Chirale chromatografie: principe, selectoren en toepassingen

Chirale chromatografie is een bijzondere vorm van hogedruk vloeistofchromatografie (HPLC) waarbij enantiomeren — moleculen die elkaars spiegelbeeld zijn maar niet op elkaar gelegd kunnen worden — van elkaar worden gescheiden. Omdat enantiomeren identieke fysische eigenschappen bezitten (smeltpunt, kookpunt, UV-absorptie), zijn zij met een gewone niet-chirale HPLC-kolom niet te scheiden. Een chirale stationaire fase (CSP) maakt het verschil: door stereospecifieke interacties worden de twee spiegelbeeldvormen op verschillende tijdstippen van de kolom geëlueerd. De techniek is onmisbaar geworden in de farmaceutische industrie, de agrochemie en de voedingsanalyse, overal waar de biologische activiteit van een verbinding afhankelijk is van haar driedimensionale configuratie.

Schematisch overzicht van het scheidingsprincipe bij chirale chromatografie: enantiomeren, chirale selector en het resulterend chromatogram

Wat is chiraliteit?

Een molecuul is chiraal wanneer het niet samenvalt met zijn spiegelbeeld. De meest voorkomende oorzaak is een asymmetrisch koolstofatoom (koolstof met vier verschillende substituenten), maar chiraliteit kan ook ontstaan door axiale, planaire of helicoïdale asymmetrie. De twee spiegelbeeldisomeren van een chiraal molecuul worden enantiomeren genoemd. Mengsels die gelijke hoeveelheden van beide enantiomeren bevatten heten racematen of racemische mengsels; een mengsel met een overmaat van één enantiomeer heeft een enantiomere overmaat (ee).

Enantiomeren draaien gepolariseerd licht in tegengestelde richting: het rechtsdraaiende enantiomeer wordt aangeduid met (+) of d, het linksdraaiende met (−) of l. De absolute configuratie rond het chiraal centrum wordt beschreven met de R/S-nomenclatuur (Cahn-Ingold-Prelog-regels). In de biologie wordt de D/L-nomenclatuur veel gebruikt: vrijwel alle natuurlijk voorkomende aminozuren zijn L-aminozuren, terwijl glucose als D-glucose voorkomt.

Wat chiraliteit biologisch belangrijk maakt, is dat enzymen, receptoren en andere biologische macromoleculen zelf chiraal zijn. Het receptor-ligand contact is stereospecifiek: een receptor past precies op één enantiomeer, maar niet op zijn spiegelbeeld. Dit is de reden dat de twee enantiomeren van een farmaceutische werkzame stof drastisch verschillende werking kunnen hebben — van dezelfde effectiviteit via geen werking tot zelfs tegengesteld of toxisch effect.

Wat is het verschil tussen enantiomeren en diastereomeren?

Enantiomeren en diastereomeren zijn beide vormen van stereo-isomerie, maar ze gedragen zich fundamenteel anders. Enantiomeren zijn elkaars spiegelbeeldisomeren: ze zijn niet superponeerbaar op elkaar en bezitten op één na identieke fysische eigenschappen (smeltpunt, kookpunt, oplosbaarheid). Alleen de richting van optische rotatie verschilt. Dit is ook de reden dat enantiomeren op een gewone achirale kolom niet zijn te scheiden: ze wisselen op precies dezelfde wijze met de stationaire fase. Diastereomeren zijn stereo-isomeren die geen spiegelbeeldpaar vormen. Ze bezitten wél meetbaar verschillende fysische en chemische eigenschappen en zijn daardoor te scheiden met conventionele chromatografie of kristallisatie.

Dit onderscheid is praktisch van belang voor de methodekeuze: wanneer men enantiomeren wil scheiden, is een chirale methode onvermijdelijk (chirale stationaire fase, chirale mobiele fase-additief of derivatisering tot diastereomeren). Bij diastereomeren is een gewone RP-HPLC-kolom in principe voldoende.

Hoe werkt chirale chromatografie?

De scheiding berust op het beginsel van de drievoudige herkenning van Dalgliesh (drie-punt-interactiemodel): om twee enantiomeren te kunnen onderscheiden, moeten er gelijktijdig ten minste drie stereospecifieke interacties optreden tussen het analytmolecuul en de chirale selector. Gebruikelijke interacties zijn waterstofbruggen, elektrostatische aantrekking, π-π-stapeling, inclusievorming en sterische passing. Het ene enantiomeer past geometrisch beter op de actieve groep van de selector dan het andere; daardoor verschilt de bindingsaffiniteit en daarmee de retentietijd.

De chirale selector is gefixeerd op of in het dragermateriaal — doorgaans poreus silica — en vormt zo de chirale stationaire fase (CSP). De mobiele fase is niet chiraal en draagt bij aan de algehele elutiekracht. De elutievolgorde (welk enantiomeer eerst eluiert) is afhankelijk van de selector, de mobiele fase, de temperatuur en de structuur van het analysemolecuul. Omgekeerde elutievolgorde kan worden bereikt door de enantiomere tegenhanger van de selector te gebruiken, door de mobiele fase te wijzigen of door de temperatuur aan te passen.

Directe versus indirecte chirale scheiding

Chirale chromatografische scheidingen worden ingedeeld in twee principieel verschillende benaderingen: de directe en de indirecte methode.

Bij de directe methode wordt het analytmolecuul zonder chemische modificatie in contact gebracht met een chirale omgeving. Dit kan via een chirale stationaire fase (CSP) — verreweg de meest gebruikte aanpak — of via een chiraal mobiele fase-additief (CMPA). Bij een CMPA wordt de chirale selector opgelost in de mobiele fase en vormt deze tijdelijke diastereomere complexen met de enantiomeren in oplossing; het verschil in stabiliteit van die complexen leidt tot een retentieverschil op een gewone achirale kolom. Cyclodextrines zijn de meest gebruikte CMPA's bij capillaire elektroforese en soms bij HPLC. Het nadeel van CMPA's is het hoge verbruik van de chirale additivum en de complexere optimalisatie.

Bij de indirecte methode worden de enantiomeren vóór chromatografie omgezet in diastereomeren door reactie met een optisch zuiver chiraal derivatiseringsreagens (CDA). De gevormde diastereomeren hebben verschillende fysische eigenschappen en kunnen op een gewone achirale kolom worden gescheiden. Deze aanpak stelt geen bijzondere eisen aan de kolom, maar introduceert een extra reactiestap en vereist een zuiver, stabiel CDA. Racemisatie tijdens de derivatiseringsreactie moet worden vermeden, omdat dit de gemeten enantiomere overmaat vertekent. De indirecte methode is bruikbaar voor verbindingen met een reactieve functionele groep (amine, alcohol, carbonzuur) en voor situaties waarin geen geschikte CSP beschikbaar is.

Chirale resolutie: de parameter voor scheidingskwaliteit

De scheidingskwaliteit van een chirale scheiding wordt uitgedrukt in de chirale resolutie Rs:

Rs = 2 × (t₂ − t₁) / (w₁ + w₂)

Hierin zijn t₁ en t₂ de retentietijden van de twee enantiomeerpieken en w₁ en w₂ de piekbreedten op de basislijn. Een Rs van 1,5 geeft basislijnscheiding (piekoverlap < 1 procent); Rs ≥ 1,5 wordt doorgaans geëist voor kwantitatieve farmacopeiësche analyses. Bij Rs = 1,0 is de overlap ongeveer 2 procent, voldoende voor kwalitatieve scheiding maar onvoldoende voor nauwkeurige kwantificering van een spiegelenantiomeer op laag niveau. De resolutie is afhankelijk van de selectiviteitsfactor α (ook wel scheidingsfactor of chirale herkenningsfactor), het aantal theoretische platen N van de kolom, en de retentiefactor k van het tweede enantiomeer.

De enantiomere overmaat (ee) is de parameter die in syntheseonderzoek en kwaliteitscontrole de stereochemische zuiverheid uitdrukt:

ee (%) = (R − S) / (R + S) × 100

Een product van 99 % ee bevat 99,5 % van het gewenste enantiomeer en 0,5 % van het andere. Farmaceutische richtlijnen (ICH Q6A) schrijven voor dat chirale zuiverheid voor geneesmiddelen wordt bepaald en gespecificeerd.

Wat is klassieke chirale resolutie?

Naast chromatografische scheiding bestaat de klassieke chemische methode voor het scheiden van enantiomeren: kinetische of klassieke chirale resolutie. Bij klassieke resolutie wordt een racemisch mengsel omgezet in twee diastereomeren door reactie met een chirale hulpstof (resolutiemiddel). Diastereomeren hebben wél verschillende fysische eigenschappen (smeltpunt, oplosbaarheid) en kunnen dus met kristallisatie of gewone chromatografie worden gescheiden. Na scheiding wordt de chirale hulpstof verwijderd en de gewenste enantiomeer teruggewonnen. Klassieke resolutie levert maximaal 50 procent rendement op het gewenste enantiomeer; de andere helft gaat verloren of wordt geracemiseerd en opnieuw aangeboden. Bij kinetische resolutie reageert één enantiomeer selectief sneller dan het andere met een chiraal reagens; dit benut inherente snelheidsverschillen in asymmetrische reacties. Chirale chromatografie omzeilt deze rendementsbeperking: het hele racemaat wordt geanalyseerd en de twee enantiomeren worden zonder chemische modificatie van elkaar onderscheiden.

Selectoren en kolomtypen

De keuze van de chirale selector is de meest bepalende factor voor succes of falen van een chirale scheiding. De vijf meest gebruikte klassen zijn:

Selectortype Voorbeelden Scheidingsmechanisme Typische toepassingen
Polysaccharide-derivaten Cellulose tris(3,5-dimethylphenylcarbamate), amylose tris(3,5-dimethylphenylcarbamate) H-bruggen, sterische passing, inclusie in helixstructuur Brede toepasbaarheid; farmaceutische werkzame stoffen, agrochemicaliën
Cyclodextrine-derivaten β-cyclodextrine, 2,3-di-O-methyl-β-CD, 2,6-di-O-pentyl-β-CD Inclusiecomplexvorming in kegelvormige holte; H-bruggen aan rand Aromatische verbindingen, farmaceutica, voedingsaroma’s; ook in gaschromatografie (chirale GC)
Macrocyclische antibiotica Vancomycine, teicoplanine, ristocetine A Meervoudige H-bruggen, π-π-interacties, inclusie in holte, ionische wisselwerking Aminozuren, farmaceutica, peptiden; RPLC en NP-LC
Pirkle-type (brush-type) Whelk-O 1, Pirkle 1J, dinitrobenzamide-derivaten Drievoudige punt-interactie: π-donor/acceptor, H-brug, sterische component Aromatische verbindingen met polariseerbare groepen; NP-LC
Proteïne-gebaseerd BSA (runderserumalbumine), AGP (alpha-1-zuurglycoproteïne), HSA Meerdere bindingsplaatsen; hydrofobe en ionische interacties Farmaceutische verbindingen in waterige fase; beperkte belastbaarheid

Polysaccharide-derivaten zijn tegenwoordig de meest gebruikte chirale stationaire fasen voor HPLC. Ze zijn beschikbaar als gecoate kolommen (selectorpolymeer gecoat op silica) of gebonden kolommen (selector covalent gebonden, toleranter voor een breder oplosmiddelbereik). Gecoate polysaccharidekolommen leveren uitstekende chirale herkenning voor een groot aantal verbindingen, maar zijn gevoeliger voor oplosmiddelincompatibiliteit: bepaalde organische oplosmiddelen kunnen de coating van het silicaoppervlak wassen.

Hoe werkt chirale gaschromatografie?

Chirale gaschromatografie (chirale GC) past dezelfde drievoudige-herkenningprincipes toe, maar dan bij hoge temperatuur met een gasvormige mobiele fase. De chirale selector is opgelost in of verbonden aan een vloeibare stationaire fase die als dunne film is aangebracht op de binnenwand van een capillaire kolom. De meest gebruikte chirale GC-selectoren zijn cyclodextrine-derivaten (β-cyclodextrine, pergealkyleerde cyclodextrines) die zijn opgelost in een apolaire polysiloxanematrix. Chirale GC is bij uitstek geschikt voor vluchtige en thermisch stabiele chirale verbindingen: aroma’s (terpenen, esters, alcoholen), vluchtige farmaceutische verontreinigingen, pesticiden en derivaten van aminozuren na voorafgaande derivatisering. De chirale herkenning berust op inclusievorming in de cyclodextrineholte en verschil in enthalpie van het inclusiecomplex voor de twee enantiomeren. De selectiviteit in chirale GC is sterk temperatuurafhankelijk: lagere temperatuur geeft doorgaans meer chirale herkenning, maar ook langere analysetijden.

Het oplosmiddel bij chirale chromatografie

De keuze van de mobiele fase is bij chirale HPLC minstens zo kritisch als bij conventionele HPLC, maar met een bijzondere complicerende factor: het oplosmiddel moet enerzijds voldoende elutiekracht bieden om een acceptabele retentietijd te geven, en anderzijds mag het de chirale selector niet zodanig solvateren dat de stereospecifieke interactie verloren gaat.

Bij normaal-fase chirale HPLC (NP-CSP) wordt een combinatie van apolaire oplosmiddelen (hexaan, heptaan) met een kleine hoeveelheid polaire modifier (ethanol, isopropanol, methanol) gebruikt. De polaire modifier moduleert de retentie via competitie met de analyt voor de H-brugbindingsplaatsen op de selector. Polysaccharide-gecoate kolommen worden traditioneel in NP-modus gebruikt met hexaan/alcohol-mengsels. Protocollen starten vaak met hexaan/ethanol of hexaan/isopropanol in de verhouding 90:10 v/v en passen de verhouding aan op basis van de resulterende retentietijden.

Bij omgekeerde-fase chirale HPLC (RP-CSP) worden waterige buffers gecombineerd met acetonitril of methanol, analoog aan de gebruikelijke omgekeerde-fase HPLC. Macrocyclische antibiotica, cyclodextrines en proteïne-CSP’s worden overwegend in RP-modus gebruikt. Polysaccharide-gecoate kolommen zijn in RP-modus bruikbaar mits de oplosmiddelkeuze de coating niet aantast; covalent gebonden polysaccharidekolommen bieden hier een grotere veiligheidsmarge.

Bij superkritisch vloeistofchromatografie (SFC) wordt superkritisch CO₂ als hoofdcomponent van de mobiele fase gebruikt, aangevuld met een polaire modifier (methanol, ethanol, isopropanol). SFC combineert de snelheid en lage viscositeit van een gas met de oplossingskracht van een vloeistof. Voor chirale scheidingen heeft SFC grote opgang gemaakt: de korte analysetijden, het lage oplosmiddelverbruik en de goede chirale herkenning op polysaccharidekolommen maken SFC de techniek van voorkeur in de farmaceutische industrie voor snelle chirale screening en productieanalyse. Zie het artikel over superkritische vloeistofchromatografie (SFC) voor een uitgebreide behandeling van het principe, de systeemopbouw en de toepassingen. Zie ook het artikel over superkritische CO₂-extractie voor achtergrondinformatie over het superkritische punt van CO₂.

Chirale HPLC versus andere scheidingsmethoden

Techniek Mobiele fase Sterktes Beperkingen
Chirale HPLC (NP) Hexaan + alcohol Brede selectorbibliotheek; preparatief opschaalbaar Oplosmiddelcompatibiliteit gecoate kolommen; lage waterige oplosbaarheid van analyt
Chirale HPLC (RP) Water + acetonitril/methanol Geschikt voor ionische en wateroplosbare verbindingen Beperkte selectorkeuze in RP; lagere chirale herkenning voor sommige CSP’s
Chirale SFC CO₂ + modifier Snel; laag oplosmiddelverbruik; uitstekende chirale herkenning Hogere instrumentkosten; niet alle analyten zijn oplosbaar in CO₂-mengsels
Chirale GC Inert gas (He, N₂) Hoge efficiëntie; ideaal voor vluchtige verbindingen Beperkt tot vluchtige, thermisch stabiele analyten; vereist soms derivatisering
Chirale capillaire elektroforese Waterige buffer + chirale selector in oplossing Laag monstervolume; snel te ontwikkelen; goedkoop Lagere belastbaarheid; niet preparatief; lagere reproduceerbaarheid
Klassieke chemische resolutie Preparatief inzetbaar zonder dure chirale kolom Maximaal 50 % rendement; extra synthesestap vereist

Voor de scheiding van twee niet-chirale componenten met sterk overlappende pieken in complexe monsters — waarbij chirale en achirale scheiding nodig zijn in één analyse — kan tweedimensionale vloeistofchromatografie (2D-LC) worden ingezet: een achirale eerste dimensie (gericht op de stofklassenscheiding) gevolgd door een chirale tweede dimensie (enantiomeerscheiding). Voor chirale analyses op kleine schaal met beperkte instrumentkosten is chirale capillaire elektroforese een bewezen alternatief.

Toepassingen van chirale chromatografie

Farmaceutische industrie

De farmaceutische industrie is de grootste gebruiker van chirale chromatografie. De achtergrond: veel geneesmiddelen bevatten een chiraal centrum, en de twee enantiomeren kunnen drastisch verschillende farmacologische profielen hebben. Het geval van thalidomide (Softenon) is een veelaangehaald voorbeeld: het (R)-enantiomeer had de beoogde sedatieve werking, terwijl het (S)-enantiomeer teratogeen bleek. In vivo treedt overigens snelle racemisatie op, waardoor enantiomeerzuivere toediening in dit specifieke geval geen praktische bescherming biedt; het voorbeeld blijft niettemin een didactisch ijkpunt voor het belang van stereo-onderzoek. Regulatoire richtlijnen (FDA 1992, ICH Q6A) verlangen sindsdien dat bij chirale werkzame stoffen de chirale zuiverheid wordt bepaald en gespecificeerd, en dat de farmacologische en toxicologische profielen van beide enantiomeren zijn onderzocht.

In de praktijk wordt chirale HPLC of SFC ingezet voor:

  • Bepaling van de enantiomere overmaat (ee) bij productontwikkeling en kwaliteitscontrole van werkzame stoffen.
  • Chirale onzuiverheidsprofilering: aantonen van het spiegelenantiomeer op ppm-niveau in enantiomeerzuivere geneesmiddelen.
  • Screening van asymmetrische synthese: snelle bepaling van de enantiomere overmaat bij methodeontwikkeling in medicinal chemistry.
  • Stabiliteitsstudies: bepalen of racemisatie optreedt bij bewaring of verwerking van een farmaceutisch product.
  • Biologische monsters: bepaling van chirale geneesmiddelenspiegels in plasma en urine voor farmacokinetisch onderzoek.

HPLC en SFC worden in de farmaceutische kwaliteitscontrole uitgevoerd conform richtlijnen van de Europese Farmacopee (Ph. Eur.) of de USP. Methoden worden gevalideerd conform ICH Q2(R1).

Agrochemie

Ook in de agrochemie zijn chirale werkzame stoffen gemeengoed: herbiciden (fenoxyzuurderivaten zoals mecoprop, 2,4-DP), fungiciden (triazolen, imidazolen) en insecticiden (pyrethroïden) bevatten dikwijls chirale centra. Het biologisch actieve enantiomeer kan bij gelijke effectiviteit in halve dosering worden toegepast, wat de milieubelasting vermindert. Chirale GC en chirale HPLC worden ingezet om de enantiomere samenstelling van agrarische producten en milieumonsters (grond, water) te bepalen.

Voedingsindustrie en aromaonderzoek

Terpenen, esters en andere aromacomponenten zijn chirale verbindingen waarvan de geur en smaak enantiomeerspecifiek is: R-(+)-carvon ruikt naar spearmint, S-(−)-carvon naar karwij; R-limoneen heeft een andere geur dan S-limoneen. Chirale GC is de meest gebruikte methode voor de verificatie van de natuurlijke enantiomeerverhouding van aromacomponenten — een maat voor authenticiteit die bij opsporing van vervalsing van essentiële oliën en smaakstoffen onmisbaar is.

Biochemie en moleculaire biologie

Aminozuuranalyse via chirale HPLC bepaalt de D/L-verhouding van aminozuren in eiwithydrolysaten, biologisch materiaal en geneesmiddelen. D-aminozuren komen in de natuur voor in bacteriële celwanden en in de hersenen, maar hun concentratie is normaal gesproken laag; verhoogde D-aminozuurspiegels worden onderzocht als biomarker bij neurologische aandoeningen. Chirale LC-MS — chirale vloeistofchromatografie gekoppeld aan een massaspectrometer (zie LC-MS en LC-MS/MS) — maakt bepaling van D-aminozuren op pmol-niveau in hersenvocht en plasma mogelijk.

Welke rol speelt chiraliteit in het dagelijkse leven?

Chiraliteit is overal in de natuur aanwezig en bepaalt de biologische werking van talloze stoffen. Enzymen in ons lichaam zijn opgebouwd uit L-aminozuren en katalyseren reacties stereospecifiek: ze herkennen en verwerken alleen het juiste enantiomeer van een substraat. DNA is opgebouwd uit D-suikers. Vrijwel alle signaalstof-receptor interacties — van hormonen via neurotransmitters tot reuk- en smaakstoffen — zijn stereospecifiek. Geneesmiddelen werken via diezelfde chirale receptoren: het “verkeerde” enantiomeer kan onwerkzaam zijn, maar ook ongewenste bijwerkingen veroorzaken. In de voeding is de chirale samenstelling van aroma’s een indicatie voor de echtheid van een product. Chirale chromatografie is daarmee geen exotische academische methode, maar een onmisbaar analytisch instrument in de moderne chemie en biologie.

Praktische uitvoering van chirale HPLC

Hoe kiest u de juiste chirale kolom?

De kolomselectie begint met de moleculaire structuur van de te scheiden verbinding. Polysaccharide-CSP’s zijn de meest universele eerste keuze vanwege hun brede toepasbaarheid; typisch worden cellulose- en amylosekolommen parallel gescreend. Een systematische screeningsstrategie bespaart tijd: begin met de meest ingedeelde selectorklasse voor uw stofklasse (zie tabel hierboven), test zowel NP- als RP-condities indien het analytmolecuul dat toelaat, en evalueer de resolutie en pieksvorm alvorens naar een tweede selectortype over te gaan. Kolommen zijn verkrijgbaar in analytisch formaat (4,6 mm × 250 mm, 5 µm deeltjesgrootte) voor kwalitatief onderzoek, en in preparatief formaat (10, 20, 50 mm i.d.) voor fractionering op gramschaal. UHPLC-chirale kolommen met sub-3 µm deeltjes of core-shell deeltjes leveren scherpe pieken bij kortere analysetijden.

Optimalisatie van de mobiele fase

Bij normaal-fase CSP wordt gestart met een breed solventsysteem (hexaan/isopropanol 90:10) en wordt de modifier-concentratie gevarieerd om de retentietijd op k = 2–10 te brengen. Additieven (diethylamine voor basische analyten, azijnzuur voor zure analyten) verbeteren de piekvormen door ionische interacties te onderdrukken. Bij RP-CSP wordt gestart met typische RP-condities (water/acetonitril of water/methanol) en worden pH en zoutconcentratie geoptimaliseerd. Temperatuurverlaging verbetert in veel gevallen de chirale herkenning, maar verlengt ook de analysetijd.

Monstervoorbereiding

Monsters voor chirale HPLC worden voorbereid met dezelfde technieken als voor reguliere HPLC: filtratie over een 0,22 of 0,45 µm membraanfilter, en bij complexe matrices een solid-phase extractie (SPE)-stap voor matrixverwijdering. Bij chirale analyse is het vermijden van racemisatie tijdens de monstervoorbereiding cruciaal: hoge temperatuur, extreme pH en langdurige bewaring kunnen de chirale zuiverheid aantasten. Monsters worden bij voorkeur koud bereid en direct geanalyseerd of ingevroren bewaard.

Detectie

UV-detectie via een diode-array detector (DAD) is de meest gebruikte detectiemethode bij chirale HPLC. Voor verbindingen zonder UV-absorptie worden alternatieve detectoren ingezet: een evaporatieve lichtverstrooiingsdetector (ELSD, evaporative light scattering detector), een corona charged aerosol detector (CAD) of koppeling aan een massaspectrometer (LC-MS). Polarimetrische en chiroptische detectoren — die de rotatie van gepolariseerd licht meten — zijn specifiek voor chirale verbindingen en geven informatie over de absolute configuratie, maar zijn minder gevoelig dan UV-detectie.

Wat is chirale zuiverheid in HPLC?

Chirale zuiverheid is de maat voor de stereochemische samenstelling van een verbinding die één of meer chirale centra bezit. In de HPLC-context wordt chirale zuiverheid uitgedrukt als de enantiomere overmaat (ee) of als de verhouding tussen het gewenste enantiomeer en het ongewenste spiegelenantiomeer. Een preparaat van 99 % ee bevat 99,5 % van het gewenste enantiomeer en 0,5 % van het andere; het ongewenste enantiomeer wordt in dit verband ook wel het spiegelenantiomeer of de chirale onzuiverheid genoemd.

Zuiverheid in HPLC verwijst in de conventionele betekenis naar de afwezigheid van chemisch afwijkende stoffen (andere molecuulstructuren). Chirale zuiverheid is hiervan te onderscheiden: de twee enantiomeren hebben dezelfde molecuulstructuur en worden pas op een chirale kolom van elkaar gescheiden. Een preparaat kan chemisch 99,9 % zuiver zijn en toch een onacceptabele chirale onzuiverheid bevatten als het beoogd enantiomeerzuiver product voor een substantieel deel uit het verkeerde enantiomeer bestaat.

Voor farmaceutische werkzame stoffen schrijven ICH Q6A en de Europese Farmacopee (Ph. Eur.) voor dat de chirale zuiverheid wordt bepaald en gespecificeerd. De grenswaarden zijn afhankelijk van de stof en de toepassing, maar limieten van 0,1 tot 0,5 % voor het spiegelenantiomeer zijn gangbaar. Chirale HPLC of SFC is de methode bij uitstek voor deze bepaling: de twee enantiomeerpieken worden kwantitatief geïntegreerd en de piekoppervlakteverhouding geeft direct de ee. Bij lage concentraties van het spiegelenantiomeer (< 0,1 %) zijn hoge resolutie (Rs ≥ 2,0) en een gevoelige detector vereist om het kleine piek betrouwbaar te kwantificeren.

Veelgestelde vragen

Wat is chirale HPLC?

Chirale HPLC is hogedruk vloeistofchromatografie uitgevoerd met een chirale stationaire fase (CSP), waardoor enantiomeren van elkaar kunnen worden gescheiden. In een conventionele HPLC-kolom (C18, C8) zijn enantiomeren niet te onderscheiden; zij elueren gelijktijdig omdat zij identieke hydrofobiciteit bezitten. Een chirale kolom bevat een selector die via stereospecifieke interacties een meetbaar retentietijdverschil bewerkstelligt. Chirale HPLC is de meest gebruikte analytische methode voor de bepaling van enantiomere zuiverheid in de farmaceutische industrie, de agrochemie en de voedingsanalyse.

Wat zijn de regels voor chiraliteit?

De chiraliteitsregels bepalen wanneer een molecuul als chiraal wordt beschouwd en hoe de absolute configuratie wordt aangeduid. De kernregel: een molecuul is chiraal wanneer het niet superponeerbaar is op zijn spiegelbeeld. De meest voorkomende oorzaak is een asymmetrisch koolstofatoom met vier verschillende substituenten. De absolute configuratie wordt vastgesteld met de Cahn-Ingold-Prelog-regels (CIP): de vier substituenten krijgen een prioriteit toegewezen op basis van atoomnummer, en de rangschikking in de ruimte bepaalt of het centrum R (rectus, rechtsdraaiend) of S (sinister, linksdraaiend) is. Daarnaast bestaan chirale elementen zonder asymmetrisch koolstofatoom: axiale chiraliteit (zoals in allenen en binafthylverbindingen), planaire chiraliteit en helicoïdale chiraliteit. De aanduiding (+) of (−) beschrijft de richting van optische rotatie, die experimenteel wordt gemeten maar niet rechtstreeks uit de R/S-configuratie voorspeld kan worden.

Wat is het verschil tussen een chirale en een gewone HPLC-kolom?

Een gewone RP-HPLC-kolom heeft een achirale stationaire fase (doorgaans C18 of C8 op silica) en scheidt verbindingen op basis van polariteit en hydrofobiciteit. Enantiomeren zijn even polair en hydrofob; zij elueren dus gelijktijdig en zijn op een achirale kolom niet te onderscheiden. Een chirale HPLC-kolom bevat een selector die stereospecifieke interacties aangaat: de twee enantiomeren beleven een andere affiniteit voor de selector en elueren met een meetbaar tijdverschil.

Kan ik een chirale scheiding ook met TLC uitvoeren?

Ja, chirale TLC-platen met cellulose of andere chirale stationaire fasen zijn beschikbaar voor enantiomeerscreening. Dunnelaagchromatografie (TLC) op chirale platen is snel en goedkoop als oriënterende methode. De resolutie is echter aanzienlijk lager dan bij chirale HPLC, en kwantitatieve analyse is minder nauwkeurig. Chirale TLC wordt daarom voornamelijk gebruikt als snelle screeningsmethode in syntheselaboratoria, niet voor regulatoire kwaliteitscontrole.

Wat bedoelt u met chirale chromatografie?

De term chirale chromatografie verwijst naar elke chromatografische scheidingsmethode — HPLC, GC, SFC of CE — waarbij een chirale stationaire of mobiele fase wordt gebruikt om enantiomeren van elkaar te scheiden. In engere zin wordt vaak uitsluitend chirale HPLC bedoeld, omdat dit de meest gebruikte methode is voor farmaceutische kwaliteitscontrole. De essentie is altijd dezelfde: stereospecifieke interactie tussen de chirale selector en de te scheiden enantiomeren zorgt voor een meetbaar retentietijdverschil.

Wanneer is een chirale scheiding nodig?

Een chirale scheiding is nodig wanneer men enantiomeren kwalitatief of kwantitatief wil onderscheiden. Typische situaties zijn: (1) kwaliteitscontrole van een enantiomeerzuiver geneesmiddel op aanwezigheid van het spiegelenantiomeer; (2) bepaling van de ee bij asymmetrische synthese; (3) verificatie van de enantiomeerverhouding in een racemisch mengsel; (4) chirale bioanalyse in plasma of urine voor farmacokinetisch onderzoek; (5) authenticiteitscontrole van aroma’s en essentiële oliën. Een vooraf uitgevoerde achirale HPLC-scheiding waarbij alleen één onopgeloste piek wordt gezien, geeft geen informatie over de chirale zuiverheid.

Wat is het verschil tussen directe en indirecte chirale scheiding?

Bij de directe methode worden enantiomeren zonder chemische modificatie gescheiden via een chirale stationaire fase (CSP) of een chiraal mobiele fase-additief (CMPA). Dit is de meest gangbare werkwijze en vereist geen aanvullende reactiestap. Bij de indirecte methode worden de enantiomeren eerst gederivatiseerd met een optisch zuiver reagens tot diastereomeren, die vervolgens op een gewone achirale kolom worden gescheiden. De indirecte methode is bruikbaar wanneer geen geschikte CSP beschikbaar is of wanneer de verbinding een reactieve functionele groep bezit die gemakkelijk derivatiseerbaar is. Het risico van racemisatie tijdens de derivatisering en de extra analysestap zijn de voornaamste nadelen ten opzichte van directe scheiding op een CSP.

Wat is de zuiverheidsgraad van HPLC-oplosmiddelen bij chirale analyses?

Voor chirale HPLC in normaal-fase modus worden hexaan en heptaan van “voor vloeistofchromatografie”-kwaliteit aanbevolen. Isopropanol en ethanol dienen eveneens in HPLC-grade kwaliteit te worden gebruikt. Bij chirale SFC geldt dat het CO₂ vrij moet zijn van water en organische verontreinigingen. Voor chirale HPLC in omgekeerde-fase modus gelden dezelfde waterkwaliteitseisen als voor reguliere RP-HPLC: ultrapuur water met een lage organische koolstofbelasting. Zie het artikel over zuiverheidsgraden van chemicaliën voor een overzicht van de gangbare HPLC-solventsspecificaties.

Hoe verhoudt chirale chromatografie zich tot circulair dichroïsme?

Chirale chromatografie en circulair dichroïsme (CD) zijn complementaire technieken. Chirale chromatografie scheidt enantiomeren op basis van retentietijdverschil en kwantificeert de verhouding tussen de pieken; het geeft geen directe informatie over de absolute configuratie. Circulair dichroïsme meet het verschil in absorptie van links- en rechtscirculair gepolariseerd licht en levert een spectroscopische vingerafdruk van de chirale verbinding, inclusief informatie over de absolute configuratie van het molecuul. In de praktijk worden beide methoden gecombineerd: chirale HPLC of SFC scheidt de enantiomeren, waarna een online of offline CD-detector de absolute configuratie van elk piek bevestigt. Koppeling van chirale HPLC aan een CD-detector — ook aangeduid als chiropticale detector — is een krachtige aanpak voor onbekende chirale verbindingen in syntheseonderzoek.

Apparatuur voor chirale chromatografie

Een HPLC-systeem voor chirale analyse bestaat uit dezelfde bouwblokken als een conventioneel systeem: een solventlevering met ontgassing, een binaire of ternaire gradiëntpomp, een geautomatiseerde injector, een kolom in een kolomoven, een detector en chromatografiesoftware. De aanvullende eisen zijn specifiek voor chiraal werk:

  • Een kolomoven met nauwkeurige temperatuurregeling (± 0,1 °C) omdat chirale herkenning temperatuurgevoelig is.
  • Een systeem dat geschikt is voor de gebruikte oplosmiddelen: bij normaal-fase werk zijn sommige pomp-seals en leidingen gevoeliger voor hexaan dan voor waterige buffers.
  • Bij chirale SFC een speciaal drukbeheersde opstelling met CO₂-pomp, achterdrukregelaar en verwarmde mixkamer.
  • Een DAD-detector voor UV-absorptiespectrale verificatie van piekidentiteit, aangevuld met een polarimeterdetector of MS voor confirmatorische chirale analyse.

Voor chirale UHPLC gelden de algemene eisen aan UHPLC-systemen: minimaal extra-kolomvolume, sub-2 µm of core-shell chirale kolommen, en een acquisitiecyclus die snel genoeg is voor de smalle pieken.

Gerelateerde artikelen

Bekijk het assortiment chromatografiebenodigdheden van Labvakhandel of neem contact op voor advies over de juiste chirale kolom en mobiele fase voor uw toepassing.


Disclaimer: De informatie in dit artikel is bedoeld als algemene technische toelichting. Canidae Seal B.V. / Labvakhandel.nl aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de toepassing van deze informatie in specifieke analytische, klinische of industriële situaties. Raadpleeg voor uw eigen toepassing altijd de geldende normen, vakliteratuur en de documentatie van fabrikant en apparatuur.

Bestellijst

Uw winkelwagen is leeg.