Wateranalyse: parameters, methoden en laboratorium

Een wateranalyse beantwoordt een eenvoudige vraag: wat zit er in dit water, en is dat acceptabel voor het doel waarvoor u het gebruikt? Dat doel bepaalt alles. Drinkwater toetst u aan wettelijke normen, afvalwater aan lozingseisen, proceswater aan de eisen van het proces en labwater aan een zuiverheidsklasse. Daardoor bestaat er niet één wateranalyse maar een brede gereedschapskist: veldmetingen van pH en geleidbaarheid, titraties, fotometrie, ionenchromatografie, ICP, kweekmethoden en gevoelige massaspectrometrische technieken voor microverontreinigingen. Dit artikel geeft het overzicht. Het legt uit welke parameters bij welke vraag horen, hoe u een representatief monster neemt, wat u zelf kunt meten en wanneer u een geaccrediteerd laboratorium nodig heeft, en het verwijst voor de details naar de artikelen over de afzonderlijke methoden.

Keuzeschema voor wateranalyse: per vraag over het water de te meten parameter en de bijbehorende analysemethode

Wat is een wateranalyse?

Een wateranalyse is het meten van de fysische, chemische en microbiologische eigenschappen van een watermonster en het vergelijken van de uitkomsten met een norm, een specificatie of een eerdere meting. Het resultaat is een rapport met per parameter een waarde, een eenheid en vaak een meetonzekerheid en een rapportagegrens. De analyse is zo goed als het monster waarop ze is uitgevoerd; daarom begint elke wateranalyse bij de monsterneming.

Wat is een laboratorium wateranalyse?

Een laboratorium wateranalyse is een onderzoek waarbij een watermonster in een laboratorium wordt gemeten op een vooraf vastgestelde set parameters, met gevalideerde methoden en gekalibreerde apparatuur. Een geaccrediteerd laboratorium werkt volgens ISO 17025, zie het artikel over ISO 17025, en legt in een rapport vast welke methode is gebruikt en wat de onzekerheid is. Het onderscheid met een meting op locatie met een teststrip of handmeter is de traceerbaarheid: een laboratorium kan een uitkomst onderbouwen, een teststrip geeft een indicatie.

Welke typen water worden geanalyseerd?

De gangbare typen zijn drinkwater, grondwater, oppervlaktewater, afvalwater, proces- en koelwater, zwembadwater en water voor laboratoriumgebruik. Elk type heeft een eigen parameterset en eigen normen. Drinkwater wordt vooral getoetst op microbiologische veiligheid en op stoffen als lood, nitraat en PFAS. Afvalwater wordt gemeten op organische belasting, zoals COD en BZV, en op nutriënten en metalen. Bij proces- en koelwater staan hardheid, geleidbaarheid en corrosiviteit voorop. Voor water dat u in het laboratorium als reagens gebruikt, is zuiverheid de maat, zie waterkwaliteit in het laboratorium.

Welke parameters meet een wateranalyse?

De parameters zijn in vier groepen te verdelen. De tabel geeft per groep een selectie met de gangbare methode en verwijst naar de verdieping.

GroepParametersGangbare methodeVerdieping
Fysisch en algemeenTemperatuur, pH, geleidbaarheid, troebelheid, kleur, hardheidElektrode, geleidbaarheidsmeter, turbidimeter, titratiepH-meting, conductimetrie, troebelheid, hardheid
AnorganischNitraat, nitriet, ammonium, fosfaat, chloride, sulfaat, zware metalenFotometrie, ionenchromatografie, ICP-OES, ICP-MS, AASnitraat en fosfaat, anionen, zware metalen
OrganischTOC, COD, BZV, bestrijdingsmiddelen, PFAS, microplasticsTOC-analysator, kuvettentest, LC-MS/MS, GC-MSTOC, COD en BZV, PFAS, microplastics
MicrobiologischKiemgetal, E. coli, enterokokken, LegionellaKweek op voedingsbodem, membraanfiltratie, qPCRkiemplaat en kolonietelling, Legionella

Welke parameters u kiest, volgt uit het doel. Een analysepakket voor drinkwater bevat andere parameters dan een pakket voor lozing van afvalwater, en een screening is niet hetzelfde als een toetsing aan een wettelijke norm. Zet daarom eerst op papier wat u wilt weten en tegen welke norm u de uitkomst toetst.

Monsterneming: de stap die het resultaat bepaalt

Een fout bij de monsterneming is achteraf niet te herstellen. Het monster moet het water vertegenwoordigen waarover u een uitspraak wilt doen, en moet tussen het moment van nemen en het moment van meten niet veranderen. Dat laatste is minder vanzelfsprekend dan het lijkt: pH, opgeloste zuurstof en restchloor veranderen binnen uren, nitriet wordt omgezet, bacteriën groeien in de fles en metalen hechten aan de wand. De normenreeks ISO 5667 beschrijft hoe u per parameter bemonstert, conserveert en bewaart; de achtergrond staat in het artikel over monsterneming en bemonstering.

Hoe neemt u een watermonster?

Gebruik een schone fles van het materiaal dat bij de parameter hoort: glas voor organische stoffen, kunststof voor de meeste metalen en een steriele fles voor microbiologie. Spoel de fles, behalve een steriele fles met conserveermiddel, enkele keren met het te bemonsteren water. Bij een kraan laat u het water eerst doorlopen tot de temperatuur constant is, tenzij u juist het eerste water na stilstand wilt meten, bijvoorbeeld bij een onderzoek naar lood. Vul de fles zonder luchtbellen voor parameters die gevoelig zijn voor gasuitwisseling, sluit hem direct, noteer plaats, datum en tijd en bewaar het monster koel en donker tot het in het laboratorium is. Voor het vervoer zijn er koelboxen en voorzieningen voor monstertransport, en als monsterfles glazen flessen of kunststof flessen.

Hoe lang blijft een watermonster houdbaar?

Dat hangt af van de parameter en van de conservering. Parameters die snel veranderen, zoals pH, restchloor en opgeloste zuurstof, meet u bij voorkeur ter plaatse. Voor microbiologische monsters geldt dat u ze gekoeld en liefst binnen een dag laat verwerken. Metalen zijn na aanzuren veel langer houdbaar dan nitriet of BZV. De bewaartijden per parameter staan in ISO 5667-3 en in de tabel in het artikel over monsterneming. Twijfelt u, vraag het laboratorium dan vooraf welke fles, conservering en maximale bewaartijd het hanteert; het laboratorium kan een monster dat te lang onderweg was afkeuren.

Wat meet u ter plaatse en wat in het laboratorium?

Ter plaatse meet u temperatuur, pH, geleidbaarheid, opgeloste zuurstof en restchloor, omdat die waarden verloren gaan of veranderen tijdens vervoer. Zie voor de zuurstofmeting het artikel over de DO-meting, en voor de pH-meter de pH-meter keuzewijzer. Metalen, organische microverontreinigingen en microbiologie laat u in het laboratorium doen, omdat dat gevoelige apparatuur en gecontroleerde omstandigheden vraagt.

Fysische en algemene parameters

De algemene parameters geven de eerste indruk van het water. Ze zijn snel te meten, vaak ook zelf, en ze sturen de keuze voor verdere analyses. Een afwijkende pH, een hoge geleidbaarheid of een troebel monster is aanleiding voor een gerichter onderzoek.

Is een TDS-meter onzin?

Nee, maar hij meet minder dan veel mensen denken. Een TDS-meter meet de elektrische geleidbaarheid en rekent die met een vaste factor om naar een schatting van de totale hoeveelheid opgeloste stoffen in mg/l. Hij ziet alle ionen samen en kan niet zeggen welke stoffen het zijn. Voor het volgen van de werking van een omgekeerde-osmosefilter of een ontharder, of voor het vergelijken van twee watersoorten, is hij prima. Voor de vraag of er lood, bacteriën of PFAS in zitten, is hij niet bruikbaar. Een lage TDS-waarde zegt niets over de afwezigheid van die stoffen. Het principe en de omrekening leest u in het artikel over conductimetrie.

Hoeveel TDS zit er in kraanwater?

Kraanwater in Nederland heeft doorgaans een geleidbaarheid van enkele honderden µS/cm, wat neerkomt op een TDS-waarde van ruwweg 130 tot 400 mg/l, afhankelijk van het voorzieningsgebied en de bron. De omrekenfactor van geleidbaarheid naar TDS verschilt per meter, dus de getallen zijn alleen onderling vergelijkbaar als u dezelfde meter gebruikt. Wat uw drinkwaterbedrijf voor uw adres rapporteert, is betrouwbaarder dan een eigen TDS-meting.

Wat zegt de hardheid van het water?

De hardheid is de som van calcium en magnesium en bepaalt of kalk neerslaat bij verwarmen. Het is geen gezondheidsparameter maar wel een belangrijke praktische: bij harde watersoorten raken ketels en apparatuur sneller verkalkt. U meet de hardheid met een EDTA-titratie of met een teststrip. Beide methoden staan in het artikel over waterhardheid bepalen; voor de achtergrond van de titratie zie complexometrie met EDTA. Teststrips voor de hardheid vindt u bij de Aquadur teststrips voor waterhardheid.

Chemische parameters: van nitraat tot PFAS

Chemische analyse is het grootste deel van het werk. De techniek volgt uit de stof: ionen zoals nitraat en chloride bepaalt u met fotometrie of ionenchromatografie, metalen met ICP of AAS, organische belasting met een TOC-analysator of een COD-kuvettentest en organische microverontreinigingen met chromatografie gekoppeld aan massaspectrometrie. De uitkomst is alleen bruikbaar als de rapportagegrens onder de norm ligt die u wilt toetsen; hoe dat zit leest u bij detectielimiet en kwantificeringslimiet.

Welke anorganische stoffen bepaalt u in water?

De standaardset bestaat uit de hoofdionen (calcium, magnesium, natrium, kalium, chloride, sulfaat, hydrogencarbonaat), de nutriënten (nitraat, nitriet, ammonium, fosfaat) en de sporenmetalen (onder meer lood, koper, nikkel, arseen, cadmium). Voor nitraat en fosfaat zijn er fotometrische methoden, zie nitraat- en fosfaatbepaling; meerdere anionen tegelijk meet u met ionenchromatografie; metalen meet u met ICP-emissiemeting of met AAS. Voor een snelle fotometrische bepaling is een spectrofotometer geschikt, en de achtergrond van kleurreacties staat bij fotometrische en colorimetrische bepalingen.

Hoe herken je loden leidingen?

Een loden leiding is dof grijs, zacht en vervormt makkelijk. Krast u er voorzichtig met een sleutel of mes in, dan verschijnt een glanzend zilverkleurig streepje onder de grijze laag; een magneet blijft niet plakken. Koper heeft een rode tot bruine kleur, gegalvaniseerd staal is hard en magnetisch. Loden leidingen komen vooral voor in oudere woningen, in Nederland globaal van vóór de jaren zestig, en in de aansluiting tussen de straat en de watermeter. Met het oog is niet zeker vast te stellen waar de leiding aan de achterkant loopt, dus uitsluitsel geeft alleen een analyse van water dat een tijd in de leiding heeft gestaan. Het drinkwaterbedrijf is verantwoordelijk voor de kwaliteit tot de watermeter; daarachter is de eigenaar van de installatie verantwoordelijk. De norm en de meetmethode staan in het artikel over zware metalenanalyse in water.

Welke norm geldt er voor lood in drinkwater?

De Europese Drinkwaterrichtlijn (Richtlijn (EU) 2020/2184) kent voor lood een overgangstermijn: de norm gaat van 10 naar 5 µg/l. De norm geldt voor het water bij het tappunt van de gebruiker, dus inclusief het effect van de eigen leidingen en kranen. Daarom meet u bij een onderzoek naar lood niet alleen het doorgespoelde water, maar ook water dat enkele uren heeft stilgestaan.

Waar zitten de meeste PFAS in het drinkwater?

Er bestaat geen betrouwbare ranglijst van plaatsen met de meeste PFAS in drinkwater. De hoeveelheid hangt af van de bron van het drinkwater en van de zuivering: PFAS komen in drinkwater terecht via verontreinigd oppervlaktewater of grondwater, bijvoorbeeld in de buurt van industriële lozingen, brandweeroefenterreinen en stortplaatsen. De Europese richtlijn stelt vanaf 2026 grenzen aan de som van 20 PFAS en aan PFAS totaal; hoe de analyse werkt en welke locaties in Nederland als sterk verontreinigd gelden, leest u in het artikel over PFAS-analyse. Cijfers per voorzieningsgebied publiceren de drinkwaterbedrijven zelf.

Wat meet een TOC-, COD- of BZV-bepaling?

Deze drie geven samen een beeld van de organische belasting van het water. TOC meet het totale organisch gebonden koolstof, COD het zuurstof dat nodig is om alle oxideerbare stoffen chemisch af te breken en BZV het zuurstof dat micro-organismen daarvoor verbruiken. Ze zijn vooral belangrijk bij afvalwater en oppervlaktewater; zie TOC-analyse en COD- en BZV-bepaling.

Wat zijn microplastics in water en hoe meet u ze?

Microplastics zijn kunststofdeeltjes kleiner dan vijf millimeter. In water filtert u ze uit het monster en identificeert u ze met microscopische infraroodspectroscopie, Raman-microscopie of pyrolyse-GC-MS. De methoden verschillen sterk in wat ze zichtbaar maken, en een vergelijking van resultaten tussen laboratoria is daarom lastig. Zie het artikel over microplastics-analyse.

Microbiologische parameters

Microbiologisch onderzoek bepaalt of water veilig is om te drinken of te gebruiken. Het gaat om indicatororganismen, zoals E. coli en enterokokken, die op fecale verontreiniging wijzen, om het kiemgetal, dat de algemene bacteriële belasting aangeeft, en om Legionella, die zich vermeerdert in warm stilstaand water. De kweekmethoden zijn beschreven bij kiemplaat en kolonietelling, de rekenregels bij de kiemgetal-calculator en de regelgeving voor Legionella in het artikel over Legionella-analyse in water.

Kraanwater controleren

Voor kraanwater in Nederland geldt dat drinkwaterbedrijven het water controleren op de wettelijke parameters en daarover rapporteren; de Inspectie Leefomgeving en Transport houdt toezicht, zie ILT. Het water dat het bedrijf aflevert voldoet dus in de regel aan de norm. De vraag waar het bij een eigen onderzoek om gaat, is wat er tussen de watermeter en uw kraan gebeurt.

Hoe weet je of je kraanwater goed is?

Begin met de gegevens van uw drinkwaterbedrijf: veel bedrijven publiceren de waterkwaliteit per voorzieningsgebied of per postcode. Let verder op wat u zelf waarneemt: een metaalsmaak, een chloorgeur, troebel of verkleurd water, of kalkafzetting wijzen op een oorzaak die u kunt onderzoeken. Voor harde cijfers laat u een analyse doen van het water dat u daadwerkelijk drinkt. Is er een vermoeden van lood in de leidingen, een zwakke plek in de installatie of een verdachte geur, dan is een gerichte analyse zinvoller dan een breed pakket.

Kan ik zelf kraanwater testen?

Gedeeltelijk. Met teststrips meet u hardheid, pH, nitraat, nitriet en chloor; met een geleidbaarheidsmeter of TDS-meter volgt u de totale hoeveelheid opgeloste stoffen. Zie bijvoorbeeld de geleidbaarheidsmeter FiveGo F3, en met een spectrofotometer voor zichtbaar licht kunt u kleurreacties kwantitatief uitlezen. Zelf testen is geschikt als eerste screening en voor het volgen van een trend. Voor lood, bacteriën, PFAS en bestrijdingsmiddelen is een eigen test niet betrouwbaar genoeg om een conclusie op te baseren; daarvoor heeft u een laboratorium nodig. De kalibratie van uw eigen meter verdient aandacht: zie SOP pH-meter kalibratie.

Waarom geen water uit de kraan drinken?

In Nederland is kraanwater meestal veilig om te drinken en waarschuwt het drinkwaterbedrijf bij een afwijking. Er zijn wel situaties waarin u er beter mee kunt oppassen: bij een vermoeden van lood in oude leidingen, na langdurige leegstand of stilstand, bij een kookadvies van het drinkwaterbedrijf en met warm tapwater, dat u niet moet drinken omdat het uit een boiler of boilerleiding kan komen waarin Legionella en metalen vaker voorkomen. Laat het water na een nacht stilstand even doorlopen voordat u het drinkt. Het gaat dus meestal niet om het water zelf maar om de installatie erachter.

Welke provincie heeft het beste kraanwater?

Een beste provincie bestaat niet: het drinkwater voldoet overal aan dezelfde wettelijke normen. De verschillen zitten in de samenstelling, vooral de hardheid en daarmee in smaak en kalkvorming, en die verschillen per voorzieningsgebied en niet per provincie. Wat u per postcode kunt verwachten voor de hardheid, staat in het artikel over waterhardheid.

Welk land heeft het schoonste drinkwater ter wereld?

Een eenduidige wereldranglijst bestaat niet, omdat de uitkomst afhangt van wat u meet: de kwaliteit van de bron, de zuivering, de naleving van normen, de toegankelijkheid of de gezondheidsuitkomsten. Landen met goed beschermde grond- of bronwater en een streng toezicht scoren in diverse vergelijkingen hoog. Voor uw eigen situatie is niet de landelijke rangorde bepalend maar de samenstelling van het water bij uw eigen kraan.

Waar kunt u water laten analyseren?

De keuze begint bij het watertype en bij wat u wilt weten. Drinkwater, grondwater, afvalwater en proceswater worden door verschillende laboratoria onderzocht, en lang niet elk laboratorium meet elke parameter geaccrediteerd. Het gaat dus om de combinatie van watertype, parameter en methode.

Waar kan ik mijn water laten analyseren?

U heeft drie routes. Regionale waterlaboratoria en laboratoria van drinkwaterbedrijven onderzoeken vooral drinkwater en oppervlaktewater en doen dat soms ook voor particulieren of kleine bedrijven. Commerciële milieulaboratoria bieden brede pakketten voor grondwater, afvalwater, proceswater en specifieke verontreinigingen als PFAS. Er zijn ook laboratoria die voor particulieren een verzendset met monsterfles leveren: u neemt het monster zelf, stuurt het op en ontvangt het rapport. Wilt u zeker zijn van het resultaat, kies dan een laboratorium dat voor uw parameters is geaccrediteerd, en controleer dat in het register van de Raad voor Accreditatie.

Waar kan ik mijn kraanwater laten onderzoeken?

Voor kraanwater past een laboratorium dat is geaccrediteerd voor drinkwater, volgens de parameters van de Drinkwaterrichtlijn en het Drinkwaterbesluit. Meestal gaat het om een pakket met de hoofdparameters, metalen en microbiologie, eventueel aangevuld met lood bij een vermoeden van oude leidingen of PFAS. Vraag vooraf hoe u het monster moet nemen: voor lood is dat anders dan voor microbiologie.

Waar kan ik mijn drinkwater laten analyseren?

Dat is dezelfde route als bij kraanwater: een laboratorium met accreditatie voor drinkwater. Is het water niet afkomstig van een drinkwaterbedrijf, maar uit een eigen put of regenwaterbak, dan gelden de drinkwaternormen niet automatisch. U laat het dan onderzoeken op bacteriën en op de stoffen die in uw omgeving kunnen voorkomen, zoals nitraat, ijzer, arseen of bestrijdingsmiddelen. Voor legionellarisico bij installaties geeft het artikel over Legionella-analyse in water de verplichtingen.

Waar kan ik de waterkwaliteit testen?

Een eerste screening doet u zelf met een teststrip, een pH-meter of een geleidbaarheidsmeter. Voor een toetsing aan een norm gaat u naar een geaccrediteerd laboratorium. Een bedrijf met een eigen laboratorium kan veel zelf doen met titratie, fotometrie en ionenchromatografie, mits de methoden zijn gevalideerd; zie validatie van analytische methoden.

Kan ik als particulier mijn water laten testen?

Ja. Particulieren kunnen terecht bij laboratoria die verzendsets of vaste pakketten voor huishoudens leveren. Een veelvoorkomend pakket is lood en andere zware metalen in drinkwater. U krijgt een monsterfles, neemt het monster volgens de handleiding en stuurt het binnen de aangegeven tijd op.

Hoe kan ik zelf de waterkwaliteit testen?

Welke test u kiest, hangt af van de vraag. Teststrips geven een indicatie van hardheid, pH, nitraat en chloor. Een pH-meter en een geleidbaarheidsmeter geven nauwkeuriger meetwaarden. Met een fotometer meet u kleurreacties kwantitatief voor parameters als nitriet, fosfaat of ijzer. Zorg dat u de meter kalibreert en de teststrips binnen hun houdbaarheid gebruikt, en let op dat een eigen test een indicatie is en geen bewijs. Voor het kiezen van een pH-meter zie de pH-meter keuzewijzer.

Waar let u op bij de keuze van een laboratorium?

Controleer de accreditatie en vooral de scope: dat is de lijst van parameters en methoden waarvoor het laboratorium geaccrediteerd is. Vraag naar de rapportagegrens per parameter, naar de meetonzekerheid en naar wie de monsterneming uitvoert. Vraag ook of het laboratorium de monsterneming uitvoert en of die onder de accreditatie valt. Vraag ook hoe lang de analyse duurt en welke fles en conservering u nodig heeft. Meer over de eisen aan een laboratorium vindt u bij ISO 17025.

Wat kost een wateranalyse?

Prijzen noemen we in dit artikel niet, omdat ze per laboratorium, pakket en moment verschillen. Wel zijn de factoren die de kosten bepalen goed te benoemen, en die helpen u bij het vergelijken van offertes.

Wat zijn de kosten van een wateranalyse?

De kosten hangen af van vijf zaken: het aantal parameters, de methode (een fotometrische bepaling is goedkoper dan een bepaling met ICP-MS of LC-MS/MS), of de analyse geaccrediteerd moet zijn, of het laboratorium de monsterneming uitvoert en hoe snel u het resultaat nodig heeft. Een pakket met vaste parameters is meestal voordeliger dan dezelfde parameters apart. Vraag in een offerte altijd welke parameters, methoden en rapportagegrenzen erbij horen, en of de monsterfles en het transport erbij zitten.

Hoeveel kost een wateranalyse?

Een eenvoudige screening op een paar algemene parameters kost aanzienlijk minder dan een uitgebreide toetsing aan alle parameters van de Drinkwaterrichtlijn. Een specialistische analyse, zoals PFAS of bestrijdingsmiddelen, vraagt gevoelige apparatuur en strenge blankobewaking en is daarom duurder dan een screening. Het aantal parameters en de gevraagde accreditatie hebben de grootste invloed. Voor een concreet bedrag vraagt u een offerte bij het laboratorium dat uw analyse gaat uitvoeren.

Wat betaal je voor 100 m3 water?

Dat verschilt per drinkwaterbedrijf en per jaar en is geen kwestie van analyse maar van tarief. De rekening bestaat uit een vast bedrag per jaar en een bedrag per kubieke meter, vermeerderd met belastingen en heffingen. Hoeveel 100 m3 bij u kost, ziet u op de jaarnota of op de tarieven van uw eigen drinkwaterbedrijf.

Normen en regelgeving

Welke norm van toepassing is, hangt af van het watertype en van wat u met het water doet. Een analyse zonder norm geeft getallen, geen oordeel. Bepaal daarom vooraf waaraan u toetst en laat dat in de opdracht aan het laboratorium vastleggen.

Welke wet- en regelgeving geldt voor drinkwater?

In Nederland staan de eisen aan drinkwater in de Drinkwaterwet, het Drinkwaterbesluit en de Drinkwaterregeling. Ze zijn gebaseerd op de Europese Drinkwaterrichtlijn, zie Richtlijn (EU) 2020/2184. De parameters vallen uiteen in microbiologische, chemische en indicatorparameters, elk met een grenswaarde. Voor Legionella in installaties die als prioritair gelden, gelden aanvullende verplichtingen, zie Legionella-analyse in water.

Hoe vaak moet u water laten analyseren?

Voor drinkwaterbedrijven ligt de frequentie vast in de regelgeving. Voor eigenaren van prioritaire installaties geldt dat zij de installatie minstens twee keer per jaar laten bemonsteren op Legionella. Voor een eigen put, proceswater of een eigen leidingnet bepaalt u de frequentie zelf op basis van het risico: laat het water in elk geval onderzoeken bij de ingebruikname, na een verbouwing of verandering in de bron, en wanneer smaak, geur of kleur afwijkt. Een vaste periodieke controle geeft u daarnaast een trend, waarmee u een geleidelijke verslechtering ziet voordat die een norm overschrijdt.

Welke normen gelden voor afvalwater?

Voor afvalwater bepalen de lozingsvoorwaarden, in een vergunning of een algemene regel, welke parameters u moet meten en welke grenswaarden gelden. Gangbaar zijn COD, BZV, zwevende stof, stikstof, fosfor en metalen. De achtergrond en de rekenregels staan bij COD- en BZV-bepaling in afvalwater. Welke voorwaarden voor uw situatie gelden, leest u in uw vergunning of vraagt u na bij de beheerder van het riool of het waterschap.

Resultaten beoordelen

Een rapport bestaat uit getallen; de interpretatie is minstens zo belangrijk. De rapportagegrens bepaalt wat u kunt aantonen, de meetonzekerheid hoe ver een waarde van de norm moet liggen om een conclusie te trekken, en de monsterneming of de waarde representatief is.

Hoe leest u een wateranalyserapport?

Kijk per parameter naar vier dingen: de gemeten waarde met eenheid, de rapportagegrens (een waarde als < 0,5 µg/l betekent: niet aantoonbaar boven die grens), de norm waaraan het laboratorium toetst en de meetonzekerheid. Een waarde vlak onder de norm met een grote onzekerheid is geen zekere conformiteit. Voor eenheden als ppm en µg/l zie ppm, ppb en massa-volumepercentages, voor de onzekerheid het artikel over meetonzekerheid, en voor storingen door de samenstelling van het water matrixeffecten. Hoe u een kalibratielijn beoordeelt, staat bij kalibratielijn en lineariteit.

Waarom kunnen uitkomsten van twee monsters verschillen?

Verschillen ontstaan door het monster (twee flessen uit dezelfde kraan zijn niet identiek), door de methode, door de rapportagegrens en door de meetonzekerheid. Een klein verschil tussen twee resultaten, binnen de onzekerheid, is geen tegenstrijdigheid. Een groot verschil vraagt om te controleren of beide monsters op dezelfde manier zijn genomen en bewaard.

Wateranalyse in uw eigen laboratorium

Voert u zelf analyses uit, dan bepalen de parameters en de eisen welke apparatuur u nodig heeft. De basis is een pH-meter en een geleidbaarheidsmeter, aangevuld met een spectrofotometer voor fotometrische bepalingen en glaswerk en reagentia voor titraties; zie titrimetrie. Voor metalen en anionen is instrumentele analyse nodig. Wilt u uw resultaten kunnen verantwoorden, dan hoort daar kwaliteitsborging bij: kalibratie en verificatie van uw meters, validatie van de methoden en regelmatige controle op een referentiemonster. Zie kalibratie versus verificatie. Het water dat u zelf voor reagentia en verdunningen gebruikt, valt buiten het onderwerp van dit artikel; daarvoor zijn de labwaterkwaliteiten en de waterbehandeling keuzewijzer beschikbaar.

Welke apparatuur heeft u nodig voor een eenvoudige wateranalyse?

Voor een basisanalyse volstaan een pH-meter, een geleidbaarheidsmeter, een spectrofotometer, maatglaswerk, monsterflessen en teststrips of reagentia voor de gekozen parameters. Voor een breder pakket, met metalen, anionen en organische stoffen, werkt u met ICP, ionenchromatografie en een TOC-analysator, en dat is een investering waarbij u vooraf nagaat of het aantal monsters dat rechtvaardigt. Besteed dan ook aandacht aan terugvindbaarheid om te controleren of uw methode het gevraagde ook daadwerkelijk terugvindt in een watermatrix.

Verdieping per onderwerp

Voor wateranalyse levert Labvakhandel onder meer pH-meters en geleidbaarheidsmeters, teststrips en indicatorpapier, spectrofotometers en glazen flessen voor monsterneming. Neem contact op voor advies over de juiste combinatie voor uw wateranalyse.

Onderdeel van: Milieulab · Voedingslaboratorium

Geschreven door Labvakhandel, specialist in laboratoriumbenodigdheden voor bedrijven en instellingen.


Disclaimer: De informatie in dit artikel is bedoeld als algemene technische toelichting. Canidae Seal B.V. / Labvakhandel.nl aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de toepassing van deze informatie in specifieke analytische, klinische of industriële situaties. Raadpleeg voor uw eigen toepassing altijd de geldende normen, vakliteratuur en de documentatie van fabrikant en apparatuur.

Bestellijst

Uw winkelwagen is leeg.