De Griess-reactie is de klassieke natchemische bepalingsmethode voor nitriet (NO2−) in waterige monsters. In een tweestapsdiazotering vormt nitriet met een primair aromatisch amine en een koppelreagens een intens rood-paarse azokleurstof die spectrofotometrisch wordt gemeten. Met een molaire extinctiecoëfficiënt in de orde van 4 tot 5 × 104 L·mol−1·cm−1 is de methode zo gevoelig dat gehalten tot enkele µg/l zonder voorconcentratie kunnen worden bepaald. Vanwege deze combinatie van selectiviteit, gevoeligheid en robuustheid is de Griess-reactie al ruim anderhalve eeuw de referentiechemie voor nitriet in drinkwater, oppervlaktewater, afvalwater, voedingsmiddelen en biologische matrices — en de indirecte weg naar nitraat via voorafgaande reductie, zoals beschreven in het artikel over nitraat- en fosfaatbepaling in water (klassiek).
De Griess-reactie is een diazoterings- en azokoppelingsreactie waarbij nitriet in zuur milieu een primair aromatisch amine (het diazoteringsreagens) omzet in een diazoniumzout, dat vervolgens koppelt met een tweede aromatische verbinding (het koppelingsreagens) tot een gekleurde azoverbinding. Het reactieproduct absorbeert sterk in het zichtbare licht — afhankelijk van de gekozen reagentia bij 520 tot 545 nm — en de absorptie is over enkele decades concentratie lineair evenredig met het nitrietgehalte volgens de wet van Lambert-Beer. Daarmee is de Griess-reactie een klassiek voorbeeld van een selectieve fotometrische en colorimetrische bepaling.
De methode is genoemd naar de Duitse chemicus Peter Griess, die in 1858 als eerste de diazotering van aromatische aminen publiceerde en in 1879 zijn nitriettest voor water beschreef. De oorspronkelijke formulering combineerde sulfanilzuur met 1-naftylamine; in de moderne uitvoering — zoals gecodificeerd in ISO 6777 (Water — Bepaling van nitriet, moleculair absorptiespectrometrische methode) — is 1-naftylamine wegens carcinogeniteit vervangen door N-(1-naftyl)ethyleendiamine dihydrochloride, in de vakliteratuur afgekort tot NED of NEDA.
Peter Griess (1829–1888) was een Duitse chemicus die het grootste deel van zijn carrière werkte bij Allsopp's Brewery in Burton-upon-Trent (Engeland) als bedrijfschemicus. Naast zijn brouwerijwerk publiceerde hij in de jaren 1858 tot 1866 een reeks artikelen over de synthese van diazoverbindingen — een klasse moleculen die de basis werd voor vrijwel de gehele synthetische kleurstofindustrie. Zijn ontdekking van de diazotering was zo fundamenteel dat de reactie zijn naam draagt in vier ogenschijnlijk verschillende contexten: de synthese van azokleurstoffen, de Sandmeyer-reactie via diazoniumintermediair, de Griess-Ilosvay-methode voor nitrietanalyse en de moderne Griess-Saltzman-modificatie voor stikstofoxiden in lucht.
De reactie werkt uitsluitend op nitriet omdat de eerste stap — de diazotering — een salpeterigzuur-equivalent (HNO2) als reagens vereist. Nitraat (NO3−) is onder de reactiecondities niet reactief tegenover een primair aromatisch amine: er wordt geen diazoniumzout gevormd en er ontstaat dus geen azokleurstof. Om nitraat toch met de Griess-reactie te kunnen bepalen, moet nitraat vooraf worden gereduceerd tot nitriet — via een cadmiumkolom, vanadium(III)chloride of nitraatreductase-enzym. Deze indirecte tweestapsaanpak is de basis van de gecombineerde nitraat/nitriet-bepaling die uitgebreid wordt behandeld in het artikel over nitraat- en fosfaatbepaling in water (klassiek).
De Griess-reactie verloopt in twee opeenvolgende chemische stappen, die in de praktijk in één reagensmengsel of in twee gescheiden reagensmengsels worden uitgevoerd. Beide stappen zijn gevoelig voor pH, temperatuur en het beschikbare overschot aan reagens.
In sterk zuur milieu (pH 1,5–2,0; doorgaans H3PO4, HCl of azijnzuur) wordt nitriet geprotoneerd tot salpeterigzuur (HNO2) en verder omgezet in het nitrosoniumion (NO+). Dit reageert met het primaire aromatische amine (sulfanilamide of sulfanilzuur) tot het corresponderende diazoniumzout onder afsplitsing van water:
R–NH2 + HNO2 + H+ → R–N2+ + 2 H2O
De reactie is stoichiometrisch één-op-één: elk nitriet-ion produceert precies één diazoniumkation. Het diazoniumzout is bij kamertemperatuur instabiel maar in het aanwezige zure medium voldoende lang aanwezig om in de volgende stap te reageren. De lage pH heeft naast de activatiefunctie ook een selectiviteitsfunctie: bij hogere pH ontstaan concurrerende nevenreacties en verliest de methode kwantitativiteit.
Het gevormde diazoniumzout ondergaat een elektrofiele aromatische substitutie op een tweede aromatische verbinding die als koppelingsreagens fungeert — in de moderne uitvoering N-(1-naftyl)ethyleendiamine (NED). De elektronenrijke naftaleenring reageert op de para- of ortho-positie ten opzichte van de aminegroep, waardoor een uitgebreid geconjugeerd azosysteem ontstaat:
R–N2+ + Ar–H → R–N=N–Ar + H+
De azogroep (–N=N–) tussen twee aromatische systemen levert een uitgestrekte chromofoor met een absorptiemaximum in het groen-gele gebied van het spectrum (520–545 nm). De oplossing kleurt intens roze tot paarsrood; de gemeten absorptie is direct evenredig met de oorspronkelijke nitrietconcentratie.
De waargenomen kleur is complementair aan de golflengte waarbij het molecuul absorbeert. De azokleurstof absorbeert maximaal rond 540 nm, wat overeenkomt met geelgroen licht; de doorgelaten en gereflecteerde componenten zijn dan blauw en rood — samen waargenomen als roze/magenta tot paars. De precieze tint hangt af van de gekozen koppelaar: sulfanilamide/NED geeft een dieproze tot paarsrood product, terwijl de oudere combinatie sulfanilzuur/1-naftylamine een iets meer oranje-rode tint oplevert. Voor de fysicochemische achtergrond van absorptie en kleur, zie het artikel over UV/VIS-spectroscopie.
De azokleurstof uit de sulfanilamide/NED-formulering is bij kamertemperatuur minimaal 30 tot 60 minuten stabiel na volledige kleurontwikkeling. Langere blootstelling aan direct zonlicht kan de azoverbinding afbreken (fotoreductie); metingen worden daarom binnen een uur uitgevoerd, in glazen cuvetten die niet in direct zonlicht staan. De klassieke sulfanilzuur/1-naftylamine-uitvoering geeft een minder stabiel product en vereist snellere aflezing.
Historisch zijn diverse combinaties van diazoterings- en koppelingsreagens gebruikt. De keuze bepaalt de exacte meetgolflengte, gevoeligheid en handelbaarheid.
Beide moleculen zijn primaire aromatische aminen met een sulfonzuur- of sulfonamide-substituent, en beide zijn diazoteerbaar. Sulfanilzuur (4-aminobenzeensulfonzuur, C6H7NO3S) is de oorspronkelijke Griess-reagens; sulfanilamide (4-aminobenzeensulfonamide, C6H8N2O2S, historisch bekend als het eerste sulfa-antibioticum) is de modernere keuze. Sulfanilamide is beter oplosbaar in het zuur-fosforzuurmedium, geeft een reproduceerbaarder diazotering en heeft een gunstiger toxicologisch profiel. In vrijwel alle actuele normen — inclusief ISO 6777, EPA 353.2 en APHA Standard Methods 4500-NO2− B — is sulfanilamide voorgeschreven.
N-(1-naftyl)ethyleendiamine dihydrochloride (NED, ook wel NEDA of NEDD) is het koppelingsreagens dat sinds de Shinn-modificatie van 1941 het oorspronkelijke 1-naftylamine heeft vervangen. NED is beter oplosbaar in water, geeft een intensere en snellere kleurreactie (extinctiecoëfficiënt ongeveer 4× hoger dan bij naftylamine), en is toxicologisch aanzienlijk gunstiger: 1-naftylamine is als aromatisch amine geclassificeerd als CMR-stof (carcinogeen, mutageen, reprotoxisch), terwijl NED die classificatie niet heeft. Voor moderne laboratoria is de sulfanilamide/NED-formulering daarom de facto standaard.
De gecombineerde Griess-reagens (single reagent) volgens Standard Methods bevat, per 100 ml eindvolume: 10 ml geconcentreerd fosforzuur (H3PO4 85%), 1,0 g sulfanilamide en 0,1 g NED-dihydrochloride, aangevuld met gedemineraliseerd water. Het reagens is bruikbaar gedurende circa één maand bij bewaring in een amberkleurige fles bij 2–8 °C; bij verkleuring (van bijna kleurloos naar oranje-rood) is het reagens niet meer bruikbaar. In de gescheiden variant (two-reagent) worden diazoteringsreagens en koppelingsreagens apart aangemaakt en achtereenvolgens aan het monster toegevoegd, met een tussenincubatietijd van 2 tot 8 minuten voor de diazoteringsstap.
Een handmatige nitrietbepaling via de Griess-reactie volgt in essentie zes stappen. Voor gedetailleerde stappen bij monsterneming en bemonstering — die voor nitriet extra kritisch is vanwege biologische instabiliteit — wordt verwezen naar het bijbehorende kennisbankartikel.
De sulfanilamide/NED-formulering heeft een absorptiemaximum bij 540 nm; enkele varianten en snelle testkits meten bij 520 of 543 nm. Meting bij een golflengte die iets afwijkt van het feitelijke λmax leidt tot verlies aan gevoeligheid, maar niet tot een systematische afwijking mits kalibratie en monsters bij dezelfde golflengte worden gemeten. Bij spectrofotometers met discrete filters kan een filter van 540 of 546 nm worden ingezet; bij UV/VIS-instrumenten met monochromator is de precieze golflengte instelbaar.
Een blanco moet iedere behandeling en incubatietijd doorlopen die het monster doorloopt, omdat het Griess-reagens zelf een lichte achtergrondabsorptie in het golflengtegebied rond 540 nm kan geven. Deze reagensblanco wordt bij aftrek gecorrigeerd; als de blanco alleen bij nulmoment wordt gemeten, worden traag ontwikkelende reagens-artefacten aan het monster toegerekend en ontstaat een positieve fout, met name bij lage nitrietgehalten dichtbij de detectiegrens.
Bij handmatige uitvoering in een 1 cm cuvet dekt de Griess-reactie een lineair bereik van circa 0,005 tot 0,25 mg/l NO2−-N (0,016 tot 0,82 mg/l uitgedrukt als NO2−). Bij gebruik van een 5 cm cuvet daalt de detectiegrens tot ongeveer 1 tot 2 µg/l NO2−-N — voldoende voor drinkwater ver onder de Europese norm van 0,50 mg/l NO2−. Kalibratie gebeurt tegen een verdunningsreeks van gestandaardiseerd natriumnitriet in demiwater, waarbij minimaal vijf niveaus plus blanco worden gemeten. Zie voor de algemene principes van methode- en instrumentkalibratie het artikel over kalibratie en meetnauwkeurigheid.
De detectielimiet is instrument- en cuvet-afhankelijk. In een moderne dubbelbundelspectrofotometer met een 1 cm cuvet ligt de detectiegrens rond 2 tot 5 µg/l NO2−-N; met een 5 cm cuvet daalt dat tot circa 1 µg/l. Geautomatiseerde flow-injection-analyse (FIA) met langere flow-cellen (10–50 mm) haalt detectiegrenzen tot 0,1 µg/l NO2−-N. Deze gevoeligheid maakt de Griess-reactie geschikt voor toepassingen tot ver onder de wettelijke normen voor drinkwater en oppervlaktewater.
De azokleurstof die als eindproduct ontstaat heeft een uitgebreid geconjugeerd π-systeem: twee aromatische ringen verbonden door een azo-brug, verrijkt met elektronendonerende (amine) en elektronenacceptor (sulfonamide) substituenten. Deze push-pull-configuratie maakt de π→π*-overgang zeer intens (symmetrie-toegestaan) en verschuift het absorptiemaximum naar het zichtbare gebied. De resulterende molaire extinctiecoëfficiënt is 4 tot 5 × 104 L·mol−1·cm−1 — ongeveer 5.000× hoger dan de rechtstreekse UV-absorptie van nitriet zelf bij 210 nm. Voor de validatie van de methode gelden de gebruikelijke figuren van meritie: lineariteit, precisie, juistheid en detectielimiet volgens ICH- en Eurachem-richtlijnen.
De Griess-reactie is selectief maar niet interferentievrij. De belangrijkste storende factoren zijn:
Chloride en sulfaat op typische drinkwaterniveaus (tot enkele honderden mg/l) storen de Griess-reactie niet. Pas boven 1 g/l chloride treden meetbare effecten op via ionsterkte-invloed op de reactiesnelheid; in zeewater en pekel is dat structureel het geval en wordt kalibratie in matrix noodzakelijk. Sulfaat is chemisch inert tegenover de gebruikte reagentia en stoort ook op verhoogde niveaus niet.
Nitriet is thermodynamisch instabiel en biologisch actief. In een watermonster wordt nitriet bij kamertemperatuur snel geoxideerd tot nitraat door aanwezige nitrificerende bacteriën, of gereduceerd tot ammonium of stikstofgas onder anoxische condities. Binnen enkele uren na bemonstering kan het gemeten nitrietgehalte tientallen procenten afwijken van het gehalte op het moment van bemonsteren. Directe analyse na filtratie, bewaring bij 4 °C in het donker met een houdbaarheid van maximaal 24 uur, of invriezen bij −20 °C zijn de enige aanvaarde conserveringsroutes. Zure conservering (H2SO4) — bruikbaar voor nitraat en veel andere anionen — is voor nitriet ongeschikt, omdat zure omzetting van HNO2 tot NO en NO2 onder deze condities juist wordt versneld.
De Griess-reactie zelf reageert alleen op nitriet, maar in de operationele praktijk is nitraat de veel vaker gevraagde parameter. De oplossing is een reductiestap vóór de diazotering: nitraat wordt kwantitatief omgezet in nitriet, waarna het totaal (nitraat + oorspronkelijk aanwezig nitriet) via Griess wordt gemeten. Het verschil met een aparte nitrietbepaling — zonder reductie — levert dan het nitraatgehalte op.
De klassieke reductor is gekoperd cadmium (Cd/Cu) in een gepakt kolommetje. Cadmium reduceert nitraat kwantitatief tot nitriet zonder verder door te reduceren tot ammonium of N2. Om arbo- en milieuredenen (cadmium is CMR-1B en zwaar-metaalzeer beperkt in laboratoriumafvalstromen — zie laboratoriumafvalbeheer) zijn alternatieven in gebruik gekomen: vanadium(III)chloride (VCl3, homogene reductie in zwavelzuur), gemodificeerd zink en het enzym nitraatreductase (in commerciële kits, met NADH als co-substraat). De uitvoering van deze indirecte bepaling wordt uitgebreid beschreven in het artikel over nitraat- en fosfaatbepaling in water (klassiek).
In een geautomatiseerde flow-analyzer wordt hetzelfde monster gesplitst in twee parallelle stromen: één passeert direct de Griess-reagens (levert nitriet-nitraat-som na reductie, aangeduid als NOx-N), de andere doorloopt de Griess-chemie zonder reductiestap (levert alleen nitriet-N). Het verschil tussen beide waarden is het feitelijke nitraatgehalte (NO3−-N). Deze parallelle uitvoering maakt gelijktijdige rapportage van nitraat- en nitrietgehalte mogelijk op één monster, met een doorloopsnelheid van 30 tot 90 monsters per uur op een Continuous Flow Analyzer (CFA) of Flow Injection Analyzer (FIA).
De Griess-reactie is niet beperkt tot water. De methode wordt op vergelijkbare wijze toegepast in voedingsmiddelen, klinische chemie, bodemanalyse en biomedisch onderzoek — elk met specifieke voorbehandelingsroutes.
Nitriet (E249, E250) en nitraat (E251, E252) worden aan vleeswaren toegevoegd als conserveermiddel en om de karakteristieke roze kleur en het aroma te verkrijgen. De toegestane restgehalten zijn in de EU gereguleerd; controle vindt plaats via de Griess-reactie na eiwitprecipitatie met bijvoorbeeld Carrez-reagens. De methoden zijn gestandaardiseerd in ISO 2918 (vlees en vleesproducten — bepaling van nitrietgehalte) en NEN-EN 12014 voor plantaardige producten. Zie voor de bredere context van stikstofchemie in voedingsmiddelen ook het artikel over stikstofbepaling in het laboratorium.
In biomedisch onderzoek is nitraat/nitriet een biomarker voor NO-productie in vivo. Stikstofmonoxide (NO), geproduceerd door NO-synthasen, wordt door circulerend oxyhemoglobine snel omgezet tot NO3− en NO2−. Meting van deze stabiele eindproducten via de Griess-reactie — meestal na Cd- of nitraatreductase-reductie en met deproteïnisatie via ultrafiltratie — geeft een indicatie van de systemische NO-status. In celkweekmedia van macrofagenexperimenten wordt de Griess-assay standaard toegepast voor kwantificatie van iNOS-activiteit; zie voor de achtergrond ook het artikel over kweekmedia in de microbiologie.
Extracten van bodem of meststoffen met KCl of CaCl2-oplossing worden na filtratie via de klassieke Griess-reactie geanalyseerd op nitriet, en na Cd/Cu-reductie op nitraat. De gestandaardiseerde bodemmethoden schrijven verdunningsfactoren, extractievolumina en analysestappen exact voor. Voor de bepaling van totaal stikstof in bodem via natte destructie of Dumas-verbranding wordt verwezen naar stikstofbepaling in het laboratorium.
Een NOS-assay (nitric oxide synthase-assay) meet de enzymatische productie van stikstofmonoxide in celextracten of gezuiverde enzympreparaten. Omdat NO zelf een instabiel radicaal is met een halfwaardetijd van seconden, wordt niet NO maar het oxidatieproduct NO2−/NO3− gemeten. De incubatiemedia worden na afloop rechtstreeks via de Griess-reactie geanalyseerd (voor nitriet) of na Cd- of nitraatreductase-reductie (voor nitraat plus nitriet). De gevoeligheid van de Griess-chemie is voor deze assays doorgaans toereikend; voor sub-µM-niveaus wordt de fluorimetrische DAF-2- of DAN-methode toegepast.
Voor routinelaboratoria is de handmatige uitvoering te arbeidsintensief. Twee automatiseringsroutes en één alternatieve techniek zijn in gebruik.
Continuous Flow Analysis (CFA) en Flow Injection Analysis (FIA) zijn gestandaardiseerd in ISO 13395 (Water — Bepaling van nitriet-stikstof en nitraat-stikstof en de som daarvan door flow-analyse). Een peristaltische pomp injecteert monster en reagentia in een precisie-gestuurde flow-loop met een gepakte Cd/Cu-reductor, mengspiralen en een fotometrische detectiecel. Doorlooptijden liggen tussen 30 en 90 monsters per uur, met een reproduceerbaarheid van 1 tot 3% RSD op mg/l-niveau.
Voorgedoseerde reagens-cuvet-tests van diverse fabrikanten combineren monsterinbreng, reactie en meting in één afgesloten cuvet. Het meetbereik en de golflengte zijn per test gedefinieerd; de fabrikantsinstructies moeten strikt worden gevolgd, en voor ISO 17025-geaccrediteerde rapportage moet de kit gevalideerd zijn tegen de referentiemethode.
Ionenchromatografie met conductiviteits- of UV-detectie levert in één injectie het gehalte aan fluoride, chloride, nitriet, bromide, nitraat, fosfaat en sulfaat. Voor laboratoria die routinematig een breed anionenpakket moeten rapporteren is IC daardoor efficiënter dan een reeks aparte Griess-, molybdeen- en titrimetrische methoden. De Griess-reactie blijft aantrekkelijk wanneer alleen nitriet (of nitraat plus nitriet) wordt gevraagd, wanneer de gevoeligheid van IC bij zeer complexe matrices onvoldoende is, of wanneer al een compacte fotometer beschikbaar is.
De Griess-reactie is opgenomen in diverse internationale normen. De belangrijkste zijn ISO 6777 (spectrofotometrische nitrietbepaling in water), ISO 13395 (nitraat en nitriet in water via flow-analyse), EPA 353.2 (colorimetric, automated) en APHA Standard Methods 4500-NO2− B (nitrite, colorimetric method). Voor drinkwater geldt in de EU een parameterwaarde van 0,50 mg/l NO2− aan het tappunt en 0,10 mg/l bij het uitgangspunt van het net, plus de somregel [NO3−]/50 + [NO2−]/3 ≤ 1, vastgelegd in de Europese Drinkwaterrichtlijn (EU) 2020/2184. Zie voor het bredere kader van normen en normeringsinstanties het overzicht in normeringen.
De Europese en Nederlandse norm voor nitriet in drinkwater bedraagt 0,50 mg/l NO2− aan het tappunt bij de gebruiker. Aan het uitgangspunt van het waterleidingnet (waar water het waterleidingbedrijf verlaat) geldt een strengere norm van 0,10 mg/l — om te voorkomen dat trage nitrificatie in het distributienet leidt tot overschrijding bij de consument. Voor nitraat is de bijbehorende parameterwaarde 50 mg/l NO3−. Beide normen zijn opgenomen in het Nederlandse Drinkwaterbesluit als implementatie van de Europese richtlijn.
Nitriet is toxicologisch aanzienlijk relevanter dan nitraat. Nitriet oxideert hemoglobine tot methemoglobine — de verbinding die geen zuurstof kan binden — en veroorzaakt bij zuigelingen het klinische beeld van methemoglobinemie (blue baby syndrome). Daarnaast kan nitriet in het maagzuur nitrosamines vormen uit secundaire aminen; sommige nitrosamines zijn geclassificeerd als carcinogeen. Nitraat zelf is relatief onschadelijk, maar wordt door bacteriën in mond en darmen deels tot nitriet omgezet, waardoor het via die omweg alsnog een risico oplevert. De somregel [NO3−]/50 + [NO2−]/3 ≤ 1 begrenst deze samenhang formeel.
De Griess-test meet nitriet-ionen (NO2−) in een waterige oplossing via de vorming van een gekleurde azokleurstof. De absorptie bij circa 540 nm is direct evenredig met de nitrietconcentratie. Zonder voorafgaande reductiestap meet de test uitsluitend nitriet; met een reductiestap (Cd/Cu, VCl3 of nitraatreductase) meet de test nitriet plus nitraat als som (NOx).
De roze kleur ontstaat doordat de azokleurstof — het reactieproduct van nitriet met sulfanilamide en NED — sterk absorbeert rond 540 nm (geelgroen licht). Het niet-geabsorbeerde deel van het zichtbare spectrum wordt door het oog waargenomen als de complementaire kleur roze tot paars. Hoe intenser de roze kleur, hoe meer nitriet aanwezig was in het oorspronkelijke monster.
De Griess-reactie is de onderliggende chemische reactie (diazotering plus azokoppeling); de Griess-test of Griess-assay is de operationele toepassing van die reactie in een specifiek meetprotocol — bijvoorbeeld een teststrip, cuvet-kit of laboratoriumnormmethode. Beide termen worden in de literatuur door elkaar gebruikt.
Ja. Semi-kwantitatieve teststrips voor nitriet in water, urine of vleeswaren zijn gebaseerd op een gedroogde neerslag van sulfanilamide en NED op een indicatorpapier. Bij contact met een nitriethoudend monster kleurt de strip roze; de intensiteit wordt via een kleurenschaal afgelezen. De gevoeligheid bedraagt typisch 0,05 tot 1 mg/l NO2−, ruim voldoende voor snelle screening maar onvoldoende voor drinkwaterrapportage onder de wettelijke norm van 0,50 mg/l bij het tappunt zonder aanvullende validatie.
Standaard niet — de reactie werkt alleen op nitriet. Onderscheid tussen beide vormen ontstaat pas door twee parallelle metingen uit te voeren: één zonder reductiestap (levert alleen nitriet) en één met reductiestap (levert nitriet + nitraat). Het verschil is het nitraatgehalte. In een geautomatiseerde flow-analyzer worden beide kanalen simultaan gerund op één monster.
1-Naftylamine is als aromatisch amine geclassificeerd als carcinogeen (categorie 1B onder de CLP-verordening) en is in de EU beperkt onder REACH voor niet-professioneel gebruik. Voor moderne laboratoria weegt het gezondheids- en afvalbeheerrisico niet meer op tegen het analytische voordeel; de sulfanilamide/NED-formulering is analytisch equivalent of beter en toxicologisch veel gunstiger. Zie ook veiligheidsinformatieblad voor risicobeoordeling van reagentia.
Niet direct. NO is een instabiel radicaal dat onder aerobe condities snel oxideert tot NO2− en NO3−; de Griess-chemie meet die stabiele eindproducten. In de Griess-Saltzman-modificatie voor lucht wordt NO2-gas geabsorbeerd in een basische triethanolamine-oplossing en gevolgd via Griess; NO in lucht wordt eerst met oxidator omgezet tot NO2. In biologische systemen wordt NO indirect gemeten via het gesommeerde nitraat + nitriet (NOx).
Sterk gekleurde matrices — bijvoorbeeld humusrijk oppervlaktewater of urine — geven een matrixblanco die van de meetwaarde moet worden afgetrokken. De praktische aanpak is een tweede aliquot van hetzelfde monster te behandelen zonder toevoeging van Griess-reagens (alleen zuur), de absorptie bij 540 nm te meten en die als matrixblanco te gebruiken. In zwaar gekleurde monsters kan ook een tweede meetgolflengte (bijv. 600 nm) worden ingezet om de matrixabsorptie te modelleren en te corrigeren.
Voor een visueel duidelijk waarneembare roze kleur is doorgaans circa 0,05 tot 0,10 mg/l NO2− nodig; met een spectrofotometer wordt kwantificatie mogelijk vanaf circa 5 µg/l NO2−-N (1 cm cuvet) tot circa 0,1 µg/l (FIA met lange flow-cel). De exacte drempel hangt af van instrument, cuvetweg en de gekozen reagensformulering.
De Griess-reactie is kwantitatief: de gemeten absorptie is over enkele decades concentratie lineair evenredig met het nitrietgehalte, mits een geldige kalibratielijn is opgesteld en de matrix onder controle is. In semi-kwantitatieve vorm (kleurenschaal op een teststrip) levert de reactie een indicatie in stappen (bijv. < 0,05, 0,1, 0,5, 1, 5 mg/l).
Voor de opzet of uitbreiding van een Griess-workflow in het laboratorium zijn onder meer spectrofotometers, optische cuvetten, 0,45 µm-membraanfilters voor monstervoorbereiding en chemicaliën en reagentia voor de bereiding van sulfanilamide- en NED-oplossingen snel leverbaar uit het assortiment van Labvakhandel. Neem contact op voor advies over methode-inrichting, referentiematerialen en geschikte cuvetkeuze.
Disclaimer: De informatie in dit artikel is opgesteld op basis van algemeen beschikbare technische en normatieve bronnen en dient uitsluitend als achtergrondkennis. Canidae Seal B.V. / Labvakhandel.nl is niet aansprakelijk voor de toepassing van deze informatie in specifieke analytische, klinische of industriële situaties. Raadpleeg voor uw eigen toepassing altijd de geldende normering, de vakliteratuur en de documentatie van fabrikant en laboratorium.
Inloggen
Wachtwoord vergeten
Account aanmaken
Uw winkelwagen is leeg.