In de farmaceutische industrie en bij medische hulpmiddelen worden vaak hogere eisen gesteld aan kunststoffen dan in algemeen laboratoriumgebruik. Een spuit die in contact komt met een geneesmiddel mag geen weekmakers afgeven aan de oplossing. Een centrifugebuis voor celkweek mag geen stoffen lekken die de cellen beschadigen. Voor dergelijke toepassingen geldt de classificatie USP Class VI, de hoogste biocompatibiliteitsklasse volgens de United States Pharmacopeia. Dit artikel legt uit wat USP Class VI inhoudt, welke tests erachter zitten en wanneer u op deze klasse moet letten.
Voor een algemeen overzicht van kunststoffen in het laboratorium, zie kunststoffen ISO 1043. Voor andere kwaliteitsnormen: ISO 13485 voor medische hulpmiddelen. De officiele USP-teksten zijn beschikbaar via USP.
De United States Pharmacopeia (USP) is een Amerikaanse non-profitorganisatie die kwaliteitsstandaarden uitgeeft voor geneesmiddelen, voedingssupplementen en farmaceutische ingrediënten. De USP-standaarden worden in de Verenigde Staten wettelijk afdwingbaar via de Food and Drug Administration (FDA), maar worden ook internationaal breed gebruikt — ook in Europa — als de facto standaard voor kunststoffen die in contact komen met geneesmiddelen.
De Europese tegenhanger is de European Pharmacopoeia (Ph. Eur.), uitgegeven door de Europese Raad voor Farmaceutische Zaken. Voor kunststoffen heeft de Ph. Eur. eigen specificaties, maar in de praktijk wordt voor materialen vaak naar USP gerefereerd.
De Class-aanduiding voor kunststoffen komt uit USP General Chapter <88>, getiteld Biological Reactivity Tests, In Vivo. Dit hoofdstuk beschrijft drie verschillende biologische tests op dierproeven (met name op konijnen en muizen) waarmee de reactiviteit van een kunststofextract wordt beoordeeld:
Op basis van de tests die zijn uitgevoerd en doorstaan, wordt het materiaal in een van zes klassen ingedeeld:
Class VI is de strengste klasse: het materiaal moet alle drie de tests doorstaan, en bovendien met extracten die zijn gemaakt met verschillende extractievloeistoffen (zoutoplossing, ethanol-zoutoplossing-mengsel, plantaardige olie, polyethyleenglycol 400). Hierdoor wordt aangetoond dat het materiaal geen schadelijke stoffen lekt in een breed scala aan media.
Class IV en Class VI worden soms door elkaar gebruikt, maar er zit een wezenlijk verschil in het testpakket. Class IV doorloopt de Systemic Injection Test en de Intracutaneous Test, maar niet de Implantation Test. Daardoor is Class IV geschikt voor farmaceutische toepassingen waarbij het materiaal niet in direct, langdurig contact met levend weefsel komt.
Class VI voegt de Implantation Test toe en vereist dat alle drie tests worden doorstaan met meerdere extractievloeistoffen (zoutoplossing, ethanol-zoutoplossing, plantaardige olie en polyethyleenglycol 400). Hierdoor dekt Class VI een breder scala aan contactmedia en is het de strengste klasse voor materialen in farmaceutische en medische toepassingen.
In de praktijk geldt: specificeer altijd de vereiste klasse op uw tekening of bestelspecificatie. Een Class IV-gecertificeerd materiaal is niet automatisch Class VI-compliant, ook al lijken de polymeren identiek.
Het is belangrijk te begrijpen wat USP Class VI niet garandeert:
USP Class VI is een eerste filter: het sluit materialen uit die op de basis-biologische tests problemen vertonen. Voor specifieke toepassingen (implantaten, langdurig bloedcontact, kindergeneesmiddelen) gelden aanvullende tests.
Nee. USP grade en food grade zijn verwante maar verschillende kwalificaties met een ander toepassingsgebied en een andere reikwijdte.
Food grade — in de EU geregeld via Verordening (EU) 10/2011 voor kunststoffen die in contact komen met levensmiddelen — toetst of een materiaal geen stoffen afgeeft die de gezondheid van de consument schaden of de samenstelling van voedsel onaanvaardbaar veranderen. De migratiegrenzen zijn vastgesteld voor oraal ingenomen stoffen.
USP Class VI gaat verder: het test op reacties met levend weefsel en bloed via dierproeven. Een materiaal dat food grade is, hoeft de biologische reactietests van USP <88> niet te hebben doorlopen. Omgekeerd is een USP Class VI-materiaal niet automatisch gecertificeerd voor contact met levensmiddelen, omdat de USP-tests niet op migratie naar voedsel zijn gericht.
Voor farmaceutische toepassingen — injecteerbare geneesmiddelen, biologische vloeistoffen, celkweek — is USP Class VI de relevante norm. Voor verpakking van voedingssupplementen in tabletten of capsules geldt food grade; zodra een verpakking in contact komt met een injecteerbaar geneesmiddel, is USP Class VI vereist.
Voor medische hulpmiddelen onder Europese MDR (Medical Device Regulation) is niet USP Class VI maar de ISO 10993-serie de richtinggevende norm. Deze omvat 23 deelnormen voor verschillende biocompatibiliteitsaspecten:
De ISO 10993-serie hanteert een risicogebaseerde benadering: welke tests nodig zijn hangt af van de aard en duur van het contact met het lichaam. Voor een 24-uurs cathetherproduct is een ander testpakket vereist dan voor een levenslang heupimplantaat.
Naast hoofdstuk 88 is er ook USP General Chapter <87>, een in-vitro-test op cellen in plaats van proefdieren. Hierin worden gekweekte zoogdiercellen blootgesteld aan extracten van het materiaal, en wordt beoordeeld of de cellen schade vertonen. USP 87 is een snellere en goedkopere screening; USP 88 is de "gouden standaard" met dierproeven.
Veel fabrikanten gebruiken eerst USP 87 als screening en alleen bij positieve resultaten gaat het materiaal door naar USP 88-testen.
Voor primaire verpakkingsmaterialen (de directe verpakking van een geneesmiddel) geldt aanvullend USP General Chapter <661>: Containers — Plastics. Dit hoofdstuk specificeert tests op:
USP 661 onderscheidt verschillende typen kunststof: 661.1 voor producten van geneesmiddelen (drug products), 661.2 voor verpakkingsmaterialen, en 661 voor de overkoepelende methoden.
Veel laboratorium- en farma-kunststoffen kunnen Class VI gecertificeerd zijn, mits aangetoond met de juiste tests. Bekende voorbeelden:
Een fabrikant biedt vaak voor een en hetzelfde polymeer (bijvoorbeeld PP) zowel een standaard- als een Class VI-grade aan. Het verschil zit niet in de chemische samenstelling zelf maar in de strengere productie-omstandigheden, additieven (geen weekmakers, gecontroleerde antistatica) en de aanwezigheid van een biocompatibiliteits-certificaat.
USP Class VI is met name relevant in GMP-omgevingen waarin producten in contact komen met geneesmiddelen of parenterale toedieningsvormen.
Hoogwaardige laboratorium-leveranciers leveren kunststoffen in Class VI-grade tegen meerprijs ten opzichte van standaard. Bij bestelling moet u expliciet om de Class VI-uitvoering vragen; het wordt niet automatisch geleverd. De levering gaat doorgaans gepaard met een Certificate of Compliance (CoC) waarin de fabrikant aangeeft dat het materiaal in een specifieke batch voldoet aan USP Class VI.
Voor het laboratorium betekent dit dat bij keuze tussen "Standaard PP" en "USP Class VI PP" voor algemeen werk de standaardvariant prima volstaat. Voor celkweek, steriele filtratie of farma-toepassingen kiest u Class VI.
USP Class VI-gecertificeerd materiaal is verkrijgbaar in verschillende product-uitvoeringen. Zie het overzicht van laboratoriumplastics en verbruiksmaterialen.
Om als fabrikant of laboratorium te kunnen stellen dat een materiaal USP Class VI-compliant is, moet aan drie voorwaarden zijn voldaan:
Belangrijk: de USP verleent zelf geen certificaten. Er is geen centrale USP-lijst van goedgekeurde materialen. De verantwoordelijkheid voor de claim ligt bij de fabrikant; u als afnemer dient het CoC op te vragen en te bewaren als onderdeel van uw GMP-documentatie.
Voor medische hulpmiddelen die vallen onder de Europese MDR is een aanvullend ISO 10993-programma vereist naast de USP Class VI-tests — zie het onderdeel ISO 10993 hierboven.
Een verwante en steeds belangrijker concept is dat van extractables en leachables (E&L). Extractables zijn stoffen die onder geforceerde omstandigheden (hoge temperatuur, agressief oplosmiddel) uit een kunststof kunnen worden geëxtraheerd. Leachables zijn stoffen die onder normale gebruiksvoorwaarden daadwerkelijk uit het materiaal in de inhoud vrijkomen.
Voor biopharma-productie is een E&L-studie tegenwoordig vereist voor elk plastic onderdeel dat in contact komt met het geneesmiddel. Class VI is daarbij een eerste filter, maar geen vervanging voor de E&L-studie zelf. De norm USP <1663> en USP <1664> beschrijven de aanpak.
Andere artikelen in het cluster Normeringen
Overzicht Normeringen in het laboratorium (hub) Normeringsinstanties Verschil tussen DIN, ISO en EN
Materialen Roestvast staal AISI en EN Kunststoffen ISO 1043 Borosilicaatglas normering
Glaswerk en aansluitingen NS-slijpstukken DIN 12242 GL-schroefdraad DIN 168 Nauwkeurigheidsklassen maatglaswerk Sinterglas porositeiten ISO 4793 Filtreerpapier-klassen Schroefdraden BSP, NPT en metrisch Luer en Luer-Lock ISO 80369
Veiligheid en chemicaliën CLP en GHS-etikettering ADR-vervoer gevaarlijke stoffen REACH-verordening
Sterilisatie, cleanroom en kwaliteit ISO 14644 cleanroom-klassen Sterilisatienormen ISO 9001, ISO 17025 en ISO 13485 USP Class VI voor farma
Conversietabellen en overzichten Conversietabel AISI en EN voor roestvast staal Conversietabel DIN, ISO en NEN Overzicht alle laboratoriumnormen
Bij Labvakhandel vindt u laboratoriumplastics, centrifugebuizen en filtratiemateriaal geschikt voor farmaceutische toepassingen.
Disclaimer: dit artikel geeft een toelichting op normen en standaarden zoals die op het moment van schrijven gangbaar zijn. Normen worden periodiek herzien en ingetrokken. Raadpleeg voor de actuele, juridisch bindende versie altijd de officiële uitgevende instantie (zoals NEN, ISO, DIN, ASTM of USP) of een geaccrediteerde adviseur. Labvakhandel.nl aanvaardt geen aansprakelijkheid voor beslissingen genomen op basis van deze informatie.
Inloggen
Wachtwoord vergeten
Account aanmaken
Uw winkelwagen is leeg.