Filterpapier is een poreus papierproduct dat in het laboratorium wordt gebruikt om vaste deeltjes van vloeistoffen te scheiden. Het is gemaakt van zuivere cellulosevezels en verkrijgbaar in een breed scala aan porositeiten, diktes en chemische eigenschappen. De juiste keuze van filterpapier is bepalend voor de kwaliteit en betrouwbaarheid van de uitkomst: gebruik je een te grof filter, dan passeren ongewenste deeltjes het papier; kies je te fijn, dan duurt de filtratie onnodig lang of raakt het filter verstopt.
Naast filterpapier wordt in het laboratorium ook weegpapier gebruikt. Hoewel weegpapier niet filtreert, wordt het hier meebehandeld omdat het van vergelijkbare materialen is gemaakt en in dezelfde categorie van laboratoriumpapierwaren valt.
Kwalitatief filterpapier heeft een asgehalte van 0,06–0,2% en is geschikt voor routinefiltraties waarbij alleen de vloeistof van belang is. Kwantitatief filterpapier (ashless) heeft een asgehalte van maximaal 0,007–0,01% — zo laag dat het filter zonder corrigerende factor kan worden meegewogen bij gravimetrische analyses waarbij het filter wordt uitgegloeïd. Voor gravimetrie is kwantitatief ashless filterpapier verplicht; voor routinefiltraties in scheikunde of biologie volstaat kwalitatief papier doorgaans.
Ashless filterpapier is kwantitatief filterpapier dat een zuurwassing heeft ondergaan (met HCl/HF) om minerale verontreinigingen te verwijderen. Het asgehalte na verbranding bij 900 °C bedraagt maximaal 0,007–0,01%, wat overeenkomt met circa 0,05–0,1 mg as per filter van 11 cm doorsnede. Dit is zo verwaarloosbaar dat het filter mee kan worden uitgegloeïd bij gravimetrische bepalingen zonder de weeguitkomst te beïnvloeden. Bekende ashless-grades zijn Whatman 40, 41 en 42, en de MN 640-serie.
De keuze van de porositeit hangt af van de deeltjesgrootte van het neerslag en de vereiste filtretiesnelheid. Als vuistregel: gebruik een grove grade (Whatman 4, 20–25 µm) voor grote, kristallijne of gelatineuze neerslag waarbij snelheid prioriteit heeft. Gebruik een middelgrove grade (Whatman 1, 11 µm) voor routinefiltraties. Gebruik een fijne grade (Whatman 5 of 42, 2,5 µm) voor fijn kristallijn neerslag of wanneer maximale retentie vereist is. Bij twijfel: begin met een middelgrove grade en schakel over naar fijner als deeltjes het filter passeren, of naar grover als de filtratie te traag verloopt.
Nee. Filterpapier is een eenmalig verbruiksartikel. Hergebruik leidt tot kruisbesmetting van monsters, verstopte poriën die de filtretiesnelheid verminderen, en bij kwantitatief werk tot onbetrouwbare gravimetrische resultaten. Na gebruik wordt het filter met neerslag weggegooid of, bij gravimetrische analyse, overgebracht naar een kroes voor uitgloeien. Glasvezelfilters en membraanfilters zijn eveneens eenmalig.
In het Nederlands zijn "filterpapier" en "filtreerpoeder" de gangbaarste benamingen; in informele context spreekt men ook van "filterrondjes" of "filterschijfjes" wanneer het om ronde, voorgesneden vellen gaat. In de analytische chemie duikt regelmatig de term "filtreerpapier" op als variant. De Engelse equivalent is filter paper; voor kwantitatieve grades wordt in internationale literatuur ook wel ashless filter paper, quantitative filter paper of simpelweg de gradenaam gebruikt (bijvoorbeeld "a Whatman 42" of "a 589/3 Blue Ribbon"). Geplooide varianten worden in het Engels aangeduid als fluted filter of pleated filter. Glasvezelfilters vallen buiten de categorie "filterpapier" in strikte zin — ze zijn gemaakt van glasvezels, niet van cellulose — maar worden in de praktijk vaak in één adem met filterpapier genoemd omdat ze dezelfde functie vervullen.
Voor oriënterende proeven in het onderwijs of in een thuissituatie kunnen koffiefilters en keukenpapier als noodoplossing dienen, maar ze hebben belangrijke beperkingen. Koffiefilters zijn gemaakt van cellulose en hebben een poriegrootte die vergelijkbaar is met Whatman grade 4 (20–25 µm); ze filtreren grof en snel, maar laten fijne deeltjes door. Keukenpapier heeft een grovere, onregelmatigere vezelstructuur en is bovendien vaak behandeld met weekmakers of bleekmiddelen die in het filtraat terechtkomen — ongeschikt voor chemische analyses. Gewoon schrijfpapier en kopieerpapier zijn te dicht en niet geschikt als filter: vloeistof passeert nauwelijks of niet. Voor elke analytische of kwantitatieve toepassing zijn deze alternatieven onacceptabel: ze hebben een variabel en onbekend asgehalte, ongecontroleerde poriegrootte en bevatten chemische additieven die de analyse verstoren. Gebruik voor laboratoriumwerk altijd gecertificeerd filterpapier met gedocumenteerde specificaties. Een uitzondering vormt de Büchner-filtratie in het onderwijs waarbij uitsluitend de vaste stof van belang is en geen nauwkeurigheidseis geldt — hier kan een koffiefilter van de juiste maat tijdelijk volstaan.
Laboratoriumfilterpapier is vervaardigd uit alfa-cellulose, gewonnen uit gezuiverd katoen of houtpulp. Katoencellulose heeft een hogere zuiverheid dan houtcellulose en wordt daarom gebruikt voor analytisch en kwantitatief filterpapier. Het fabricageproces omvat:
Voor glasvezelfilters worden stapelvezels van borosilicaatglas gebruikt met een vezeldiameter van 0,5–1,5 µm — aanzienlijk dunner dan cellulosevezels. Dit geeft glasvezelfilters hun karakteristieke hoge deeltjesretentie gecombineerd met snelle doorstroming. Glasvezelfilters zijn bestand tegen vrijwel alle chemicaliën, met uitzondering van waterstoffluoride (HF).
Het asgehalte is de hoeveelheid anorganische rest die overblijft wanneer filterpapier volledig wordt verbrand bij circa 900 °C. Dit is een van de belangrijkste kwaliteitsparameters, omdat het aangeeft hoe zuiver het papier is en of het geschikt is voor gravimetrische analyse.
Er zijn twee hoofdcategorieën:
Voor gravimetrische analyses — zoals de bepaling van het asgehalte of de gloeirest van een monster — is ashless filterpapier verplicht. Bij routinefiltraties in de scheikunde of biologie is kwalitatief papier in de meeste gevallen afdoende.
Filterpapier wordt gekarakteriseerd door een reeks gestandaardiseerde parameters. Kennis hiervan helpt bij de juiste keuze voor een specifieke toepassing.
De filtreertijd bepaalt hoe lang een filtratie duurt en daarmee de praktische bruikbaarheid van een grade voor een specifieke toepassing. Bij zwaartekrachtfiltratie zonder onderdruk is de filtreertijd vaak de beperkende factor: een te trage grade maakt de procedure tijdrovend, terwijl een te snelle grade fijne deeltjes door het papier laat passeren. De filtreertijd wordt gestandaardiseerd gemeten via de Herzberg-test (DIN 53137). Bij vacuümfiltratie speelt de filtreertijd een minder kritische rol omdat de aangelegde onderdruk de doorstroming sterk versnelt.
De porositeit van filterpapier wordt uitgedrukt als de gemiddelde poriegrootte en de vloeistofsnelheid (flow rate). Beide parameters hangen samen: een groter gemiddeld poriediameter resulteert in een hogere doorstroomsnelheid, maar een lagere retentie van fijne deeltjes.
Gangbare poriegrootten in het laboratorium lopen uiteen van circa 1 µm (zeer fijn, voor fijne neerslag) tot meer dan 25 µm (grof, voor snelle voorfiltratie van grote deeltjes). De vloeistofsnelheid wordt gemeten in ml/min onder gestandaardiseerde condities (meestal met water bij een bepaalde druk of zuigkracht).
Bij vacuümfiltratie is de vloeistofsnelheid minder bepalend omdat de aangelegde onderdruk de doorstroming sterk versnelt. Bij zwaartekrachtfiltratie is de keuze van een voldoende fijnmazig, maar niet te traag papier veel kritischer.
Het oppervlak van filterpapier is niet glad, maar bestaat uit een netwerk van onderling verstrengelde cellulosevezels. Relevante oppervlakteeigenschappen zijn:
Filterpapier wordt door fabrikanten ingedeeld in grades — een genummerd systeem dat porositeit, vloeistofsnelheid, asgehalte en toepassingsgebied combineert. Elke fabrikant hanteert zijn eigen nummering, maar onderstaand overzicht geeft een beeld van de meest gebruikte grades.
Onderstaande waarden zijn afkomstig uit technische specificaties van Whatman (Cytiva). Basisgewicht in g/m², dikte in µm, luchtdoorstroomtijd in s/100 mL/in².
Whatman 1 heeft een poriegrootte van 11 µm en is de meest gebruikte grade voor routinefiltraties. Whatman 4 heeft een poriegrootte van 20–25 µm en is aanzienlijk grover en sneller — de luchtdoorstroomtijd is 3,7 seconden versus 10,5 seconden voor grade 1. Whatman 4 is de juiste keuze wanneer snel filtreren prioriteit heeft en het neerslag grove, goed gefilterde deeltjes bevat zoals ijzerhydroxide of aluminiumhydroxide. Whatman 1 filtreert fijner en is geschikt voor de meeste standaard scheikundige en analytische toepassingen.
Voor vacuümfiltratie in een Büchner-trechter zijn er twee opties. Voor routinematige scheiding waarbij het filterpapier daarna wordt weggegooid, volstaat kwalitatief filterpapier (Whatman 1 of 3) in de juiste maat. Wanneer het precipitaat na filtratie van het papieroppervlak moet worden teruggewonnen door schrapen, gebruik dan een hardened grade (Whatman 50, 52 of 542): deze hebben een glad, stevig oppervlak dat bestand is tegen de hogere vacuümdrukken en het schrapen. Voor gravimetrische bepalingen waarbij het filter wordt uitgegloeïd, kies dan een hardened ashless grade (Whatman 542). Bevochtig het papier altijd eerst met koud oplosmiddel voordat de suspensie wordt opgegoten.
Naast de standaard kwalitatieve grades levert Whatman ook natte-sterkte varianten. Deze bevatten een kleine hoeveelheid chemisch stabiel hars, waardoor ze aanzienlijk sterker zijn in natte toestand. Ze zijn geschikt voor toepassingen waarbij het filter intensief wordt gebruikt of waarbij precipitaat van het papieroppervlak moet worden teruggewonnen. Omdat het hars stikstof bevat, zijn deze grades niet geschikt voor Kjeldahl-stikstofbepalingen.
Whatman ashless kwantitatief filterpapier wordt verbrand bij 900 °C in lucht. Het asresidu is zo laag dat het voor alle praktische gravimetrische doeleinden verwaarloosbaar is.
Deze grades hebben een iets hoger asgehalte dan de ashless varianten, maar bieden in ruil daarvoor een hardere, gladde oppervlaktestructuur en aanzienlijk hogere natte sterkte en chemische weerstand. Ze zijn bijzonder geschikt voor vacuümfiltratie in Büchner-trechters, waarbij het precipitaat na filtratie van het papieroppervlak moet worden teruggewonnen door schrapen.
De hardened ashless grades combineren het laagste asgehalte met zuurbehandeling voor hoge natte sterkte en chemische weerstand. Dit zijn de filters voor de meest veeleisende analytische toepassingen.
De 589-serie is in Europa wijdverbreid en staat bekend onder de kleuren van de verpakkingslint. De grades zijn gecertificeerd als ashless en voldoen aan DIN 53 135.
Macherey-Nagel, opgericht in 1911 in Düren (Duitsland), hanteert een eigen graderingssysteem. De MN 640-serie is de standaard ashless-lijn en loopt vrijwel parallel aan de Whatman-40-serie. MN gebruikt kleurcodering van de verpakking als referentie, analoog aan de Schleicher & Schuell-lintconventie.
De kwalitatieve lijn MN 615/616/617/618/619 loopt parallel aan Whatman 1/2/4/3/5/6:
Elke fabrikant hanteert zijn eigen nummering, maar veel grades zijn functioneel vergelijkbaar. De onderstaande tabel geeft een overzicht van de meest gebruikte equivalenten, geordend op toepassing.
Equivalenten zijn benaderend. Poriegroottes tussen fabrikanten zijn niet altijd direct vergelijkbaar, omdat de meetmethode (deeltjesretentie versus luchtdoorstroomtijd) verschilt per fabrikant. Raadpleeg altijd het technisch specificatieblad van de betreffende fabrikant voor kritische toepassingen.
Cellulosefilterpapier is gemaakt van alfa-cellulose en is geschikt voor de meeste waterige en zwak organische toepassingen. Het verbrandt volledig bij uitgloeien (ashless grades). Glasvezelfilters zijn gemaakt van borosilicaatglasvezels, zijn chemisch inert ten opzichte van vrijwel alle zuren en oplosmiddelen, hebben een hogere deeltjesretentie bij vergelijkbare doorstroomsnelheid, en zijn bestand tegen temperaturen tot 500 °C. Glasvezelfilters zijn de juiste keuze bij agressieve chemicaliën, hoge temperaturen, TOC-analyses (waarbij geen koolstofhoudend filter mag worden gebruikt), luchtmonsterneming en wanneer cellulose zou worden aangetast door het te filtreren medium.
Gebruik een glasvezelfilter wanneer: (1) het te filtreren medium cellulose aantast (geconcentreerde zuren, sterk basische oplossingen); (2) de analyse gevoelig is voor koolstofverontreiniging vanuit cellulose (TOC, organische stofbepalingen); (3) het filter wordt uitgegloeïd boven 500 °C; (4) deeltjesretentie beneden 1 µm vereist is met behoud van hoge doorstroomsnelheid; (5) luchtmonsterneming conform EPA-methoden is vereist (GF/C, 934-AH, QM-A).
Naast de analytische standaardgrades bestaat er een breed scala aan gespecialiseerde filterpapieren voor specifieke toepassingen:
Gecrepte en geëmbosseerde filters hebben een vergroot effectief oppervlak ten opzichte van glad papier, wat snelle filtratie van grote vloeistofvolumes mogelijk maakt. Gecrepte filters worden geleverd als vellen, rondfilters, geplooide filters en rollen. Toepassing onder andere in de drankenindustrie, galvanotechniek en het filtreren van oliën, verven en essentiële oliën.
Fasescheidingsfilters (hydrofobe filters) zijn geïmpregneerd met silicone, waardoor ze niet bevochtigbaar zijn met water. Water-niet-mengbare organische solventen passeren het filter probleemloos, terwijl de waterige fase achtergehouden wordt. Dit maakt een elegante fasescheiding mogelijk zonder trechter en scheidende funnel. Macherey-Nagel biedt hiervoor MN 616 WA en MN 617 WA; vergelijkbare producten zijn verkrijgbaar van andere fabrikanten.
Zwarte filterpapieren (MN 220) zijn geverfd met een zwaveldye en worden gebruikt om kleine hoeveelheden witte neerslag zichtbaar te maken — bijvoorbeeld bij de detectie van fluor of silicium. Het zwarte oppervlak biedt een sterk contrast met de neerslag.
Kieselgoer (diatomeeënaarde) papier (MN 660) bevat diatomeeënaarde en zorgt voor adsorptieve naklaring van zeer fijne troebelingen, zoals in urineanalyse en suikeroplossingen. Melkserum, zetmeelsuspensies en suikerhoudende oplossingen voor polarimetrie worden hiermee helder gefilterd.
Geactiveerd-koolfilter papier (MN 728) bevat circa 30% geïncorporeerde actieve kool die niet in het filtraat kan worden uitgewassen. Geschikt voor ontkleuring van gekleurde oplossingen, onder andere in galvanotechniek en elektroplateerinstallaties.
Ionenwisselaarfilterpapier bevat geïmmobiliseerde ionenwisselaarharsen: sterk-zuur kationenwisselaar (SO₃H, H⁺-vorm, capaciteit 2,0 meq/g) of sterk-basisch anionenwisselaar (kwartaire ammoniumgroepen, OH⁻-vorm, capaciteit 1,3 meq/g). Een geplooide filter van 15 cm Ø is voldoende om 100 mL water met een hardheid van 10 °dH te ontmineraliseren.
Whatman binder-vrije glasvezelfilters zijn gemaakt van 100% borosilicaatglas. Ze bevatten geen bindmiddel, wat hen inert maakt voor de meeste oplosmiddelen en geschikt voor gloei-toepassingen tot 500 °C. De filters worden ook gebruikt als prepilter voor membraanfilters dankzij hun hoge beladingscapaciteit.
Glasvezelfilters met anorganisch of organisch bindmiddel hebben een hogere mechanische sterkte en zijn inzetbaar in gestandaardiseerde norm- en EPA-methoden.
Voor toepassingen waarbij zeer lage concentraties anorganische elementen worden gemeten (ICP-MS, AAS, XRF), is de chemische zuiverheid van het filter cruciaal. Onderstaand zijn typische sporenelement-gehaltes (ng/g papier) voor drie Whatman-grades, bepaald door de fabrikant.
Opvallend is het relatief hoge stikstofgehalte van grade 542: dit komt door het hardbindmiddel dat stikstof bevat. Grade 42 (ashless, zonder bindmiddel) heeft een aanzienlijk lager stikstofgehalte en is daarmee de juiste keuze voor Kjeldahl-analyses. Het hoge calciumgehalte in grade 1 ten opzichte van grade 42 en 542 illustreert het effect van de zuurwassing die kwantitatieve filters ondergaan.
De keuze van filtreermethode bepaalt mede welk type en welke grade filterpapier het meest geschikt is:
Bij zwaartekrachtfiltratie doorloopt de vloeistof het papier uitsluitend door de werking van de zwaartekracht. Er wordt gebruik gemaakt van een trechter op een erlenmeyer of bekerglas. Het filterpapier wordt gevouwen tot een kegel (conventioneel of geplooide vouwtechniek). Een geplooide filter (geaccordeoneerd) heeft een groter effectief oppervlak en filtreert sneller doordat lucht langs de zijkant kan ontsnappen.
Geschikt filterpapier: Grade 1 (kwalitatief) of grade 40 (kwantitatief) voor routinewerk. Gebruik geplooide filters voor hete filtraties waarbij kristallisatie in de trechter moet worden voorkomen.
Bij vacuümfiltratie wordt via een zuigfles en waterstraalpomp of vacuümpomp onderdruk aangelegd. Het filterpapier wordt plat (ongeplooide) in een Büchner- of Hirsch-trechter geplaatst en moet alle gaatjes in de bodem bedekken zonder te zijn omgevouwen. Het papier wordt eerst bevochtigd met koud oplosmiddel om het te fixeren en kristallen te voorkomen die onder het papier door kruipen.
Geschikt filterpapier: Kies een grade afgestemd op de deeltjesgrootte van het neerslag. Gebruik natte-sterkteversies voor hoge vacuümdrukken om scheuren te voorkomen.
Wanneer een oplossing bij afkoeling kristalliseert, wordt hete filtratie toegepast. De gehele filteropstelling wordt verwarmd. Gebruik hiervoor altijd een geplooide filter in een stengelvrije trechter om drukverschillen te egaliseren. Een te trage grade kan leiden tot onnodige afkoeling en kristallisatie in het papier.
Er zijn twee manieren om filterpapier voor de trechter te vouwen:
Voor een conventionele kegelfilter: vouw het ronde filterpapier eerst dubbel tot een halve cirkel, dan nogmaals dubbel tot een kwart cirkel. Open één laag aan één kant zodat een kegel van drie lagen aan de ene kant en één laag aan de andere kant ontstaat. Plaats de kegel in de trechter zodat de drielagenkant aan de achterkant zit. Druk het papier licht aan tegen de trechterwand en bevochtig het met het te gebruiken oplosmiddel om het op zijn plaats te houden. Voor een geplooide filter: vouw het papier afwisselend in tegengestelde richting in 8 tot 16 gelijke vouwen tot een waaier, open de waaier en druk de zijkanten licht naar binnen zodat hij in de trechter past.
Bij kwantitatief gravimetrisch werk kunnen huidvetten, zweet en celmateriaal van de handen het gewicht van het filter beïnvloeden en de analytische uitkomst verstoren. Draag altijd katoenen of nitrilhandschoenen bij het hanteren van ashless filterpapier dat wordt uitgegloeïd. Gebruik een pincet om het filter van de kroes naar de moffeloven over te brengen. Bij kwalitatief filterpapier voor routinefiltraties is dit minder kritisch, maar het is een goede laboratoriumgewoonte om filters nooit direct aan te raken.
Een rondfilter is een vlakke cirkel die de gebruiker zelf vouwt — tot een conventionele kegel of geplooide filter — en is geschikt voor zowel zwaartekracht- als vacuümfiltratie. Een vouwfilter is in de fabriek al voorgevouwen tot een kegelvorm met meerdere plooien en is direct te plaatsen in een trechter. Het voordeel van een vouwfilter is het grotere effectieve filteroppervlak en de hogere filtretiesnelheid bij zwaartekrachtfiltratie. Vouwfilters zijn niet geschikt voor vacuümfiltratie in een Büchner-trechter, omdat de plooien inklappen onder onderdruk.
Weegpapier is een gladgeperst, vochtsbestendig papier dat wordt gebruikt om vaste stoffen nauwkeurig af te wegen op een analytische of precisiebalans. Het is niet bedoeld voor filtratie, maar maakt deel uit van dezelfde productgroep.
Kenmerken van weegpapier:
Naast vlak weegpapier zijn er weegschuitjes (weighing boats): driedimensionaal gevormde bakjes van stijf pergamentpapier voor het afwegen van viskeuze, stroperige of hygroscopische stoffen. Pergament MN 40/25 (30 g/m²) is een opkreukbaar perkamentpapier dat in de suikerindustrie wordt gebruikt voor stroperige en half-gekristalliseerde monsters. Weegschuitjes zijn verkrijgbaar in formaten van 58×10×10 mm tot 70×23×15 mm.
Weegpapier heeft een glad, dicht oppervlak zonder poriën en is bedoeld voor het afwegen van vaste stoffen op een balans. Het laat geen vloeistof door en is niet bedoeld voor filtratie. Filterpapier heeft een poreuze structuur die vloeistof doorlaat terwijl vaste deeltjes worden tegengehouden. De twee papiertypen zijn niet uitwisselbaar: gebruik weegpapier uitsluitend voor wegen, filterpapier uitsluitend voor filtratie.
Een weegschuitje (weighing boat) is een driedimensionaal gevormd bakje van stijf pergamentpapier of kunststof, gebruikt voor het afwegen van viskeuze, stroperige, hygroscopische of vluchtige stoffen die moeilijk op vlak weegpapier kunnen worden gehanteerd. Het bakjesformaat voorkomt dat de stof van de balansschaal valt. Na het wegen kan de inhoud inclusief het schuitje in het reactievat worden overgebracht, of de stof kan worden uitgestort. Weegschuitjes zijn verkrijgbaar in papier (voor algemeen gebruik) en kunststof (voor agressievere chemicaliën).
De markt voor laboratoriumfilterpapier kent een aantal grote internationale leveranciers:
Bij de meeste toepassingen zijn Whatman- en Munktell-equivalente grades volledig uitwisselbaar, mits de porositeit en het asgehalte overeenkomen.
Naast filterpapier en glasvezelfilters zijn er membraanfilters: dunne synthetische of (half)synthetische films met nauwkeurig gecontroleerde poriegrootten van 0,02 tot 12 µm. Membraanfilters worden ingezet wanneer cellulosefilterpapier niet volstaat: bij sterilisatiefiltratie, microbiologische kweek, HPLC-sample-prep en deeltjesanalyse onder de microscoop. Elk materiaal heeft specifieke eigenschappen die de keuze bepalen.
Celluloseacetaat (CA) membranen zijn hydrofiel, hebben een zeer lage eiwitbinding en zijn bestand tegen waterige en alcoholische media. Ze zijn steriliseerbaar tot 180 °C. Poriegrootten: 0,2–1,2 µm. Toepassingen: biologische en klinische analyse, steriliteitstests, scintillatiemetingen.
Cellulosenitraat (CN) membranen worden gefabriceerd onder strenge cleanroom-condities. Ze hebben een smalle poriegrootteverspreiding, lage extractables en hogere flexibiliteit dan de meeste andere membranen. Poriegrootten: 0,1–8 µm. Ze zijn leverbaar als gewone witte filters, gegrasterde filters (rasterlijnafstand 3,1 mm) en in steriele uitvoering. Toepassingen: samplevoorbereiding, microbiologisch onderzoek, waterfiltratie.
Membra-Fil gemengde-ester membranen bestaan uit circa 80% cellulosenitraat en 20% celluloseacetaat. Het resulterende oppervlak is gladder en uniformer dan puur nitrocellulose. De kleurcontrast tussen filter en kolonies vergemakkelijkt het telproces bij microbiologische kweek. Beschikbaar in zwart (voor epifluorescentiemicroscopie) en wit, zowel glad als gerasterd. Steriliseerbaar door autoclaafbehandeling. Poriegrootten: 0,2–12 µm.
Nylon membranen zijn hydrofiel en mechanisch zeer sterk. Ze zijn bestand tegen waterige en de meeste organische oplossingen, niet aantastbaar door autoclaveren tot 121 °C, en worden gebruikt voor HPLC-mobiele fase-filtratie, vacuümdegassing en weefselkweekmedium-filtratie. Beschikbaar in 0,2 en 0,45 µm.
PTFE membranen zijn chemisch volledig inert en bestand tegen de meeste zuren, basen en organische oplosmiddelen. Ze zijn hydrofob van nature, wat ze geschikt maakt voor lucht- en gassterilisatie naast agressieve vloeistoffiltratie. Maximale gebruikstemperatuur: 150 °C. Gangbare poriegrootten: 0,2, 0,5 en 1,0 µm. Toepassingen: HPLC-samplevoorbereiding (0,5 µm), steriele ventilatie van fermentorvaten en filtratietanks (0,2 µm).
Track-etched polycarbonaat membranen (Whatman Cyclopore, Nuclepore) hebben cilindrische poriën met een bijzonder smalle poriegrootteverspreiding. Deeltjes worden volledig op het oppervlak vastgehouden en zijn direct zichtbaar onder de microscoop zonder overbrenging. Beschikbaar in poriegrootten van 0,015 tot 12 µm. Toepassingen: epifluorescentiemicroscopie, omgevingsanalyse, celbiologie, EPA-testmethoden, parasitologie.
Anopore Anodisc membranen zijn gemaakt van hoog-zuiver aluminiumoxide (Al₂O₃), elektrochemisch geproduceerd. Ze hebben een honingraatstructuur met nauwkeurig gedefinieerde, rechte poriën zonder zijdelingse verbindingen. Maximale gebruikstemperatuur: 400 °C (Anodisc 13). Beschikbaar in 0,02, 0,1 en 0,2 µm. Toepassingen: HPLC-mobiele fase en degassing, gravimetrische analyse, liposoomextrusie, scanning-elektronenmicroscopie, bacteriënanalyse, nanodeeltjesfiltratie.
Filterpapier is gemaakt van cellulosevezels met een variabele porositeit en is geschikt voor macroscopische scheiding van vaste deeltjes en vloeistoffen. Membraanfilters zijn dunne synthetische films met nauwkeurig gecontroleerde, uniforme poriegrootten van 0,02–12 µm. Membraanfilters bieden hogere retentie-nauwkeurigheid, zijn chemisch beter bestand en geschikt voor toepassingen waarbij filterpapier tekortschiet: sterilisatiefiltratie (0,2 µm), microscopie van oppervlakte-retentie en HPLC-samplevoorbereiding. Nadeel van membraanfilters: hogere kosten en lagere doorstroomcapaciteit bij hoge beladingen.
Voor HPLC-samplevoorbereiding van waterige monsters wordt een nylon- of celluloseacetaat-membraanfilter van 0,45 µm aanbevolen. Voor monsters in organische oplosmiddelen (methanol, acetonitril, dichloormethaan) is een PTFE-membraanfilter van 0,45 of 0,5 µm de juiste keuze, omdat PTFE bestand is tegen organische solventen die nylon en cellulose kunnen aantasten. Gebruik altijd spuitfilters (syringe filters) voor kleine monstervolumes van 1–50 ml.
Voor sterilisatiefiltratie van warmtegevoelige vloeistoffen (eiwitoplossingen, antibiotica, celkweekmedium) wordt een membraanfilter van 0,2 µm gebruikt — dit is de standaardporiegrootte voor bacteriënretentie. Celluloseacetaat- en nylon-membranen van 0,2 µm zijn de meest gebruikte types voor waterige oplossingen. Voorzichtigheid: virussen zijn kleiner dan bacteriën en passeren een 0,2 µm-filter; voor virusretentie zijn poriegrootten van 0,02–0,05 µm vereist (ultrafiltratie).
In de professionele zaadteelt en plantenveredeling is kiempapier een dagelijks verbruiksartikel. Zaadbedrijven, veredelingsinstituten en kwaliteitslaboratoria voeren routinematig kiemkrachtbepalingen uit op nieuwe rassen, zaadpartijen en bewaarmonsters. De betrouwbaarheid van die bepalingen staat of valt met de kwaliteit van het kiempapier: een inconsistente pH, te hoog geleidingsvermogen of vezels die in de wortels groeien verstoren de uitkomst en maken vergelijking tussen partijen onmogelijk.
Kiempapier is filterpapier dat voldoende water vasthoudt om zaden te laten ontkiemen, maar toch genoeg lucht doorlaat om anaerobe rotting te voorkomen. Het is vervaardigd van hoogzuivere cellulose zonder bleekmiddelen of chemische additieven, zodat er geen stoffen worden afgegeven die de kieming remmen of de uitkomst beïnvloeden.
Voor geaccrediteerde kiemkrachtbepalingen schrijft de ISTA (International Seed Testing Association) specifieke papierkwaliteiten voor. Kiempapier voor ISTA-methoden moet aan de volgende eisen voldoen:
Afhankelijk van de gewassoort en het testprotocol wordt een van de drie ISTA-plaatsingsmethoden gebruikt, elk met een eigen papiertype:
Naast ISTA-gecertificeerd kiempapier wordt in de veredeling ook standaard filterpapier van grade 1 gebruikt voor oriënterende kiemproeven, screening van kruisingsmateriaal en interne kwaliteitscontrole. Voor dit gebruik is zuiver, ongebleekt filterpapier geschikt. Gebruik geen chemisch behandeld papier (gehard of gewassen met organische solventen), omdat residuen de kiemingsfysiologie kunnen verstoren.
Kiempapier is een speciaal type filterpapier vervaardigd van hoogzuivere cellulose zonder bleekmiddelen of additieven, dat voldoende water vasthoudt voor kieming maar genoeg lucht doorlaat om rotting te voorkomen. Je gebruikt het door het papier te bevochtigen met gedestilleerd water, de zaden op of tussen de vellen te plaatsen, en het geheel in een kiemkast of petrischaal bij de optimale kiemtemperatuur voor het gewas te bewaren. ISTA-gecertificeerd kiempapier voldoet aan strikte eisen voor pH (6,0–7,5), geleidingsvermogen (<40 mS/m) en oppervlaktestructuur (wortels groeien niet in het papier).
De International Seed Testing Association (ISTA) stelt de volgende minimumeisen: het papier moet zijn vervaardigd van hoogzuivere cellulose zonder bleekmiddelen of toxische additieven; het moet een reproduceerbare en uniforme waterabsorptie hebben; wortels mogen niet in de papiervezels ingroeien; het geleidingsvermogen mag niet hoger zijn dan 40 mS/m; en de pH moet liggen tussen 6,0 en 7,5. Alleen kiempapier dat aan deze criteria voldoet mag worden gebruikt voor geaccrediteerde kiemkrachtbepalingen conform ISTA-regels.
Filterpapier is verkrijgbaar in twee hoofdvormen: als rondfilter (vlakke cirkel) en als vouwfilter (voorgevouwen tot kegelvorm). Rondfilters worden zelf gevouwen door de gebruiker — doorgaans tot een kwart of tot een geplooide kegel — en zijn geschikt voor zowel zwaartekracht- als vacuümfiltratie. Vouwfilters zijn in de fabriek al tot een kegelvorm met meerdere plooien gevouwen en zijn direct te plaatsen in een trechter.
Het voordeel van een vouwfilter (ook wel geplooide filter of gevouwen filter) ten opzichte van een eenvoudig gevouwen rondfilter is het vergroot effectief filteroppervlak: door de plooien is meer papieroppervlak in contact met de vloeistof, wat de filtretiesnelheid bij zwaartekrachtfiltratie aanzienlijk verhoogt. Vouwfilters zijn daarom bij uitstek geschikt voor grote vloeistofvolumes, visceuze oplossingen en situaties waarbij snelheid belangrijker is dan maximale retentie. Ze zijn niet geschikt voor vacuümfiltratie in een Büchner-trechter, omdat de plooien bij onderdruk inklappen.
Rondfilters en vouwfilters zijn verkrijgbaar in dezelfde gradereeks — kwalitatief en kwantitatief — en in gangbare diameters van 55 tot 240 mm. De keuze tussen beide leveringsvormen is een praktische afweging: vouwfilters besparen tijd in routinelaboratoria met hoge doorloopvolumes; rondfilters bieden meer flexibiliteit in toepassingen (zowel trechter als Büchner).
Extractiehulzen zijn cilindrische filterhulzen die worden gebruikt in Soxhlet-extractieapparatuur. Bij Soxhlet-extractie wordt een vast monster herhaaldelijk gespoeld met een organisch oplosmiddel om de doelverbindingen te extraheren. Bij Soxhlet-extractie wordt een vast monster — zoals grond, voedsel, diervoeders of sediment — herhaaldelijk gespoeld met een organisch oplosmiddel om de doelverbindingen te extraheren. De extractiehuls houdt het vaste monstermateriaal bijeen terwijl het oplosmiddel vrijelijk door de wand diffundeert. Typische toepassingen zijn de bepaling van vet- en oliegehalte, pesticidenresiduen, polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK's) en andere organische verbindingen in vaste matrices.
Extractiehulzen zijn verkrijgbaar in twee hoofdmaterialen:
De maatvoering van extractiehulzen is gestandaardiseerd naar de inwendige diameter en lengte van de Soxhlet-extractiebuis. Gangbare maten zijn 22×80 mm, 26×60 mm, 33×80 mm, 33×100 mm en 43×123 mm. Het is belangrijk dat de huls precies past in de extractiebuis: een te losse huls laat monstermateriaal ontsnappen langs de wand; een te strakke huls belemmert de oplosmiddelcirculatie. Vul de huls nooit tot boven de bovenrand — laat minimaal 1 cm ruimte voor uitzetting van het monster bij verhitting.
Vul de droge extractiehuls met het vooraf gewogen en gedroogde vaste monster. Sluit de bovenkant af met een prop ontvet watten of een stuk glasvezelwol om fijne deeltjes tegen te houden. Plaats de gevulde huls in de Soxhlet-extractiebuis, zorg dat de huls niet hoger reikt dan het overloopsifonpunt. Vul de destilleerkolf met het extractiemiddel (circa 1,5× het volume van de Soxhlet-buis), sluit de koeler aan en verwarm de kolf voorzichtig tot reflux. Laat de extractie gedurende het vereiste aantal cycli verlopen — doorgaans 6 tot 24 uur afhankelijk van het monster en de doelverbinding. Na afloop wordt het oplosmiddel afgedampt en het extract geanalyseerd of gewogen.
Cellulose-extractiehulzen zijn geschikt voor de meeste standaard Soxhlet-extracties met polaire en matig polaire oplosmiddelen (ethanol, aceton, methanol, diethylether). Ze zijn niet bestand tegen geconcentreerde zuren of sterke basen, en kunnen bij extractie van organische verbindingen zelf kleine hoeveelheden cellulosederivaten afgeven. Glasvezel-extractiehulzen zijn chemisch inert ten opzichte van vrijwel alle oplosmiddelen inclusief geconcentreerde zuren (behalve HF) en zijn bestand tot 500 °C. Ze zijn de juiste keuze voor milieuanalyse (PAK's, PCB's, dioxines), agressieve oplosmiddelen (dichloormethaan, tolueen, hexaan) en toepassingen waarbij cellulose de analyse zou verstoren.
Labvakhandel levert filterpapier, weegpapier en extractiehulzen voor uiteenlopende laboratoriumtoepassingen: van routinefiltraties in het onderwijs tot kwantitatief ashless filterpapier voor analytische chemie en extractiehulzen voor Soxhlet-extractie. Ons assortiment omvat rondfilters in gangbare diameters, geplooide filters, glasvezelfilters, weegpapier in diverse formaten en cellulose- en glasvezel-extractiehulzen.
Bekijk het assortiment filtreerpapier, membraanfilters, filtratie-apparatuur en weegpapier, of neem contact op voor advies bij de keuze van het juiste type voor uw toepassing.
Disclaimer: De informatie in dit artikel is bedoeld als algemene technische toelichting. Canidae Seal B.V. / Labvakhandel.nl aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de toepassing van deze informatie in specifieke analytische, klinische of industriële situaties. Raadpleeg voor uw eigen toepassing altijd de geldende normen, vakliteratuur en de documentatie van fabrikant en apparatuur.
Inloggen
Wachtwoord vergeten
Account aanmaken
Uw winkelwagen is leeg.