onderstaande beslisboom als praktisch hulpmiddel bij de keuze. De beslisboom doorloopt drie hoofdvragen: (1) is er contact met levend weefsel of bloed, (2) wordt het materiaal gebruikt voor microbiologische of celbiologische kweek, en (3) schrijft een protocol of norm steriel voor. Een klassiek voorbeeld van de tweede vraag: een petrischaal voor het gieten van agarplaten heeft géén contact met levend weefsel, maar vereist wél steriel materiaal — want de agar is een rijke voedingsbodem waarop micro-organismen van een niet-steriele schaal direct zullen groeien en de kweek besmetten.

Beslisboom voor de keuze tussen steriel en niet-steriel laboratoriummateriaal, gebaseerd op contact met levend weefsel, invasief gebruik, besmettingsrisico en protocolvereisten
Figuur 1 — Beslisboom: wanneer is steriel materiaal vereist?

Wanneer is steriel materiaal vereist?

Steriel materiaal is noodzakelijk in de volgende situaties:

1. Contact met levend weefsel, bloed of steriele lichaamsholten

Elk materiaal dat in aanraking komt met de bloedbaan, open wonden, steriele lichaamsvloeistoffen (liquor, synoviaalvloeistof) of in een steriele lichaamsholte wordt gebracht, moet steriel zijn. Dit geldt ook voor materiaal dat via slijmvliezen het lichaam binnenkomt. Voorbeelden: naalden, injectiespuiten, catheter, wonddeppers, chirurgische handschoenen, petrischalen voor primaire celkweek uit biopsiemateriaal.

2. Microbiologische en celbiologische kweek

Bij het kweken van cellen, bacteriën, schimmels of virussen is elk introduceren van vreemde micro-organismen uit het materiaal een directe besmetting van de kweek. Dit geldt ook wanneer er géén contact is met levend weefsel of een patiënt — de kweek zelf is het kwetsbare element. Een petrischaal voor het gieten van agarplaten is hiervan een klassiek voorbeeld: de agar bevat voedingsstoffen waarop micro-organismen van een niet-steriele schaalwand direct groeien, nog vóór de eerste enting. Alle materialen die in contact komen met kweekmedium, agar, cellijnen of primaire cellen moeten steriel zijn: kweekflessen, centrifugebuizen, pipetten, pipetpuntjes, membraanfilters, petrischalen en spatels.

3. Invasieve en aseptische handelingen in zorgcontext

In medische en verpleegkundige context is steriel materiaal vereist bij alle invasieve handelingen: wondzorg, katheterisatie, puncties, injecties en operatieve ingrepen. Dit is wettelijk verankerd in de MDR (EU 2017/745) en de ISO 11135 / ISO 11137-normen voor sterilisatievalidatie.

4. Productie en kwaliteitscontrole onder GMP

In farmaceutische productie en biotechnologische procesvoering schrijft de Good Manufacturing Practice (GMP), EU GMP Annex 1: Manufacture of Sterile Medicinal Products) steriel materiaal voor bij alle stappen waarbij het (half)product in contact komt met de productielijn. Elk verbruiksartikel dat de steriliteitsstatus van het product kan compromitteren, dient steriel en gecertificeerd te zijn.

Steriele bereiding: wat is het en wanneer is het relevant?

Een steriele bereiding is een eindproduct dat in steriele toestand wordt geproduceerd en toegediend of gebruikt, waarbij de steriliteitsstatus van het product gedurende de gehele productie en verpakking wordt gewaarborgd. Men onderscheidt twee routes:

  • Terminale sterilisatie — het product wordt na afvulling in de eindverpakking gesteriliseerd (bijv. door autoclaveren of gammabestraling). Dit is de voorkeursmethode omdat de steriliteitsstatus van het eindproduct direct wordt gevalideerd.
  • Aseptische bereiding — het product kan niet in eindverpakking worden gesteriliseerd (bijv. omdat het hittelabiel is) en wordt onder strikte aseptische condities in een cleanroom bereid uit steriele componenten.

Voorbeelden van steriele oplossingen en bereidingen die in laboratorium- en zorgcontext voorkomen: fysiologisch zout (NaCl 0,9%), fosfaatgebufferde zoutoplossing (PBS), kweekmedium (DMEM, RPMI), infuusvloeistoffen en injecteerbare geneesmiddelen. Al deze producten vereisen steriele verpakkingsmaterialen, steriele filters en gecertificeerde verbruiksartikelen bij bereiding en afvulling.

5. Protocolverplichting (SOP, norm, accreditatie)

Wanneer een gevalideerde methode, standaard operationeel procedure (SOP), accreditatienorm (ISO 15189, ISO 17025) of klantvereiste expliciet steriel materiaal voorschrijft, is dit bindend ongeacht de inhoudelijke risicobeoordeling.

Wanneer volstaat niet-steriel materiaal?

In de volgende situaties is niet-steriel materiaal doorgaans voldoende:

  • Analytische chemie en routine-laboratoriumwerk — bepaling van pH, geleidbaarheid, spectrofotometrie, titraties, chromatografie: geen biologisch besmettingsrisico; niet-steriele cuvetten, buizen en pipetpuntjes volstaan.
  • Extractie en monstervoorbereiding van abiotische monsters — water-, bodem-, voedsel- en materiaalmonsters die geen levende cellen bevatten en niet voor biologische kweek worden gebruikt.
  • Macromoleculaire analyse zonder celcontact — DNA/RNA-extractie uit al gelyseerd materiaal, eiwitbepaling in celextract: steriele buizen zijn hier niet vereist, wel DNase/RNase-vrije kwaliteit voor nucleïnezuurwerk.
  • Onderwijs en demonstratie — modelpreparaten, microscopieoefeningen en scheikundige demonstraties zonder biologisch materiaal of menselijk contact.
  • Opslag van chemicaliën en standaardoplossingen — niet-steriele flessen en buizen zijn geschikt, mits chemisch inert en schoon.

Normatieve achtergrond

De keuze voor steriel of niet-steriel is in diverse Europese en internationale normen en regelgeving verankerd:

Norm / regelgeving Toepassingsgebied Relevantie steriele materialen
EU MDR 2017/745 Medische hulpmiddelen Steriele hulpmiddelen (klasse IIa/IIb/III) vereisen CE-markering en notified body-beoordeling
ISO 11135 Sterilisatie met ethyleenoxide Validatie van ETO-sterilisatieprocessen voor medische hulpmiddelen
ISO 11137 Sterilisatie door bestraling Gammastraling en elektronenbestraling van verpakte producten
EN 556 Steriliteit medische hulpmiddelen Eisen voor SAL ≤ 10⁻⁶ en definitie van “steriel” label
EU GMP Annex 1 Steriele geneesmiddelenproductie Cleanroom-classificatie, aseptisch werken, materiaalbeheer
ISO 15189 Medische laboratoria Kwaliteits- en competentie-eisen; steriliteitsvereisten per procedure vastgelegd in SOP
ISO 17025 Test- en kalibratieLaboratoria Materiaalbeheer en traceerbaarheid; steriliteitseisen via methodevalidatie
GLP (OECD) Niet-klinisch gezondheids-/milieuonderzoek Documentatie van materiaalkwaliteit en lotnummers; steriel indien protocolvereiste

Voorbeelden per productcategorie

Handschoenen

Niet-steriele onderzoekshandschoenen (nitril, latex, vinyl) zijn geschikt voor algemeen labwerk, omgang met chemicaliën en niet-invasieve biologische handelingen. Steriele chirurgische handschoenen zijn vereist bij invasieve medische handelingen, steriele celkweekpreparaties en aseptisch werken in de farmaceutische productie. Steriele handschoenen zijn individueel verpakt in peelpouches en zijn voorzien van een steriliteitsindicator. Let op: steriele handschoenen bieden niet meer chemische bescherming dan niet-steriele; de keuze van het handschoenenmateriaal (nitril, neopreen, butyl) blijft afhankelijk van het chemische risicoprofiel.

Bekijk het assortiment handschoenen.

Pipetpuntjes

Voor analytische chemie, HPLC-monstervoorbereiding en routinebepaling volstaan niet-steriele, DNase/RNase-vrije filterpipetpuntjes. Steriele pipetpuntjes zijn vereist bij celkweekwerk, microbiologische handelingen en moleculair biologisch werk waarbij celcontaminatie of externe DNA/RNA-introductie moet worden uitgesloten. Steriele pipetpuntjes worden individueel of in zakjes van 10 geleverd en zijn geautoclaveerd of bestraald.

Bekijk het assortiment pipetten en pipetpuntjes.

Centrifugebuizen en microtubes

Niet-steriele buizen zijn geschikt voor chemische en fysische analyses. Steriele centrifugebuizen (15 ml, 50 ml, 1,5 ml microtubes) zijn vereist bij celkweek, microbiologie, moleculaire biologie en opslag van biologische monsters. Ze zijn herkenbaar aan de aparte steriele verpakking per stuk of per sleeve en dragen de vermelding “sterile” op de verpakking.

Bekijk het assortiment laboratoriumplastics.

Petrischalen en kweekmateriaal

Petrischalen voor microbiologische kweek en celkweek zijn standaard steriel geleverd. Niet-steriele petrischalen zijn uitsluitend geschikt voor toepassingen zonder levende organismen, zoals het wegen van stoffen of het bewaren van preparaten. Bij elke kweektoepassing — of het nu gaat om bacteriën, schimmels, cellijnen of primaire cellen — is steriel materiaal de absolute vereiste.

Injectiespuiten en naalden

Injectiespuiten en naalden zijn in laboratoriumcontext altijd steriel en disposable. Hergebruik is verboden vanwege het risico op kruisbesmetting en naaldstickongevallen. Steriele injectiespuiten worden gebruikt voor nauwkeurige vloeistoftoediening in dierexperimenteel onderzoek, voor het doorprikken van septumdoppen en voor filtratie via spuitfilters bij aseptisch werken.

Membraanfilters

Niet-steriele membraanfilters (0,22 μm, 0,45 μm) zijn geschikt voor sterilisatie van vloeistoffen — de vloeistof wordt steriel; de filter zelf hoeft dat niet te zijn. Wanneer de filter in een steriel systeem wordt gebruikt (bijv. voor filtratie van kweekmedium in een laminaire vloeikast), wordt een steriele, individueel verpakte filtreereenheid gebruikt om de steriliteitsstatus van het filtrate te garanderen.

Praktische tips voor de werkvloer

  • Controleer de verpakking — steriele producten dragen de vermelding “STERILE” of het steriliteitssymbool (① of EO/γ/STERILE op de verpakking) en hebben een houdbaarheidsdatum. Een beschadigde of geopende verpakking betekent dat de steriliteitsstatus is vervallen.
  • Gebruik sterilisatie-indicatoren bij autoclaveren — wanneer materiaal in eigen beheer wordt gesteriliseerd (bijv. glaswerk, autoclaafbestendig plastic of instrumenten), bieden chemische sterilisatie-indicatoren een directe controle op het sterilisatieproces. Type 5-indicatoren (integratoren) reageren op alle drie de kritische parameters van stoomsterilisatie: temperatuur, tijd én aanwezigheid van stoom. Ze veranderen van kleur wanneer aan alle vereisten is voldaan en zijn betrouwbaarder dan type 1-indicatoren (eenvoudige kleuromslag op autoclaaftape). Voor validatie van een autoclaafcyclus wordt daarnaast een Bowie-Dick-test uitgevoerd: een gestandaardiseerd testpakket dat controleert of stoom de kern van een lading volledig doordringt. Registreer het resultaat van elke sterilisatierun in het logboek.
  • Geen hergebruik van steriele materialen — eenmalig gebruik (single use) is niet alleen om kostentechnische redenen voorgeschreven: hersterilisatie van single-use producten is niet gevalideerd en leidt tot mechanische degradatie, chemische residuen en onbetrouwbare steriliteitsgarantie.
  • Bewaar steriel materiaal correct — droog, stofvrij en bij kamertemperatuur, uit direct zonlicht. Niet stapelen op beschadigingsgevoelige producten (naalden, dunwandige buizen).
  • Registreer lotnummers bij kritische toepassingen — onder GMP, GLP en ISO 15189 moet de traceerbaarheid van verbruiksartikelen worden geborgd. Noteer het lotnummer in het labjournal of LIMS.
  • Werk aseptisch bij steriele materialen — steriel materiaal biedt alleen garantie als het ook aseptisch wordt gehanteerd: open verpakkingen boven de laminaire vloeikast, vermijd aanraking van de steriele zone en sluit verpakkingen direct na gebruik.

Gerelateerde artikelen

Meer informatie over werken met biologisch materiaal en kweektechnieken is te vinden in de kennisbankartikelen over ELISA en flowcytometrie. Voor de normatieve achtergrond van laboratoriumprocedures zie het artikel over Good Laboratory Practice (GLP). Een overzicht van persoonlijke beschermingsmiddelen in het laboratorium staat in het artikel over adembescherming in het laboratorium.

Veelgestelde vragen

Mag ik steriele handschoenen autoclaveren voor hergebruik?

Nee. Single-use steriele handschoenen zijn niet gevalideerd voor hersterilisatie. De materiaalintegriteit, pasvorm en steriliteitsstatus na herautoclavering zijn onbekend en niet gecertificeerd. Gebruik altijd nieuwe steriele handschoenen per handeling.

Is DNase/RNase-vrij hetzelfde als steriel?

Nee. DNase/RNase-vrij betekent dat enzymen die nucleïnezuren afbreken zijn geïnactiveerd of verwijderd via chemische behandeling of UV-bestraling. Het product is daarmee geschikt voor RNA- en DNA-werk maar is niet noodzakelijk vrij van micro-organismen. Voor celkweek en microbiologisch werk is steriel materiaal vereist; voor zuiver moleculair werk zonder celcontact volstaat DNase/RNase-vrij.

Wanneer moet ik endotoxine-vrij (pyrogeenvrij) materiaal gebruiken?

Endotoxinen (lipopolysacchariden van gramnegative bacteriën) kunnen aanwezig zijn in steriel materiaal dat uit bacterieel geïnfecteerde grondstoffen is vervaardigd. Bij intraveneuze toediening of direct contact met bloed of bloed-houdende monsters kunnen endotoxinen ernstige inflammatoire reacties veroorzaken. Endotoxine-vrij (LAL-getest, < 0,1 EU/ml) materiaal is vereist bij de productie van parenterale geneesmiddelen, celtherapieproducten en in vitro fertilisatie (IVF)-procedures.


Deze pagina is onderdeel van de Labvakhandel kennisbank. De informatie is bedoeld als algemene richtlijn. Canidae Seal B.V. / Labvakhandel.nl is niet aansprakelijk voor de toepassing van deze informatie in specifieke klinische of regulatoire situaties. Raadpleeg altijd de geldende SOP, norm of regelgeving voor uw specifieke toepassing.

Bestellijst

Uw winkelwagen is leeg.