Een stop lijkt het eenvoudigste onderdeel van een laboratoriumopstelling, maar een verkeerde stop leidt snel tot problemen: een erlenmeyer die niet sluit, een vacuümfles die lucht trekt, een verharde stop die bij het verwijderen barst of een glazen stop die na een nacht vastzit. Een stop moet passen op de hals, bestand zijn tegen het medium, de temperatuur doorstaan en soms ook een glasbuis, thermometer of slang doorlaten.
Dit artikel geeft een diepgaand overzicht van laboratoriumstoppen: welke soorten er zijn, hoe u de maataanduiding volgens DIN 12871 leest, wat de verschillen zijn tussen natuurrubber, NBR, chloropreen, siliconenrubber en EPDM, wanneer u een glazen NS-stop kiest en hoe u stoppen veilig gebruikt. Voor de bijbehorende verbindingen verwijzen we naar het artikel over laboratoriumslangen en voor het principe van geslepen verbindingen naar het artikel over NS-slijpstukken volgens DIN 12242.
Een laboratoriumstop is een conisch of cilindrisch sluitstuk dat in de hals of opening van een reageerbuis, erlenmeyer, kolf of fles wordt gedrukt om die af te sluiten. De stop dicht af door klemming: de conische vorm wordt in de hals geperst en het elastische materiaal vult de ruimte tussen stop en glaswand. Een stop kan massief zijn of een of meer boringen hebben om een glasbuis, thermometer of gasinleider door te voeren.
Een stop verschilt van een dop. Een dop wordt over of op de hals geschroefd of geschoven, zoals een schroefdop op een fles. Een stop gaat in de hals. Een septum is weer iets anders: dat is een doorprikbaar membraan, meestal in een schroefdop, waar een naald doorheen kan zonder dat de vloeistof open komt te liggen. Voor schroefdoppen met septa voor vials zie schroefdoppen met septa voor 2 ml vials.
De eisen die u aan een stop stelt, zijn in de praktijk:
Laboratoriumstoppen zijn er in vijf hoofdgroepen. De keuze hangt af van het medium, de temperatuur, de hals en de vraag of de verbinding steeds opnieuw geopend wordt.
In de dagelijkse praktijk zijn conische rubberen stoppen veruit het meest gebruikt, omdat ze op glaswerk met een gewone ronde hals passen en in veel maten leverbaar zijn. Glazen stoppen horen bij glaswerk met slijpstukken en zijn daarom altijd afgestemd op de NS-maat van de kolf of fles. Het artikel over slijpstuk glaswerk beschrijft het glaswerk waarop ze thuishoren.
Bij kunststof stoppen is de materiaalkeuze bepalend. PTFE is inert en wordt onder meer gebruikt om een scheidingstrechter af te sluiten, zoals beschreven in het artikel over laboratoriumtrechters. Welke kunststoffen in het laboratorium voorkomen en waarin ze verschillen, leest u in het artikel over laboratoriumplastics en verbruiksmaterialen.
Rubber is niet één materiaal. De fabrikantcatalogus van D&N noemt voor stoppen volgens DIN 12871 vijf kwaliteiten, elk met een eigen kleur en hardheid:
De Shore A-waarde geeft de hardheid aan: hoe hoger het getal, hoe harder de stop. Een zachtere stop past zich makkelijker aan de hals aan, een hardere stop is stijver. Daarnaast noemt de catalogus een afzonderlijke stop van EPDM voor butyrometers, die verderop in dit artikel wordt besproken.
De catalogus bevat een bijlage met typische eigenschappen van gevulkaniseerd rubber. Daarin wordt elke eigenschap beoordeeld op een schaal van 1 (zeer goed) tot 6 (zeer ongunstig). De tabel hieronder toont de eigenschappen die voor stoppen het meest van belang zijn.
De catalogus vermeldt zelf dat deze beoordeling richtinggevend is: het beeld van een rubbersoort kan sterk veranderen door de samenstelling van het mengsel. Gebruik de tabel dus om een keuze te onderbouwen, niet als garantie.
Wat leest u eruit af?
Een uitgebreidere vergelijking van deze rubbers, inclusief de invloed op slang, staat in het artikel over laboratoriumslangen. Voor een specifiek medium raadpleegt u de chemische compatibiliteitstabel en het veiligheidsinformatieblad van de stof.
Een rubberen stop die lang in een hals heeft gezeten, krijgt vaak de vorm van die hals en veert niet meer terug. Dat heet blijvende vervorming (compression set). De eigenschap is belangrijk bij stoppen, omdat de afdichting volledig steunt op de veerkracht van het materiaal. In de bijlage scoort siliconenrubber het beste, zeker bij hoge temperatuur. Natuurrubber en chloropreen scoren hier slechter. Een stop die na verwarming niet meer goed sluit, moet daarom worden vervangen.
Conische rubberen stoppen worden gemaakt volgens DIN 12871. Elke stop heeft vier maten, die in de catalogus zo zijn aangeduid:
In de bestelling wordt een stop meestal aangeduid met de twee diameters, bijvoorbeeld 14/18 voor A-Ø 14 mm en B-Ø 18 mm. Bij het kiezen van de maat geldt dat de binnendiameter van de hals tussen A-Ø en B-Ø moet liggen. Een vuistregel uit de praktijk is dat de stop ongeveer voor de helft tot tweederde van zijn hoogte in de hals zit. Dat is een richtlijn en geen normeis. De norm zelf wordt uitgegeven door DIN.
De catalogus vermeldt 24 standaardmaten, van de kleinste tot de grootste stop.
Niet-gestandaardiseerde boringen zijn volgens de catalogus leverbaar als handboring van Ø 4 mm tot Ø 60 mm. Neem contact op als u een stop met een afwijkende boring nodig heeft.
Het assortiment van Labvakhandel omvat conische stoppen van grijs natuurrubber, in maten van 3,5/6,5 tot 29/35 mm, zonder boring en met een of twee boringen. Zie rubber stoppen grijs.
Een massieve stop sluit een opening volledig af: een reageerbuis, een erlenmeyer met een monster of een fles waarin iets wordt bewaard. Een stop met boring is nodig zodra er iets doorheen moet: een thermometer, een gasinleider of een glasbuis voor een slang.
Een stop met één boring wordt vaak gebruikt voor een enkele doorvoer, bijvoorbeeld een thermometer of een gasinleidbuisje. Een stop met twee boringen maakt een tweede doorvoer mogelijk, bijvoorbeeld een gasinlaat naast een thermometer. Een voorbeeld uit de praktijk is de meetopstelling met een gasmeetspuit, waarbij een reactievat met een doordringende stop via een gasdichte slang op de spuit wordt aangesloten. Meer opstellingen met stoppen en hulpstukken staan in het artikel over glaswerk voor opstellingen en hulpstukken. Gasgeleidebuisjes die door een stop passen, zijn te vinden bij gas-geleidebuisjes recht voor door stop.
Let bij het kiezen van een stop met boring op twee dingen. De boring moet iets krapper zijn dan de buis die erdoorheen gaat, zodat de stop de buis goed omsluit. En de stop moet in het gebruik niet onder spanning staan: een te grote buis in een te kleine boring kan de stop scheuren of de buis breken.
Bij het doorsteken van een glasbuis of thermometer gebeuren de meeste ongelukken met glasbreuk in de hand. Voorkom dat met een paar vaste gewoonten:
Naast de standaardstop bevat het D&N-programma een aantal vormdelen die in de praktijk bij stoppen worden gezocht. De catalogus beschrijft deze als afzonderlijke rubberen vormdelen.
Van deze vormdelen is de Guko-ring het best bekend. Hij wordt gebruikt om een Büchnertrechter luchtdicht op een zuigfles te plaatsen. De ring maakt de verbinding tussen de steel van de trechter en de hals van de zuigfles. Hoe dat in een volledige filtratie-opstelling past, leest u in het artikel over laboratoriumfiltratie. Labvakhandel levert de Guko-ringen set met acht maten.
Een glazen stop heeft een conisch geslepen rand volgens DIN 12242. De tapsheid is gestandaardiseerd op 1:10: de diameter neemt per 10 mm lengte met 1 mm af. De maataanduiding bestaat uit twee getallen, bijvoorbeeld NS 29/32: een buitendiameter van 29 mm en een slijplengte van 32 mm. Een glazen stop past alleen in een hals met dezelfde NS-maat. Omdat stop en hals beide van glas zijn en op elkaar zijn ingeslepen, is de verbinding inert en goed afdichtend, ook bij organische oplosmiddelen. Welke onderdelen er bij slijpstuk glaswerk horen en hoe ze combineerbaar zijn, leest u in het artikel over slijpstuk glaswerk.
Een geslepen verbinding heeft een nadeel: de slijpvlakken kunnen vastlopen. Dat gebeurt onder meer bij bijtende vloeistoffen, die het geslepen oppervlak kunnen aantasten en de delen vast kunnen lijmen, en bij verbranding van smeer, waarbij het vet verkoolt en de verbinding vastplakt. Daarom worden glazen slijpstukken doorgaans licht ingevet. Het artikel over NS-slijpstukken behandelt de smeermiddelen (siliconenvet, Apiezon en PFPE), de PTFE-mantelafdichtingen als smeervrij alternatief en het losmaken van een vastgelopen verbinding.
Twee aanvullende praktische punten:
Geslepen stoppen komen ook voor in meetglaswerk. Het weegflesje heeft een nauwsluitende geslepen glazen stop, zoals beschreven in het artikel over open vaatwerk in het laboratorium, en de pycnometer heeft een ingeslepen stop met een fijn capillair, zie pycnometer. In beide gevallen is de stop onderdeel van de meting en wisselt u hem niet om.
Kunststof stoppen worden gemaakt van onder meer polypropeen (PP) en PTFE. PP is licht en herbruikbaar en behoort volgens het artikel over autoclaven tot de kunststoffen die doorgaans autoclaveerbaar zijn. PTFE is chemisch vrijwel inert. Een kunststof stop is stijver dan rubber en sluit daarom minder goed aan op kleine oneffenheden in de hals.
Kurk is een traditioneel materiaal voor droge, niet-corrosieve toepassingen. Het is poreus en neemt vloeistof en damp op, zodat het ongeschikt is voor agressieve of vluchtige media. Voor de meeste laboratoriumtoepassingen is rubber de gebruikelijke keuze.
Het temperatuurbereik van een stop hangt volledig af van het materiaal. In de catalogus scoort natuurrubber de slechtste waarde (6) op warmtebestendigheid, terwijl siliconenrubber de beste waarde (1) heeft. Voor siliconenrubber noemt de fabrikantinformatie bij slang een bereik van -60 °C tot +200 °C, met korte pieken tot +260 °C. Gebruik dat als indicatie voor siliconen stoppen en controleer de specificatie van de fabrikant voor uw eigen artikel.
Voor autoclaveren geldt het volgende, volgens het artikel over autoclaven: natuurrubber en buna-rubber verdragen autoclaaftemperaturen doorgaans slecht en worden na herhaald autoclaveren bros en poreus. Siliconenrubber is autoclaafbestendig tot 134 °C en is de standaardkeuze voor autoclaveerbare afdichtingen, stoppen en slangen. EPDM-rubber is eveneens geschikt.
Plaats de stop bij autoclaveren losjes in de hals. Het artikel over bekerglas of erlenmeyer wijst erop dat een erlenmeyer met stop niet mag worden verwarmd zonder de stop los te draaien, en dat u een warme erlenmeyer nooit moet afsluiten: bij afkoeling ontstaat onderdruk die de stop naar binnen kan trekken of de kolf kan beschadigen.
Bij vacuümwerk wordt de stop door de onderdruk in de hals getrokken. Dat helpt de afdichting, maar vraagt om een stop die niet vervormt. Kies een stop die goed past, en controleer de stop op scheuren en vervorming voor u een opstelling onder vacuüm brengt. Bij een zuigfles met filtertrechter gebruikt u een Guko-ring of een rubberen stop met boring voor de verbinding met de trechter. Een veiligheidsfles in de opstelling is beschreven in het artikel over laboratoriumfiltratie.
Gebruik voor de slangen in zo'n opstelling vacuümgeschikte slang met voldoende wanddikte. Dat onderwerp staat in het artikel over vacuüm in het laboratorium. Voor het filtratie-glaswerk zie vacuümflessen.
Een stop is een slijtdeel. Een paar gewoonten verlengen de levensduur en voorkomen lekkage:
Een stop die na een nacht vastzit in de hals, verwijdert u door hem licht te draaien en niet te trekken. Bij een glazen stop gebruikt u geen metalen gereedschap; licht tikken met een houten staaf is de geijkte methode.
Een laboratoriumstop sluit een reageerbuis, erlenmeyer, kolf of fles af. De stop dicht af door klemming in de hals en kan massief zijn of een of meer boringen hebben voor een glasbuis, thermometer of gasinleider. Zo voorkomt u verdamping, vervuiling en morsen, en kunt u een opstelling gesloten of onder onderdruk uitvoeren.
De gangbare soorten zijn rubber, siliconenrubber, glas met geslepen rand (NS), kunststof zoals polypropeen of PTFE, en kurk. Rubber is flexibel en goed afdichtend, siliconen heeft het grootste temperatuurbereik, glas is inert en past alleen op een glazen hals met dezelfde NS-maat, kunststof is licht en herbruikbaar en kurk is een traditioneel materiaal voor droge, niet-corrosieve toepassingen.
Rubber, vooral natuurrubber, is elastisch en voor gewone toepassingen geschikt, maar heeft de zwakste warmtebestendigheid. Siliconenrubber (VMQ) scoort in de catalogus het best op warmtebestendigheid, kouderflexibiliteit en blijvende vervorming, en is autoclaafbestendig tot 134 °C. Siliconen is daarentegen ongunstig bij sterke logen en minder gasdicht. Kies dus op medium en temperatuur, niet op materiaal alleen.
Meet de binnendiameter van de hals. Kies een conische stop waarvan de kleine diameter (A-Ø) kleiner en de grote diameter (B-Ø) groter is dan die binnendiameter. Een stop gaat ongeveer voor de helft tot tweederde van zijn hoogte in de hals. Bij glaswerk met slijpstuk kiest u geen rubberen stop maar een stop met dezelfde NS-maat, bijvoorbeeld NS 29/32.
De twee getallen zijn de kleine diameter aan de onderkant (A-Ø) en de grote diameter aan de bovenkant (B-Ø), beide in millimeters. Een stop 14/18 heeft dus een A-Ø van 14 mm en een B-Ø van 18 mm. De hoogte van de stop staat apart in de maattabel, bij deze maat 20 mm.
Een massieve stop sluit de opening volledig af. Een stop met een of twee boringen laat er een glasbuis, thermometer of gasinleider door. De boring is iets krapper dan de buis zodat de stop de buis goed omsluit. In de DIN 12871-tabel van de catalogus zijn stoppen met één boring er vanaf de maat 10,5/14,5 en met twee boringen vanaf 14/18.
Een NS-stop is een glazen stop met een conisch geslepen rand volgens DIN 12242, met een tapsheid van 1:10. De maat, zoals NS 29/32, geeft de buitendiameter en de slijplengte in millimeters. Een NS-stop past alleen in een hals met dezelfde NS-maat en wordt licht ingevet om vastlopen te voorkomen.
Ja, doorgaans wel. Glazen slijpstukken worden licht ingevet om vastlopen te voorkomen. Gebruik een dunne laag: te veel vet verontreinigt het product. Alternatief is een PTFE-mantelafdichting, een dunne huls die een smeervrije verbinding geeft. Bij bijtende vloeistoffen of oververhit vet kan een verbinding toch vastlopen.
Tik licht met een houten staaf tegen de verbinding en gebruik nooit metaal. Verwijder oud vet met een zachte doek en isopropanol of hexaan en breng daarna een dunne laag nieuw vet aan. Forceer de verbinding niet: glas kan breken en leiden tot verwondingen.
Een stop gaat in de hals en dicht af door klemming. Een dop wordt op of over de hals geschroefd of geschoven. Een septum is een doorprikbaar membraan, meestal in een schroefdop, waar een naald doorheen kan zonder dat de vloeistof open komt te liggen.
Dat hangt van het rubbertype af. Natuurrubber en buna-rubber worden na herhaald autoclaveren bros en poreus. Siliconenrubber is autoclaafbestendig tot 134 °C en EPDM is eveneens geschikt. Plaats de stop altijd losjes in de hals, zodat de druk zich kan gelijkmaken.
Dat verschilt per rubbertype en per mengsel. Natuurrubber heeft in de catalogus de slechtste beoordeling voor warmtebestendigheid, siliconenrubber de beste. Voor siliconenrubber noemt de fabrikantinformatie bij slang -60 °C tot +200 °C, met korte pieken tot +260 °C. Controleer voor uw artikel altijd de specificatie van de fabrikant.
Dat hangt af van het rubbertype en het oplosmiddel. In de catalogus scoren natuurrubber en EPDM zeer ongunstig op benzine, terwijl NBR en chloropreen hier beter op scoren. Raadpleeg voor een specifiek medium de chemische compatibiliteitstabel en het veiligheidsinformatieblad, en test bij twijfel eerst een stop.
Een rubberen stop is elastisch en sluit goed af. Kurk is poreus en neemt vloeistof en damp op, en is daardoor alleen geschikt voor droge, niet-corrosieve toepassingen. Bij agressieve of vluchtige media en bij steriel werk is rubber (of glas) de betere keuze.
Een Guko-ring is een conische rubberen afdichtring waarmee u de steel van een Büchnertrechter luchtdicht op de hals van een zuigfles plaatst. De set bevat acht maten (nummer 1 tot 8), zodat u de juiste ring kiest voor de diameter van de trechtersteel en de hals.
De fabrikantcatalogus vermeldt niet-gestandaardiseerde boringen als handboring van Ø 4 mm tot Ø 60 mm. Neem contact op met Labvakhandel om de mogelijkheden voor uw maat en materiaal te bespreken.
Niet altijd. Natuurrubber is afkomstig van natuurlatex. Is latexvrij werken een eis, kies dan een synthetisch rubber zoals siliconenrubber, NBR of chloropreen en controleer de specificatie van de fabrikant.
Een butyrometerstop is een rubberen stop voor het afsluiten van een butyrometer. De fabrikantcatalogus noemt hiervoor een stop van grijs EPDM, geschikt voor de vetbepaling in zuivelproducten.
Een rubber wisser is een rubberen vormdeel met een boring van 5 mm waarin een glasstaaf wordt gestoken. De catalogus biedt de wisser aan in een staafvorm en een spatelvorm, in natuurrubber en in siliconenrubber (alleen de spatelvorm).
Er is geen vaste levensduur. De levensduur hangt af van het rubbertype, het medium, de temperatuur en het aantal keren dat de stop wordt geplaatst en verwijderd. Vervang een stop bij scheurtjes, verharding, kleverigheid of een stop die niet meer goed sluit door blijvende vervorming.
Voor rubber stoppen en Guko-ringen kunt u terecht bij Labvakhandel. Bekijk het assortiment stoppen en doppen, het glaswerk met slijpstuk, de slangen en toebehoren en de vacuümflessen. Neem voor advies over de juiste stop voor uw toepassing gerust contact met ons op.
Disclaimer: De informatie in dit artikel is bedoeld als algemene technische toelichting. De genoemde temperaturen, drukken en bestendigheidsklassen zijn richtwaarden uit fabrikantinformatie en kunnen per uitvoering afwijken. Canidae Seal B.V. / Labvakhandel.nl aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de toepassing van deze informatie in specifieke analytische, klinische of industriële situaties. Raadpleeg voor uw eigen toepassing altijd de geldende normen, vakliteratuur en de documentatie van fabrikant en apparatuur.
Inloggen
Wachtwoord vergeten
Account aanmaken
Uw winkelwagen is leeg.